Op de avond van 11 oktober 1973 verklaarden de 42-jarige Charles Hickson1 en de 19-jarige Calvin Parker2 tegenover het sheriffkantoor van Jackson County, Mississippi, dat ze aan het vissen waren vanaf een pier aan de westoever van de Pascagoula-rivier in Mississippi, toen ze een zoemend/fluitend geluid hoorden, twee knipperende blauwe lichten zagen en een ovaalvormig object waarnamen met een doorsnede van 9 tot 12 meter en een hoogte van 2,5 tot 3 meter.
Parker en Hickson verklaarden dat ze “bij bewustzijn maar verlamd” waren, terwijl drie “wezens” met “robotachtige spleetbekken” en “krabachtige scharen” hen aan boord van het object namen en hen aan een onderzoek onderwierpen.
Politie verhoor
Ze werden, op het bureau, onderworpen aan een verhoor. Dat verhoor werd donderdagavond rond elf uur afgenomen door sheriff Fred Diamond en kapitein Glen Ryder. Het begon met Charlie die zei:
Ook al word ik het lachertje van het land, ik zal vertellen wat ik heb gezien en wat ik heb meegemaakt…
Hoe heette je ook alweer?
Charles Hickson. H-i-c-k-s-o-n. Ook al lachen ze me uit in Jackson County, ik zal doen wat ik weet dat goed is. Dat is alles wat ik kan doen. En ik verwacht niet dat iemand het gelooft. Het is gewoon ongelooflijk.
We moeten gewoon weten wat er is gebeurd. Wat er vanaf het begin met jullie is gebeurd.
Oké. Oké. Calvin en ik, die jongen – hij werkt met me – we gingen naar beneden, naar de rivier beneden bij de graansilo. We vingen daar een paar hardheads, een paar croakers, niet veel. Dus ik zei tegen Calvin: “Laten we naar de oude Shaupeter-scheepswerf gaan. Daar heb ik wel eens roodbaars en gevlekte forel gevangen.
Is hij jouw zoon?
Nee, nee. Hij is gewoon een vriend. Hij komt uit Jones County. Daar ben ik opgegroeid. Ik heb daar een boerderij en een huis. Nou, dus we gingen erheen om het een tijdje te proberen. We gingen daar zitten vissen. Ik weet niet hoe – ik denk dat we het tegelijkertijd gezien moeten hebben. Het was een blauw licht. Het cirkelde een beetje rond.
De UFO
Hoe hoog was het?
Je kon het nauwelijks zien. Het was niet heel dichtbij. Maar het was geen twee of drie mijl verderop. Het was behoorlijk dichtbij. En toen zag ik een blauw licht – je schrikt als je naar de lucht kijkt en een blauw licht ziet. Het trekt echt je aandacht. Even later kwam het vlak boven de baai. Weet je, zo’n zestig tot negentig centimeter boven de grond.
Hoe dichtbij was het?
Zo’n vijfentwintig tot dertig meter. Maar het zou ook vijfendertig tot veertig meter kunnen zijn geweest. Als je zoiets ziet, schrik je je rot! En ik kon het niet geloven. Ik begon richting de rivier te lopen.
Was er een geluid?
Een zacht zoemend geluid – nnnnnnnn, nnnnnnnn – gewoon dat, meer niet. Geen terugslag of zo. En je denkt dat je droomt, weet je. En ik begon richting de rivier te lopen, man. En Calvin – hij werd helemaal hysterisch.
Wat is Calvins achternaam?
Parker. Calvin Parker, junior. Hij heeft de naam van zijn vader. Charlie pauzeerde even en vervolgde: We waren dus vlak bij de rivier. Het raakte de grond niet. Het zweefde. En ineens – helemaal aan het einde – was er een opening, en drie van hen zweefden eruit. Ze stonden niet op de grond.
De Aliens
Hadden ze geen voeten?
Nee, ze hadden geen tenen. Maar ze hadden wel de vorm van voeten… Het was min of meer gewoon een rond ding op een been – als je het al een been kunt noemen… Ik was doodsbang. En ik met een spinhengel daar – dat was alles wat ik had. Ik kon niet – nou ja, ik was zo bang – nou ja, je kunt het je niet voorstellen. Calvin werd helemaal hysterisch –
En wat gebeurde er toen? Kwamen ze naar je toe?
Ze – nee, ze gleden gewoon naar me toe. Toen maakte een van hen een zoemend geluidje, en twee anderen maakten helemaal geen geluid.
Wat voor geluid?
Gewoon ZZZZZZ zzzZzZZZ.
Het klinkt als een machine?
