Pantheon 6/…

Zoals in eerdere berichten beloofd, moeten we ook de functie die het Pantheon de afgelopen 20 eeuwen heeft gehad, niet uitvlakken als mogelijke reden voor haar goede conservatie. Ook hier heb ik weer veel gehad aan de scriptie van Steffie Oostendorp.

Door de jaren heen is er vaak discussie geweest over de oorspronkelijke functie die het Pantheon gehad zou hebben.

Heidense tempel

Wie een snelle blik werpt in verschillende handboeken en op websites over Rome en het Pantheon in het bijzonder, zal zien dat velen met zekerheid beweren dat het Pantheon vroeger een tempel moet zijn geweest. Deze bronnen baseren zich hiervoor voornamelijk op de naam van het gebouw, waaruit zou blijken dat het bouwwerk een tempel voor alle (heidense) Romeinse goden was.

Normaliter toont de inscriptie op een tempel aan welke godheid de tempel is opgedragen, maar de inscriptie van het Pantheon laat ons op dit gebied in de steek.

Tempel ja…

Volgens de regels rondom tempelbouw opgeschreven door de, ons inmiddels welbekende, Vitruvius worden tempels voor de goddelijke Hemel, Zon en Maan allemaal hypethraal gebouwd. Ofwel: de tempels voor deze goden hebben geen dak. Door de afwezigheid van een dak is er ruimte voor het zonlicht (en dus de Hemel en Maan) om de tempel in te komen. Het Pantheon heeft wel een dak en is niet geheel hypethraal, maar door de oculus is het dak wel deels open en kan het zonlicht de tempel in schijnen. Het Pantheon zou dus een tempel kunnen zijn voor de Romeinse hemelgoden. We zagen al dat Cassius Dio (ca. 155 – 229) daaraan refereert, als hij schrijft dat het bouwwerk zijn naam kreeg door het koepeldak met de oculus: “het lijkt op de hemel.”

Tempel nee…

Het idee dat het Pantheon een tempel was wordt echter niet door iedereen ondersteund. De Britse kunsthistorici Paul Godfrey en David Hemsoll claimen dat het Pantheon niet aan de eisen voldoet om een templum genoemd te mogen worden. Een templum, zoals gedefinieerd door dezelfde Vitruvius als hierboven, is namelijk altijd rechthoekig. Het mag volgens Godfrey en Hemsoll ook geen aedes genoemd worden, omdat een aedes slechts ruimte biedt voor één godheid, en we niet zeker weten welke godheid of godheden in het Pantheon huisde(n). Zowel templum als aedes waren vormen van Romeinse tempels.

Natuurlijk bestaat de mogelijkheid dat Hadrianus een nieuwe tempelvorm heeft geïntroduceerd en hiermee tegen de regels van Vitruvius is ingegaan. Daar staat tegenover dat overige tempels die door Hadrianus zijn gebouwd, zoals de ‘Tempel van Trajanus’ en de ‘Tempel van Venus en Roma’, wel voldoen aan de gestelde klassieke regels.

Tempel van Venus en Rome

Audiëntiezaal ja…

Gebaseerd op de vorm van het gebouw en antieke bronnen hebben Godfrey en Hemsoll een andere functie van het gebouw voorgesteld die naar hun idee het meest plausibel is: een audiëntiezaal van keizer Hadrianus. Een van die antieke bronnen was Cassius Dio’s Historia Romana waar we lezen hoe in het Pantheon politieke activiteiten plaatsvonden. “Hij (Hadrianus) handelde met behulp van de senaat alle belangrijke en meest dringende zaken af en hij hield gerechtshof met de hulp van de belangrijkste mannen, soms in het paleis, soms op het Forum of het Pantheon of diverse andere plaatsen, altijd zittend op een tribunaal zodat al wat werd gedaan openbaar werd gemaakt.

