Florence Nightingale1 wordt het meest herinnerd als een pionier op het gebied van verpleegkunde en een hervormer van de sanitaire voorzieningen in ziekenhuizen. Het grootste deel van haar negentig jaar drong Nightingale aan op hervorming van het Britse militaire gezondheidszorgsysteem en daarmee begon het beroep van verpleegkundige het respect te verwerven dat het verdiende.
Onbekend bij velen was echter haar gebruik van nieuwe technieken voor statistische analyse, zoals tijdens de Krimoorlog2, toen ze het aantal vermijdbare sterfgevallen in het leger in kaart bracht. Zij verzamelde statistische gegevens over sterfte, ziekte en leefbaarheid. Met deze gegevens was het gemakkelijker om inzicht te krijgen in hoe de zorg voor zieken, gewonden en armen moest verbeteren.
Ze ontwikkelde een grafisch vorm om de onnodige sterfgevallen als gevolg van onhygiënische omstandigheden en de noodzaak van hervormingen dramatisch weer te geven. Met haar analyse bracht Florence Nightingale een revolutie teweeg in het idee dat sociale verschijnselen objectief gemeten konden worden en onderworpen konden worden aan wiskundige analyses.
Ze was een vernieuwer in het verzamelen, tabelleren, interpreteren en grafisch weergeven van beschrijvende statistieken. De twee grootste levensprestaties van Florence Nightingale
- pionierswerk op het gebied van verpleegkunde en
- de hervorming van ziekenhuizen
waren verbazingwekkend gezien het feit dat de meeste Victoriaanse vrouwen in haar leeftijdsgroep niet naar universiteiten gingen of een professionele carrière nastreefden.
Het was haar vader, William Nightingale, die vond dat vrouwen, vooral zijn kinderen, onderwijs moesten krijgen. Dus leerden Florence en haar zus Italiaans, Latijn, Grieks, geschiedenis en wiskunde. Florence kreeg, volgens sommige bronnen, wiskundeles van James Sylvester3 (hoewel daar geen schriftelijk bewijs voor lijkt te zijn).
Als tiener echter hoorde Florence de “stem van God” en wist ze dat ze niet het lege bestaan wenste te leiden van de aristocratie maar het lot van de armen, zieken en gewonden wilde verbeteren. Als protest tegen de beperkingen die haar daarin in die tijd als vrouw werden gesteld, schreef ze een feministische klassieker: Cassandra. Dit boek beïnvloedde onder meer de filosoof John Stuart Mill4 en schrijfster Virginia Woolf5
In 1854, na een jaar als onbetaalde hoofdinspecteur van een Londens ‘establishment voor dames tijdens ziekte’, rekruteerde de minister van Oorlog, Sidney Herbert, Nightingale en 38 verpleegsters voor dienst in Scutari (de oude naam voor een stadsdeel in het Aziatische deel van Istanboel, thans Üsküdar) tijdens de Krimoorlog.
De situatie die Nightingale in Scutari aantrof was onbeschrijflijk. Een kazerne deed dienst als hospitaal, maar er was geen water, het sanitair was vervuild, keukens ontbraken en er waren nauwelijks artsen en verplegers.
Uit deze chaos wist Nightingale een hospitaal te scheppen waar gewonden een menswaardige verzorging kregen. Ondanks haar grote inzet bleef de sterfte in het ziekenhuis echter groot. Ze dacht dat het kwam omdat het leger alleen soldaten stuurde die al op het randje van de dood balanceerden. Achteraf bleek dat vooral de slechte hygiëne in het ziekenhuis een grote rol speelde. Onder het hospitaal liep een defect riool. Toen dat eenmaal gerepareerd was, daalde het aantal doden sterk.

Nightingale kon er niet meer om heen: statistische gegevens overtuigden haar ervan dat de slechte hygiëne een sleutelrol had gespeeld bij het overlijden van de vele soldaten. Na haar terugkomst in Engeland schreef ze een 850 pagina’s tellend rapport waarin ze met cijfers aantoonde wat er mis was met de legerzorg. Om de regering de ernst van de zaak te laten inzien, ontwikkelde, de in wiskunde en statistiek zeer begaafde, Nightingale een diagram. Daarin werden de relevante gegevens overzichtelijk gepresenteerd. Zo werd zij de uitvindster van het pooldiagram6.
Tevens introduceerde zij het gebruik van statistieken in de gezondheidszorg om de omvang van problemen en de effectiviteit van de interventies te visualiseren en onderbouwen. Haar werk was een vroege vorm van evidence based practice. Door haar pionierswerk op statistisch gebied – zeer opmerkelijk voor een vrouw in die tijd – werd zij het eerste vrouwelijke lid van de Royal Statistical Society.
Ze werd Fellow van de Royal Statistical Society in 1858 en erelid van de American Statistical Association in 1874.