Ja, zoiets. Misschien probeerde het contact te maken met de anderen. Kijk, ik weet het niet. Ik was toen zo ontzettend bang dat ik niets meer wist. En toen zweefden er twee achter me om en tilden me van de grond.
Aan je armen?
Aan mijn armen. Met hun grijpers. Ze moeten iets gedaan hebben. Ik werd gewoon van de grond getild.
Ze gebruikten geen kracht, toch?
Geen kracht. Ze deden me geen pijn. Ik voelde niets.
Hoe ging het met je vriend?
Hij viel flauw. En toen lieten ze me in dat ding glijden. Weet je, hoe je iemand begeleidt. We bewogen allemaal alsof we door de lucht zweefden. Toen ik daar aankwam, hadden ze me te pakken, weet je, ze hielden me daar gewoon vast. Er waren geen stoelen, geen ketting, ze bewogen me gewoon heen en weer. Ik kon me niet verzetten, ik zweefde gewoon – ik voelde niets, geen pijn. Ze hielden me een tijdje in die positie vast en tilden me dan weer op.

Je zei dat ze een soort instrument op je hadden, toch?
Een soort instrument, ik weet niet wat het was. Ik zag niets wat ik een instrument zou noemen, zoals ik nog nooit eerder had gezien.
Het “onderzoek”
Hoe zag het eruit? Kun je het beschrijven?
Ik kan het gewoon niet beschrijven.
Was het zoiets als een röntgenapparaat?
Nee, het leek niet op een röntgenapparaat. Er is geen manier om het te beschrijven. Het leek op een oog. Een groot oog. Er zat een soort opzetstuk aan. Het bewoog. Het zag eruit als een groot oog. En het ging over mijn hele lichaam. Op en neer. En toen lieten ze me achter.
Hebben ze je in de machine achtergelaten?
Ze lieten me helemaal alleen achter. En in de positie waarin ze me hadden geplaatst – ik kon niet bewegen. Alleen mijn ogen konden bewegen. En ik weet niet hoe lang ze me daar hebben achtergelaten. Ik weet niet eens of ik bij bewustzijn ben gebleven, maar ik denk van wel. En toen kwamen ze terug.
Hoe lang hebben ze je daar achtergelaten?
Dat weet ik niet. Ik draag nooit een horloge.
Hoe lang duurde het ongeveer?
Ik denk twintig tot dertig minuten. Toen ze terugkwamen, legden ze me weer om.
Opnieuw de Aliens
Je hebt niet geprobeerd met ze te praten, gevraagd wat er aan de hand was?
Jawel, ik weet het! Maar ik hoorde een zoemend geluid uit een van hen. Dat was alles. Ze schonken me geen aandacht, niet aan mijn gepraat of wat dan ook.
Hoeveel ogen hadden ze?
Er zouden ogen kunnen zijn geweest, maar ik zag er geen. Maar er was iets dat recht naar buiten stak, min of meer op de plek waar een neus zou zitten bij een mens.
Hadden ze haar?
Ik weet het niet. Ik zweer dat ik het niet weet. Dat is een complete leegte in mijn geheugen.
Je hebt naar ze gekeken, toch? Ademden ze?
Ik zweer dat ik het niet weet.
Hoe lang waren ze?
Ze waren ongeveer anderhalve meter lang.
Hadden ze geen kleren aan of zo?
Niet wat ik zag.
En je kunt me niet vertellen welke kleur ze hadden?
Man, je zou net zo bang als mij zijn.
Zagen ze er wit uit? Feestkleur? Blauw? Groen?
Voor zover ik me kan herinneren, zagen ze er bleek uit, zoals…
Gerimpelde huid?
Dat zou kunnen. Het leek een soort huidplooi. Ze hadden misschien iets aan, misschien ook niet. Ik weet het niet.
Je zegt dat er onder de neus een opening zat?
Een soort spleet, en ik heb die opening nooit zien bewegen. En ze hadden aan beide kanten van hun hoofd iets dat op oren leek, maar het waren geen oren zoals wij die kennen. En het hoofd… ik zag geen nek. Het leek alsof het gewoon op een lichaam zat.
Was dit vlak na zonsondergang?
Het was niet lang na zonsondergang.
Nou, waarom wachten jullie tot nu, zo laat, om ons te bellen?
Nou, meneer Fred, toen ik daar wegging, wist ik dat niemand me zou geloven. Ik ging langs de Mississippi Press en klopte op de deur. Er zat een zwarte man achter de balie. Ik zei dat ik een verslaggever wilde spreken. Hij zei dat er pas de volgende ochtend een verslaggever zou zijn. Ik dacht er nog eens over na. Als ik de sheriff bel, geloven ze me niet. Als ik de politie bel, geloven ze me niet…
Nou, hoe wist je dat dan, als je het niet geprobeerd had?