Symbool voor Romeinse wereld

Naast het feit dat het Pantheon werd gebruikt voor het bespreken van wereldpolitiek (de Romeinen zagen het rijk als de hele wereld) kan de “bol” die in het Pantheon past, duiden op een symbolische weergave van dte wereld. Dit idee is terug te vinden bij filosoof Hub Zwart. “Het Pantheon symboliseert het moment waarop heel de toenmalige wereld zich binnen de Romeinse invloedsfeer – letterlijk – bevindt. De wereld vindt onderdak in de sferische ruimte van deze Romeinse machtstolp. Het Pantheon is een gebouw met de vorm van een bol dat de hele wereld in zich op wil nemen, de sferische kern van een sferisch imperium, uitdijend vanuit een geometrisch centrum. Daarom ook is er voor alle goden, zelfs vergeten of onbekende goden, in dit gebouw een plaats uitgespaard. De gedachte van de bol ligt ten grondslag aan, motiveert en legitimeert, het Romeinse imperialisme.”

De daadwerkelijke functie van het gebouw wordt hiermee in het midden gelaten, omdat gekeken wordt naar de boodschap die het Pantheon uitstraalt.

Pantheon 5/…

Voordat we ingaan op een nadere bespreking van de bijdrage van de functie van het Pantheon aan haar conservering door de eeuwen heen, moeten we eerst nog vaststellen wie de architect was en wat de exacte datering van het Pantheon is.

Apollodorus ja…

Het huidige Pantheon wordt gedateerd ten tijde van Hadrianus, maar deze datering is ook wel aangevochten. De Historia Augusta schrijft dat Hadrianus verantwoordelijk was voor de bouw. Er zijn echter moderne wetenschappers die van mening zijn dat de bouw al veel eerder begonnen moet zijn.

De Duitse archeoloog Wolf-Dieter Heilmeyer denkt dat de verantwoordelijke architect Apollodorus van Damascus is geweest. Apollodorus was onder Trajanus de meest gevraagde architect in Rome. Hij wordt daarin gesteund door Paula Landart, een Franse linguïste, die opmerkt dat de baden van Trajanus, die met zekerheid zijn ontworpen door Apollodorus, koepelconstructies bevatten die lijken op die van het Pantheon.  

Apollodorus van Damascus

Apollodorus nee…

Apollodorus kan niet verantwoordelijk zijn geweest voor de bouw als uit wordt gegaan van de meest gesteunde datering en wel die in de tijd van Hadrianus. Apollodorus viel namelijk bij hem in ongenade en Cassius Dio meldt dat hij door de keizer uit Rome verbannen werd. Het gerucht gaat dat Hadrianus, als klein kind, Apollodorus eens ongevraagd advies had gegeven, waarop de architect Hadrianus woedend wegstuurde. Hadrianus zou daarom later als keizer zijn eigen gebouwen willen ontwerpen om wraak te nemen op Apollodorus.

Keizer Hadrianus

Hadrianus ja…

Roberto Vighi, een kenner op het gebied van de Hadriaanse architectuur, is van mening dat Hadrianus zelf de architect van het Pantheon was: “The very character of the Pantheon suggests that Hadrian himself was its architect. Only one such as he was, at one and the same time an impassioned admirer of Greek culture and art and a daring innovator in the field of Roman architecture, could have conceived this union of a great pedimental porch in the Greek manner and of a vast circular hall, a masterpiece of architecture, typically Roman in its treatment of curvilinear space, and roofed with the largest dome ever seen.”

Datering

Er is archeologisch bewijs waaruit een datering van de bouw van het Pantheon ten tijde van Hadrianus blijkt. Dit bewijs bestaat uit stempels op de bakstenen waaruit het gebouw deels vervaardigd is. In 1892 ontdekte de Franse architect Georg Chadanne deze stempels op de bakstenen. De stempels geven de plaats van productie van de steen aan en in sommige gevallen de consuls op dat moment. De data op het gros van de stenen liggen allemaal tussen 120 en 125 na Christus.

Het grootste deel van de stenen stamt uit 123. Aangezien Hadrianus keizer was tussen 117 en 138 na Christus, wordt het Pantheon op basis van dit archeologisch materiaal aan hem toegeschreven.

In het volgende bericht meer over de functie van het Pantheon door de afgelopen 20 eeuwen heen.

Pantheon 4/…

Hoe is het mogelijk dat het Pantheon al 2000 jaar oorlogen, branden, revoluties en aardbevingen, nagenoeg ongeschonden heeft kunnen doorstaan? De enige schade die is geconstateerd zijn meridiane scheuren in het onderste deel van de koepelschaal.