In 1907 kreeg Nightingale als eerste vrouw de Order of Merit, een hoge koninklijke onderscheiding. Dat was drie jaar voor haar dood in 1910. Koning Eduard VII weigerde aanvankelijk de onderscheiding toe te kennen omdat ze een vrouw was. Karl Pearson erkende Nightingale als een “profetes” in de ontwikkeling van toegepaste statistieken, Haar opvatting dat gezondheid niet slechts de afwezigheid van ziekte is, maar de situatie waarin een mens al zijn of haar talenten kan ontplooien, heeft de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bepaald.
1 Florence Nightingale (1820–1910), dankt haar naam aan de plaats waar ze werd geboren.
2 De Krimoorlog (4/(16) oktober 1853 – 13/(25) februari 1856) was een conflict, uitgevochten tussen het keizerrijk Rusland en een alliantie van het Tweede Franse Keizerrijk, het Britse Rijk, het Ottomaanse Rijk en het koninkrijk Sardinië. De oorlog maakte deel uit van de langlopende strijd tussen de Europese grootmachten om invloed op grondgebied van het in verval rakende Ottomaanse Rijk uit te oefenen. Het conflict vond grotendeels plaats op de Krim, maar er waren ook kleinere campagnes in Westelijk Anatolië, de Kaukasus, de Oostzee, de Grote Oceaan en de Witte Zee. De Krimoorlog staat bekend om de logistieke en tactische fouten tijdens de landcampagne aan beide zijden, maar leidde uiteindelijk tot de nederlaag van Rusland en in 1856 tot de Vrede van Parijs.
3 James Joseph Sylvester (1814–1897) was een Britse wiskundige. Hij leverde fundamentele bijdragen aan de matrixtheorie, de invariantentheorie, de getaltheorie, partitietheorie en de combinatoriek. Hij had een leidende rol in de Amerikaanse wiskunde van de tweede helft van de 19e eeuw als professor aan de Johns Hopkins-universiteit en als oprichter van de American Journal of Mathematics. Bij zijn dood was hij hoogleraar aan de Universiteit van Oxford.
4 John Stuart Mill (1806–1873) was een Engels filosoof en econoom. Hij was een voorstander van het utilitarisme, de ethische theorie die voorgesteld werd door zijn peetoom Jeremy Bentham. Zijn eigen versie hiervan beschreef hij in het werk Utilitarianism, waarbij hij aangaf dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen verschillende soorten genot. In 1851 huwde Mill met Harriet Taylor Mill na 21 jaar intieme vriendschap. Taylor was getrouwd toen ze elkaar ontmoetten. Haar relatie met Mill was hecht maar kuis in de jaren vóór haar eerste man overleed. Taylor had een belangrijke invloed op het werk en de ideeën van Mill zowel tijdens de jaren van vriendschap als tijdens hun huwelijk. Nog voor hij haar kende was Mill al een verdediger van de vrouwenrechten en dat werd door haar nog versterkt. In zijn laatste revisie van On Liberty noemt hij haar als zijn belangrijkste invloed en inspiratie voor het schrijven van het boek, dat in grote mate ook haar eigen ideeën weerspiegelt.
5 Virginia Woolf (1882–1941) was een Britse schrijfster en feministe. Ze was stichtend lid van de Bloomsburygroep en werd in het interbellum een belangrijke figuur in het literaire leven van Londen. Woolf werd als Adeline Virginia Stephen geboren te Londen, in een klassiek Victoriaans gezin. Haar vader Sir Leslie Stephen was een bekend literair criticus en redacteur van de Dictionary of National Biography. Na de dood van haar moeder Julia Jackson in 1895 kreeg Woolf op dertienjarige leeftijd een eerste zenuwinzinking. Later liet ze in haar autobiografie Moments of Being doorschemeren dat zij en haar zuster Vanessa Bell slachtoffer waren geworden van seksueel misbruik door hun halfbroers George en Gerald Duckworth. Na de dood van haar vader in 1904 verhuisde ze met haar zuster Vanessa naar een huis in Bloomsbury. Ze vormden het begin van een intellectuele kring die bekend zou worden als de Bloomsburygroep en waarvan onder meer John Maynard Keynes deel zou uitmaken.
6 Pooldiagram

Hierboven zie je een beroemd diagram. Het is de zogenaamde “coxcomb” gepubliceerd door Florence Nightingale. Voor de maanden juli 1854 tot en met maart 1855 geeft het het aantal doden weer tijdens de Krimoorlog ten gevolge van verschillende oorzaken. De binnenste oranjeroze-achtige gebieden zijn de doden ten gevolgen van oorlogswonden. De groengrijzige buitenste gebieden zijn de doden ten gevolge van besmettelijke ziektes die voorkomen kunnen worden door betere hygiëne, zoals cholera en typhus. De bruinige gebieden zijn de doden met “overige” oorzaken. Het diagram is zó gemaakt dat elke maand eenzelfde middelpuntshoek heeft, en dat de oppervlakten in verhouding tot de aantallen doden staan.