Nou, mijn excuses daarvoor. Dat was mijn gedachtegang.
Hoeveel had je gedronken?
Ik had niets gedronken, maar in de drie kwartier tot een uur voordat ik jullie belde, heb ik wel gedronken! Ik moest mijn zenuwen kalmeren. Ik werd bijna gek. En ik moet terug om het mijn vrouw te vertellen. Ze is vast helemaal overstuur.
Je vrouw is oké. Weet je nog dat je wegging? Van het schip. Toen ze je eruit zetten.
Het enige wat ik me herinner is dat die jongen, Calvin, daar gewoon stond. Ik heb nog nooit zo’n angst op iemands gezicht gezien als op dat van Calvin. Het duurde even voordat ik hem weer bij zinnen kreeg, en het eerste wat ik tegen hem zei was: “Jongen, niemand zal dit geloven. Laten we dit gewoon voor onszelf houden.” Maar hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik dacht dat ik de autoriteiten op de hoogte moest stellen.
Wat deden ze nadat ze je hebben vrijgelaten?
Er klonk een zoemend geluid, en toen was het weg.
Kun je het voertuig beschrijven?
Ja, dat kan ik. Het was ongeveer tweeënhalve meter hoog. Het was niet rond. Het was langwerpig, een beetje langwerpig, en de opening zat aan één uiteinde. Het enige licht dat ik aan de buitenkant zag, was dat blauwe licht.
Wat voor licht was er binnenin?
Ik zag geen lampen of zo. Het gloeide gewoon. Maar het was wel heel fel.

Charlie vertelde hoe hij probeerde de Keesler Air Force Base te bellen en hoe ze hem hadden gezegd de sheriff te bellen.
Sheriff Diamond vroeg Charlie om de volgende ochtend terug te komen voor een volledige verklaring. Charlie zei dat hij geen publiciteit wilde en zijn familie niet van streek wilde maken.
Daarna gingen Diamond en kapitein Ryder weg en lieten de twee mannen alleen achter in de kamer, terwijl de bandrecorder nog steeds aanstond.
Na het verhoor
Charlie’s stem trilde toen hij tegen Calvin zei: “Ik kan dit niet langer verdragen.” Calvin klonk wanhopig.
CALVIN: Ik moet naar huis en naar bed, of kalmeringspillen nemen, of naar de dokter gaan, of zoiets. Ik kan er niet tegen. Ik word er bijna gek van.
CHARLIE: Weet je, als we klaar zijn, zorg ik ervoor dat je iets krijgt om je te kalmeren, zodat je eindelijk kunt slapen.
CALVIN: Ik kan nu al niet slapen. Ik word er bijna gek van.
CHARLIE: Nou, Calvin, toen ze me eruit haalden – toen ze mij uit dat ding haalden, verdomme, ik heb je echt nooit meer helemaal op de rails gekregen.
Met verheven stem zei Calvin: “Mijn verdomde armen, mijn armen, ik weet nog dat ze gewoon verstijfden en ik kon niet bewegen. Net alsof ik op een ratelslang was gestapt.“
“Zo hebben ze mij niet behandeld” zuchtte Charlie. Nu praatten beide mannen alsof ze tegen zichzelf praatten.
CALVIN: Ik ben flauwgevallen. Ik denk dat ik nog nooit van mijn leven flauwgevallen ben.
CHARLIE: Zoiets heb ik nog nooit gezien. Je kunt mensen niet wijsmaken dat…
CALVIN: Ik wil hier niet blijven zitten. Ik wil een dokter zien…
CHARLIE: Ze kunnen maar beter wakker worden en gaan geloven… ze kunnen maar beter gaan geloven.
CALVIN: Zag je hoe die verdomde deur omhoog kwam?
CHARLIE: Ik weet niet hoe het openging, jongen. Ik weet het niet.
CALVIN: Het lag gewoon stil en ineens kwamen die klootzakken tevoorschijn.
CHARLIE: Ik weet het. Je kunt het niet geloven. Je kunt mensen het niet laten geloven.
CALVIN: Ik stond op dat moment verlamd. Ik kon me niet bewegen.
CHARLIE: Ze zullen het niet geloven. Ooit zullen ze het wel geloven. Misschien is het dan te laat. Ik wist al die tijd dat er mensen van andere werelden daarboven waren. Ik wist het al die tijd. Ik had nooit gedacht dat het mij zou overkomen.