Constructieve maatregelen

Van Herwijnen, in zijn intreerede in 1999 aan de Technische Universiteit Eindhoven getiteld: Constructief ontwerpen : van Pantheon tot Millennium Dome, geeft de volgende mogelijke antwoorden:

Door vier constructieve maatregelen is het draagvermogen van de koepel in gunstige zin beïnvloed:
1. Door toepassing van toeslagstoffen met een lagere soortelijke massa neemt de permanente belasting van de koepelschaal in de richting van de oculus sterk af. In de rotonde werd travertin gebruikt met een soortelijke massa van 2000 kg/m3 ; in de bovenstee helft van de koepel tufsteen van 1350 kg/m3. De spanningen in de koepel zouden tweemaal zo groot zijn als voor de koepel hetzelfde zware beton was toegepast als gebruikt is voor de rotonde.
2. Door het aanbrengen van cassette-vormige uitsparingen werd een gewichts-reductie bereikt, terwijl de meridiaan- en ringkrachten door de ribben kunnen warden over-gebracht. De stijfheid van de koepelwand neemt hierdoor echter af, waardoor het gunstige effect gedeeltelijk wordt tenietgedaan. Het is niet duidelijk of deze cassettes bewust om constructieve redenen zijn aangebracht of louter uit esthetische over-wegingen.

Cassettes nagenoeg in lijn


3. De oculus heeft als voordeel dat geen verticale belasting aanwezig is in dat gedeelte van de koepel, waar deze het meest ongunstig is, namelijk werkend laadrecht op het schaalvlak. Maar er is nog een andere reden waarom deze grote opening voor de Romeinen gunstig was.
Bij de uitvoering van de koepel werd het opus caementicum laagsgewijs aangebracht. Iedere laag vormde een horizontale ring die zichzelf kon dragen en voordat de laag volledig uitgehard was, al belast kon worden door de volgende laag. Daarom wordt verondersteld dat er geen volledig ondersteunende bekisting nodig was voor het dragen van het totale koepelgewicht, maar louter een stelsel van houten formelen die als sjabloon voor de koepelvorm dienden.
Deze bouwwijze kon moeilijk toegepast worden voor de bovenzijde van de koepel; daarom werd de schaal maar weggelaten en ontstond de grote opening. Het feit dat alle bewaarde Romeinse koepels in de top voorzien zijn van een oculus, wijst er mijns inziens op dat deze bouwwijze succesvol was.
4. Bij de aanzet van de koepel is een trapvormige verdikking aangebracht die de koepelschaal versterkt, maar ook een extra boven belasting geeft ter vergroting van de opnamecapaciteit voor horizontale schuifspanningen bij de oplegging.
Computerberekeningen van de koepel op basis van een eindige elementenmodel waarin de meridiane scheuren in het onderste deel van de koepelschaal zijn meegenomen, tonen duidelijk aan dat de trapvormige verdikking een belangrijke rol speelt in het reduceren van ring-trekspanningen.
De kwaliteit van het constructief ontwerp wordt mede bepaald door de vormgeving van details; in die zin spreken we ten onrechte over details. Ook bij het Pantheon is
aandacht besteed aan ‘details’. Zo is de randprofilering van de cassettes zodanig vormgegeven, dat deze van onderen gezien voor alle posities van de cassettes in het bol vlak dezelfde breedte geeft.

Cassettes in het Pantheon


In het klassieke bouwproces werd geen onderscheid gemaakt tussen het ontwerpen en maken van gebouwen. Vormgeving, materiaalkeuze en constructiewijze werden
bepaald door lokale omstandigheden, traditie en voorschriften. Architectuur en techniek waren harmonieus verbonden.

In vorige berichten hebben we gezien dat we enige vraagtekens kunnen zetten bij de achterliggende gedachtes voor de constructie van de cassettes en de oculus. Maar ook tegen die achtergrond gaan het ontwerp (architectuur) en techniek samen.

Materiaal

In de master scriptie “De kracht van het Pantheon” van Steffie Oostendorp uit 2015 (begeleider Professor Moormann), lees ik het volgende:

“Een internationaal team van onderzoekers, verbonden aan onder andere de Universiteit van Berkeley, het Lawrence Berkeley National Laboratory en de Cornell Universiteit, heeft het op zich genomen om de exacte samenstelling van het in het Pantheon gebruikte beton te ontdekken. Deze groep wetenschappers, voornamelijk civiele en milieukundige technici, stond onder leiding van een vulkanoloog.

De uitkomsten van het onderzoek waren groot nieuws. “Ancient Roman builders may be responsible for making a truly revolutionary impact on modern architecture–one massive concrete structure at a time.”

Recept van Vitruvius

Zij hebben het Romeinse materiaal gereproduceerd naar het recept van Vitruvius. Dit betonmengsel, zo fijn dat het mortel genoemd kan worden, bestaat uit een mix van vulkanisch as en kalksteen. Het vulkanisch as was voldoende aanwezig: Rome had immers genoeg gedoofde vulkanen in de buurt en goede verbindingswegen (alle wegen leidden naar Rome) om het benodigde materiaal te vervoeren. Daarnaast was kalksteen ook voorradig, al was niet elke soort kalksteen geschikt voor het maken van beton. Vitruvius meldt namelijk met nadruk dat de ideale steen om in het beton te verwerken het harde witte kalksteen was: de zachte, donkere variant was meer geschikt voor pleisterwerk.

Romeins beton

Na het betonmengsel een half jaar te hebben laten drogen, hebben de onderzoekers het nauwkeurig bestudeerd onder een microscoop. Zij ontdekten dat er tijdens het uitharden dichte clusters van mineralen waren ontstaan. Deze mineralen waren het gevolg van de binding tussen de kalksteen en het vulkanisch as. Deze mineralen worden strätlingiete kristallen genoemd. Deze kristallen konden het optreden van barsten in het materiaal voorkomen door de zwakste schakels binnen het beton te
versterken: de zogeheten grensvlakzones. Dit zijn de dunne laagjes tussen twee lagen beton die doorgaans minder beton en meer water bevatten. Door de zwakke schakels te elimineren, hebben de Romeinen een zeer duurzame soort beton uitgevonden!

Modern beton

Met het moderne beton gebeurt iets vergelijkbaars, al is dit geen natuurlijk maar een chemisch proces. Aan ons huidige beton worden namelijk microvezels toegevoegd die net als de strätlingiete kristallen de grensvlakzones van het materiaal moeten versterken. Deze microvezels halen het echter niet bij de kristallen. Deze mineralen geven niet alleen een veel betere versteviging van het materiaal, ze zorgen er ook voor dat het beton resistent is voor corrosie. De moderne microvezels doen het laatstgenoemde niet.”

Maar ook de functie die het Pantheon door de eeuwen heen heeft gehad, heeft bijgedragen aan haar goede conservering. Daarover meer in de volgende berichten.

Pantheon 3/…

Het Pantheon vormt het hoogtepunt in de ontwikkeling van de Romeinse koepelbouw. Met deze koepel bereikten de Romeinen de grens voor het overspannen van ruimten in metselwerk en ongewapend beton. Zelfs de koepel van de Dom van Florence en van de Sint-Pieterskerk in Vaticaanstad zijn met hun overspanning van 42 meter kleiner dan de koepel van het Pantheon.

Michelangelo en Sint Pieter

Het verhaal gaat dat Michelangelo, verantwoordelijk voor de (ver-)bouw van de Sit-Pieterskerk, bewust de diameter van de koepel kleiner heeft gelaten dan die van het Pantheon, als teken van respect voor de bouwer van toen!

Koepel van de Sint Pieter in Vaticaanstad

Blijkbaar werd de afmeting van het Pantheon als een limiet beschouwd. Pas in 1912 werd met een steenachtig materiaal een grotere koepel gebouwd, die van de Jahrhunderthalle in het toenmalige Breslau (thans Wroclaw): een koepel in gewapend beton met een inwendige diameter van 65 meter. (De tentoonstellingshal van het CNIT in Parijs, gebouwd in 1958, is nog steeds recordhouder: de betonnen schaalconstructie heeft een overspanning van 219 meter.)

CNIT in opbouw te Parijs

Het koepelgewelf was een karakteristiek structuurelement van de Romeinse bouwkunst en vormde de laatste fase in de ontwikkelingsreeks van de rondboog, via het tongewelf naar de halve-bolkoepel.
Het toe te passen constructiesysteem was ook verbonden met, en gelimiteerd door, de beschikbare constructiematerialen en -technieken.