CALVIN: Je weet zelf dat ik niet drink.
CHARLIE: Dat weet ik, jongen. Als ik thuis ben, neem ik nog een drankje, dan ga ik slapen. Kijk, waar zitten we hier nog te wachten? Ik moet Blanche gaan vertellen… waar wachten we nog op?
CALVIN (in paniek): Ik moet naar huis. Ik word misselijk. Ik moet hier weg.
Toen stond Charlie op en verliet de kamer, en Calvin bleef alleen achter.
CALVIN: Het is moeilijk te geloven… Oh God, het is vreselijk… Ik weet dat er een God daarboven is…
BRON: BEYOND EARTH: Man’s Contact With UFOs, Ralph & Judy Blum, 29-36
Leugendetector
Na de mysterieuze ontvoering slaagden Hickson en Parker beiden voor een leugendetectortest en werden ze zelfs onder hypnose ondervraagd. Onderzoekers hebben verklaard dat het verhaal van het duo nooit is afgeweken.
Desondanks werden ze door velen bespot en in twijfel getrokken.
Maria Blair
Dat is wat Maria Blair er 45 jaar lang van weerhield om naar voren te treden. Op diezelfde oktoberavond was Blair bij de rivier aan het wachten tot haar man, Jerry, met een boot zou vertrekken om op zee te gaan werken. Wat ze die nacht zag, vertelt ze nu voor het eerst in het openbaar. “Het was een warme nacht. Het was ongeveer 23 graden, en het was best makkelijk om gewoon in de auto te blijven zitten en te wachten tot de kapitein er was” zei Blair. Jerry viel in slaap en Maria zag een vreemd, blauw licht heen en weer schieten. Ze dacht er niet veel van, tot de volgende dag, toen ze het verhaal van Parker en Hickson hoorde. “Je keek omhoog naar de hemel, naar de sterren, de Grote Beer en zo, en toen zag ik het opstijgen” zei Blair. “Waar ik het zag opstijgen, was het blauwe licht precies boven de plek waar ze ontvoerd waren.” Op dat moment dacht ze dat het een vliegtuig of een helikopter was. “Je denkt toch niet dat het een UFO was?” zei Blair. Volgens Blair bleef het blauwe licht ongeveer 30 minuten lang geruisloos bewegen, waarna het uit het zicht verdween. “We hoorden een hard geluid van water, er viel iets in het water, het was een harde plons” zei Blair. “Het water rimpelde en toen ik naar beneden keek, zag ik een persoon in het water. Ik keek vlak onder me.” Blair weet nog steeds niet wat ze in het water heeft gezien en dacht er niet veel over na tot de volgende dag, toen ze hoorde wat Parker en Hickson aan de politie van Jackson County hadden verteld. “Ik zag twee mannen ontvoerd worden door een UFO,” zei ze. Hoewel ze ervan overtuigd was dat ze een UFO had gezien, heeft ze er met niemand over gepraat, behalve met haar familie. Blairs echtgenoot wilde dat ze het stilhield.
“Als ze erover praatte, zei ik tegen haar dat ze haar mond moest houden, anders zouden mensen denken dat ze gek was” zei Jerry Blair.
In 2019, na een bericht in de media over de ontvoering, vond Blair eindelijk de moed om naar voren te treden. Ze zei dat haar motivatie was om het verhaal van Calvin Parker en Charles Hickson te bevestigen.
1 Charles Hickson werd geboren in 1931 in Jones County, Mississippi, VS. Hij was getrouwd met Blanche. In september 2011 overleed Hickson op 80-jarige leeftijd aan een hartaanval.
2 In 2018 publiceerde Calvin Parker zijn boek, getiteld Pascagoula: The Closest Encounter, My Story, dat “het eerste volledige verslag is van de gebeurtenis zoals die door Parker zelf wordt beschreven, inclusief de impact ervan op zijn leven“.
Op 22 juni 2019 werd een historisch monument onthuld op de plek van de vermeende ontvoering. Het monument werd gefinancierd door de historische vereniging en de plaatsing werd goedgekeurd door de gemeente. Parker was aanwezig bij de onthulling, evenals Hicksons zoon en familie. Parker verklaarde: “Het is emotioneel voor me. Ik kan het eigenlijk niet beschrijven, want dan zou ik in tranen uitbarsten. Ik wou dat ik na mijn dood hier onder dit monument begraven kon worden, dat zou het het beste omschrijven. Het is een grote eer.”
Parker overleed in augustus 2023 op 68-jarige leeftijd aan nierkanker.