Romeinse bouwmateriaal

Door de Romeinen was een bouwmateriaal ontwikkeld, het zogenaamde opus caementicum (opus = werk; caementa = steenbrokken), waarbij kleine, (on)regelmatige natuur- en baksteenbrokken (= caementa) werden verbonden door een mortel samengesteld uit kalk, zand en puzzolaanaarde (van vulkanische afkomst, heeft dezelfde hydraterende eigenschappen als cement, en werd gevonden in de omgeving van Rome). Het recept hiervoor werd gegeven door Vitruvius in zijn 10 delige werk over Archtectuur.

Vitruvius (rechts) onderwijst over bouwkunst

Met dit recept werd een homogene steenachtige structuur gemaakt, vergelijkbaar met het ons bekende ongewapende beton, die aan de zichtzijde werd afgewerkt met een gladde laag metselwerk of een pleister.
De toegepaste materialen voor de koepel zijn uitstekend geschikt voor de opname van drukkrachten.

Het moderne beton heeft een levensduur van ongeveer 120 jaar: het Romeinse
beton van het Pantheon, maar ook het Colosseum en de markten van Trajanus gaat al bijna 2000 jaar mee, en heeft zelfs diverse aardbevingen, die zich ter plaatse de afgelopen eeuwen hebben voorgedaan, doorstaan.

Zo zijn er bijvoorbeeld tussen 443 en 1979 maar liefst 1414 aardbevingen geteld in Rome, waarbij vele gebouwen onherroepelijk beschadigd zijn geraakt. Twintig van deze bevingen hadden hun seismologisch centrum in Rome. De zwaarste beving vond plaats in 1812: hij had een kracht van zeven op de schaal van Richter.


Hoe is dit mogelijk? Zie daarvoor de volgende berichtenwaarbij we gebruiken van teksten van Professor Herwijnen en een master scriptie van Steffie Oostendorp.

Pantheon 2/…

Zoals in het vorige bericht over het Pantheon in Rome al aangegeven, ga ik hier wat dieper in op de indeling van het gebouw. Het blijkt dat werkelijk niets in die indeling toevallig is.

Indeling

Het ingangsportaal wordt gevormd door een portico met zestien granieten zuilen in drie rijen. Deze ingang ligt exact op het noorden, wat niet gebruikelijk is voor tempels die in die tijd werden gebouwd, want men richtte de ingang juist op het zuiden zodat het interieur zo lang mogelijk verlicht werd door het zonlicht.

Tussen de acht zuilen van de voorste rij zitten zeven openingen, waarvan de middelste precies in lijn ligt met de grote bronzen deur die toegang geeft tot de centrale hal. In deze ruimte past exact een bol met een diameter van 43,3 meter.

In het Patheon past precies een bol

Bolvorm

Al in de klassieke oudheid beschouwde men de bol als de meest zuivere geometrische vorm. De onderste helft van de bol past in een cilindervormige rotonde, met een wanddikte van 6,4 meter, die voorzien is van nissen en marmeren panelen. De bovenste helft van de bol past in een koepel, met een naar boven toe afnemende wanddikte tot ongeveer 1,2 meter. Aan de binnenzijde van de koepel zijn in het onderste deel cassettevormige uitsparingen aangebracht.

Cassettes

Er zijn in totaal 5 rijen van elk 28 cassetttes. Die cassettes zijn echter niet mooi in een symetrisch verloop aangebracht. En op het eerste gezicht lijkt het een onlogische ordening. Een symetrische opbouw zou veel eenvoudiger geweest zijn bij de constructie; dat daarvan is afgeweken doet vermoeden dat die 5 rijen van 28 cassettes een speciale betekenis hebben.

Zon, maan en planeten

De 5 rijen staan voor de 5, met het blote oog, zichtbare planeten: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus en 28 staat voor de, volgens Vitruvius, “28 dagen en ongeveer 1 uur dat de maan er overdoet om weer terug te keren in het sterrebeeld vanwaar zij vertrok.” Vitruvius (85 – 20 voor Chr.) was een Romeinse architect en ingenieur en schrijver van het 10 delige boekwerk: “De Architectura libri decem“. Het werd het bouwkundig standaardwerk voor vele eeuwen na hem.

Verlichte cassette in het Pantheon

Perfecte Getallen

Er zou ook een wiskundige verklaring kunnen zijn voor het gebruik van het getal 28. Het is namelijk het 2e Perfecte Getal. Perfecte getallen zijn getallen die gelijk zijn aan de som van hun echte delers. Bijvoorbeeld: 6=1+2+3 en 28=1+2+4+7+14.

Perfecte (of volmaakte) getallen zijn zeer zeldzaam. In de Oudheid kende men verder alleen nog 496 en 8128 als perfecte getallen. Euclides bewees al (stelling 36 in boek IX van “De Elementen“) dat 2k-1(2k−1) een perfect getal is, als 2k−1 een priemgetal is en k>1.

De Oude Grieken (en dus de Romeinen) kenden alleen de eerste vier perfecte getallen: 6, 28, 496 en 8128.

Nicomachus van Gerasa vermeldde rond het jaar 100 in zijn boek “Introductio Arithmeticae” de volgende stellingen over perfecte getallen, zonder deze overigens te bewijzen (inmiddels is bekend dat stelling 1 en 3 onjuist zijn):

  1. Het n-de perfecte getal heeft n cijfers.
  2. Alle perfecte getallen zijn even.
  3. Perfecte getallen eindigen alternerend op een 6 of een 8.
  4. Perfecte getallen zijn te schrijven als 2n−1(2n−1) als 2n−1 een priemgetal is (zie ook boven).
  5. Er zijn oneindig veel perfecte getallen.

Deze stellingen zijn in Europa vanaf toen eeuwenlang voor waar aangenomen.

Equinox

In de top is een ronde lichtopening, de zogenaamde oculus, met een diameter van ca. 9 meter. Het zonlicht dat door deze opening naar binnen valt, geeft niet alleen de data van equinoxen en zonnewendes aan, maar ook de uren van de dag. Equinoxen zijn nachteveningspunten in lente (20 maart) en herfst (23 september): dag en nacht duren dan elk 12 uur.

In feite maakt het zonlicht, dat door de oculus naar binnen valt, elke dag een rondgang door het interieur van het Pantheon. Op 21 april, om 12 uur, staat de zon zo hoog dat het licht door de oculus precies op de ingangsdeur valt. Dat kan geen toeval zijn: op 21 april herdenken de Romeinen de stichting van hun stad. Volgens de legende is de stad Rome namelijk op 21 april in 753 voor Chr. gesticht.

Ingang van Pantheon op 21 april

Bij de rondgang van het zonlicht door het Pantheon blijven een paar nissen altijd onbelicht. In deze nissen stonden beelden van goden uit de Onderwereld; een plek waar de zon nooit schijnt…

Het gebied van de equinoxen valt samen met de horizontale strook tussen de attica en de eerste rij cassettes van de koepel. Een attica is een verhoogde dakrand.

Er wordt ook wel gesteld dat de oculus er louter was voor licht in het gebouw, dat verder geen ramen heeft. De door het gat binnen vallende regen en sneeuw worden afgevoerd doordat de vloer licht hellend is en al sinds de oudheid kleine gaatjes naar een afvoersysteem bevat.


Spook pediment

Wat ook opvalt bij de ingang, is dat er achter het voorste pediment (driehoek op pilaren) nog de contouren van een hoger gelegen “spookpediment” zichtbaar zijn.

Mark Wilson-Jones, een Britse specialist op het gebied van architectuur, meent een verklaring te hebben voor dit “spookpediment”. Hij suggereert dat eerst de rotunda gebouwd is en daarna het ‘intermediate block’ met een begin voor het pediment. Op dat moment waren de zuilen voor de pronaos echter nog niet voorhanden. Toen er wel zuilen arriveerden uit Egypte en Syene, bleken ze 3,05 meter te kort te zijn om het pediment op de beoogde hoogte te plaatsen.

Volgens Wilson-Jones komt het beoogde ontwerp hierdoor niet goed tot zijn recht. “The intended design worked better from an urban viewpoint too. Seen from ground level, a larger portico would have concealed the rotunda completely. Thus the surprise of entering a great domed interior (…) would have been even more dramatic”. Deze theorie vindt steeds meer bijval.

De Britse historicus Thorsten Opper bijvoorbeeld is het compleet met Wilson-Jones eens: “It appears from a number of detailed observations (…) that the initial design envisaged monolithic shafts even taller, at 50 feet”. Het ‘intermediate block’ past volgens beiden niet in het ontwerp van het Pantheon zoals het er nu uitziet.
Hierdoor worden de vermoedens sterker dat de pronaos het blok had moeten verbergen.

Links de situatie zoals het nu is, rechts zoals eigenlijk de bedoeling was…

Dezelfde Opper wijt het gebruik van de te korte zuilen aan het feit dat de zuilen een enorme afstand over land en zee moesten afleggen. Dit was al een hele uitdaging voor het transport van de huidige zuilen, maar met grotere en veel zwaardere zuilen zou deze reis onmogelijk zijn geweest.

Het kan ook zijn dat hier “niets zo permanent is als het tijdelijke“, met andere woorden: dat tijdens de bouw de langere zuilen nog niet waren gearriveerd en men vast met de kortere zuilen de bouw voortzette. De langere zuilen arriveerden nooit of werden uiteindelijk elders ingezet.

Pantheon 1/…

Van alle wereldsteden die ik bezocht, is Rome me het beste bijgebleven. En van al het moois dat Rome (en Vaticaanstad!) te bieden heeft, is voor mij het Pantheon, aan de zuidzijde van de Piazza della Rotonda,  het meest intrigerend. Het Pantheon is een complexer gebouw dan het blote oog doet vermoeden en het houdt de gemoederen van historici en archeologen al vele jaren bezig.

Vandaar dat ik me wat dieper in de historie ervan heb verdiept:

Het Pantheon

Het Pantheon in Rome is een van de best bewaard gebleven Romeinse gebouwen ter wereld. Dit dankt het gebouw aan het feit dat het in de 7e eeuw werd omgevormd tot kerk en continu in gebruik is gebleven en onderhouden. Het Pantheon is nu nog steeds in gebruik als rooms-katholieke kerk en is gewijd aan de Heilige Maria en de martelaren (Santa Maria ad Martyres). Die benaming, ‘martyres’ (martelaren) is verbonden aan een verhaal waarvan niemand nog weet of na kan gaan of het waar is; men zegt dat er in de vloer van het Pantheon 28 kruiwagens vol botten van martelaren zijn leeggestort…

Pantheon, Rome – vooraanzicht

Romeinse keizers

De naam Pantheon wordt vaak vertaald als “tempel van alle goden”. Een betere vertaling is echter misschien “geheel goddelijk”, net als het woord “panagia” – een van de epitheta van de Maagd Maria – “geheel heilig” betekent en niet “alle heiligen”, en het woord “panormos” weer “volledige haven” betekent. “Pan” zou dus ook in Pantheon beter als “geheel” of “volledig” gelezen kunnen worden.

Het oorspronkelijke gebouw dateerde uit 27 v. Chr. en werd gebouwd onder het consulaat van Marcus Agrippa. Die tempel werd in 80 n. Chr. tijdens een grote brand verwoest. Onder keizer Domitianus werd het Pantheon weer hersteld. In 110 tijdens de regering van keizer Trajanus (98-117) werd het Pantheon door de bliksem getroffen. Voor de tweede keer moest het Pantheon weer worden opgebouwd. Keizer Hadrianus liet tussen 119 en 125 het Pantheon geheel herbouwen, waarbij het zijn huidige ronde vorm kreeg.

Inscriptie op façade

De oorspronkelijke wijdingstekst die Agrippa als opdrachtgever vermeldde, werd ook op het nieuwe gebouw aangebracht. Op de façade (gevel aan de voorzijde) staat in bronzen letters:

M · AGRIPPA · L · F · COS · TERTIUM · FECIT

Dit betekent: ‘Marcus Agrippa, de zoon van Lucius, maakte dit tijdens zijn derde consulaat’. Hoewel het huidige Pantheon dus onder Hadrianus werd gebouwd, liet hij niet zijn eigen naam op de gevel vereeuwigen, omdat hij daarmee de senaat voor het hoofd zou stoten. Keizer Domitianus had eerder enkele gerestaureerde gebouwen met z’n eigen naam beschreven, wat hem niet in dank was afgenomen. Het kwam Hadrianus bovendien niet slecht uit dat er op deze plek al eerder door Agrippa was gebouwd. Door de verbinding aan te houden met Agrippa, rechterhand van keizer Augustus, kon Hadrianus zich als legitiem opvolger van Augustus presenteren.

Pantheon, Rome – in vogelvlucht

Augustus en Hadrianus

Dit wordt nog verder bevestigd doordat de as van het Pantheon gebouw zich namelijk op 355 graden naar het noorden bevindt en hierdoor direct gericht is op de ingang van het Mausoleum van Augustus, dat zich circa 750 meter verderop bevindt.
Dit zorgt voor een visuele connectie tussen de bouwwerken. Doordat Hadrianus zijn pronaos (voorportaal) op exact dezelfde locatie heeft geplaatst, is er ook een visuele link gecreëerd tussen Hadrianus en Augustus. Weliswaar zijn al ten tijde van
Hadrianus zijn nieuwe gebouwen tussen het Pantheon en het Mausoleum van Augustus geplaatst.

Het meest opvallende element op de façade is het formaat van de letters van de inscriptie. Die zijn circa 70 centimeter hoog en gemaakt van brons. Dit is een unieke afmeting: deze letters zijn de grootste bronzen letters die in Rome te vinden zijn. Er is slechts één andere bronzen inscriptie in Rome die enigszins in de buurt komt van dit formaat: de inscriptie van de deels gereconstrueerde ‘Tempel van Castor en Pollux’ op het Forum Romanum uit 6 na Chr. Die zijn circa 50 centimeter hoog.

De tempel (pilaren en podium) van Castor en Pollux op het Forum Romanum

Katholieke kerk

De tempel werd in 609 na Christus door keizer Phocas geschonken aan paus Bonifatius IV die van het gebouw een kerk maakte, gewijd aan de Heilige Maria en alle Heiligen en Martelaren. Veel andere tempels werden na de opkomst van het christendom afgebroken. Het Pantheon werd dit lot bespaard doordat de katholieke kerk het gebouw min of meer adopteerde.

Rafaël

In het Pantheon liggen verscheidene vooraanstaande Italianen begraven. De beroemdste persoon die werd bijgezet is natuurlijk Raffaello Sanzio uit Urbino (1483-1520), in het Nederlandstalig gebied beter bekend als Rafaël. Men vindt de graftombe van Rafaël rechts van de graftombe van Koning Umberto I. Ook Rafaëls verloofde Maria Bibbiena werd hier begraven. Zij was de nicht van een van zijn beschermheren. De twee waren jarenlang verloofd, maar trouwden nooit. Uiteindelijk stierf Maria eerder dan Rafaël. Het heeft er alle schijn van dat de kunstenaar veel meer geïnteresseerd was in zijn minnares, de bekoorlijke Margarita Luti, La Fornarina (“de bakkersdochter”). Het beroemde portret dat Rafaël van haar schilderde. De tekst op de sarcofaag die in de graftombe ligt, stelt dat de kist de OSSA ET CINERES – botten en as – van de kunstenaar bevat.

Bovendien wordt zijn graf gesierd met een versregel: ‘Hier ligt Rafaël. Toen hij nog leefde vreesde Moeder Natuur door hem overtroffen te worden; toen hij stierf vreesde ze met hem te sterven.’

De kunstenaar Rafaël heeft zijn graftombe in het Pantheon

Functie

Historici hebben in de loop der jaren meerdere mogelijkheden gegeven voor de functie van Het Pantheon. Sommigen beweren dat het een tempel was, maar ook een functie als zonnewijzer of audiëntiezaal van de keizer wordt niet uitgesloten. Daarnaast heeft het unieke ontwerp van het Pantheon het nodige bijgedragen aan de vele discussies. Zo claimen diverse wetenschappers dat het ontwerp zo ingenieus was dat al onze voorgaande generaties het gebouw te mooi vonden om het af te breken of te vernietigen en dat dit een belangrijke factor voor zijn conservering moet zijn geweest.

Pantheon, Rome – van binnen en omhoog

Constructie materiaal

Daarnaast is er nog een discussiepunt waar de meningen over uiteen lopen: het bouwmateriaal van het Pantheon. Maar deze discussie is recent beslecht met een onderzoek dat de exacte samenstelling van het gebruikte materiaal heeft onthuld. Dit, op beton lijkende, materiaal is bijzonder duurzaam en stevig, waardoor verschillende wetenschappers van mening zijn dat met name het bouwmateriaal veel heeft bijgedragen aan de conservering van het gebouw.

In een volgend bericht gaan we dieper in op de indeling en functie van het Pantheon.