Hobbes of Rousseau?

Bij het lezen van Bregman’s1De meeste mensen deugen” kwam ik een passage tegen over de tegenstrijdige filosofieën van Thomas Hobbes en Jean-Jacques Rousseau. Zoals Bregman ze beschrijft waren het volledige tegenpolen. Ik wilde me toch eens in de nuances verdiepen…

Twee tegengestelde visies

In de politieke filosofie staan Thomas Hobbes (1588–1679)2 en Jean-Jacques Rousseau (1712–1778)3 vaak tegenover elkaar als twee polen van het sociaal-contract denken.

Beiden zoeken een antwoord op dezelfde fundamentele vraag:

Hoe is politieke orde mogelijk onder vrije en gelijke mensen?

Toch komen zij tot radicaal verschillende conclusies over de menselijke natuur, de oorsprong van ongelijkheid, de legitimiteit van gezag en de betekenis van vrijheid.

Historische context

Hobbes schrijft in de context van de Engelse Burgeroorlog. Zijn beroemdste werk, Leviathan (1651), is doordrongen van angst voor chaos, religieuze twisten en burgeroorlog.

Voorblad van Leviathan

Rousseau schrijft in de aanloop naar de Franse Revolutie. Zijn werken, waaronder Du contrat social (1762), zijn doordrenkt van kritiek op sociale ongelijkheid en aristocratische corruptie.

Voorpagina van Du Contract Social

Hun politieke theorieën weerspiegelen hun historische ervaringen:

  • Hobbes vreest anarchie.
  • Rousseau vreest corruptie door beschaving.

Het mensbeeld als vertrekpunt

Hobbes: conflict en wantrouwen

Voor Hobbes is de mens van nature:

  • fundamenteel zelfbehoudend,
  • rationeel calculerend,
  • gedreven door angst en eerzucht.

Omdat mensen gelijk zijn in hun vermogen elkaar te schaden, ontstaat competitie, wantrouwen en geweld.

Zijn beroemde formulering:

Het leven van de mens is “solitary, poor, nasty, brutish and short.”

De natuurtoestand is een oorlog van allen tegen allen (bellum omnium contra omnes).

Rousseau: onschuld en eenvoud

Rousseau ziet dit “van nature” heel anders:

  • de mens is van nature goed,
  • eenvoudig,
  • medelevend (pitié),
  • weinig competitief.

Conflict ontstaat pas wanneer privé-eigendom en sociale vergelijking verschijnen.

Waar Hobbes de mens als potentieel gevaar ziet, ziet Rousseau hem als gecorrumpeerd door maatschappij en instituties.

Het sociaal contract

Beiden introduceren een sociaal contract, maar de uitkomst verschilt fundamenteel.

Hobbes: overdracht van macht

Voor Hobbes sluiten individuen een contract om hun natuurlijke rechten over te dragen aan een soeverein (een monarch of vergadering).

De kern:

  • absolute macht bij de soeverein,
  • veiligheid boven vrijheid,
  • gehoorzaamheid in ruil voor bescherming.

De staat is een kunstmatig lichaam: de Leviathan. Zonder deze sterke soeverein vervalt de samenleving in chaos.

Vrijheid betekent hier: niet gehinderd worden door anderen binnen de grenzen die de wet toestaat.

Rousseau: algemene wil

Rousseau verwerpt absolute soevereiniteit.

In zijn visie zullen:

  • individuen zich niet onderwerpen aan een persoon,
  • maar aan de “algemene wil” (volonté générale).

De algemene wil is niet de optelsom van individuele belangen, maar het gemeen-schappelijke belang.

Vrijheid betekent hier gehoorzamen aan een wet die men zichzelf heeft opgelegd.

Vrijheid: negatief versus positief

In de visie op “vrijheid” ligt hun diepste tegenstelling.

Hobbes

  • Vrijheid = afwezigheid van externe belemmering.
  • Veiligheid is prioriteit.
  • Politieke gehoorzaamheid is rationele keuze.

Rousseau

  • Vrijheid = zelfwetgeving.
  • Ware vrijheid is moreel en collectief.
  • Politieke participatie is essentieel.

Hobbes’ vrijheid is individueel en defensief.
Rousseau’s vrijheid is collectief en normatief.

Eigendom en ongelijkheid

Rousseau ziet privé-eigendom als oorsprong van sociale ongelijkheid:

De eerste die een stuk grond omheinde en zei: dit is van mij — en mensen vond die hem geloofden — was de ware stichter van de burgerlijke samenleving.”

Voor Hobbes is eigendom slechts mogelijk binnen een stabiele staat. Zonder soeverein is er geen recht, en dus geen eigendom.

Rousseau analyseert ongelijkheid moreel.
Hobbes analyseert orde functioneel.

Religie en moraal

Hobbes wantrouwt religieuze verdeeldheid; daarom moet religie onder staats-controle staan.

Rousseau verdedigt een burgerlijke religie die morele cohesie bevordert, maar verwerpt kerkelijke machtsstructuren.

Beiden zien religie als potentieel destabiliserend.

Invloed op latere politieke theorie

Hobbes beïnvloedde:

  • realisme in politieke theorie,
  • moderne staatsleer,
  • veiligheidsdenken,
  • autoritaire legitimatie.

Rousseau beïnvloedde:

  • democratische theorie,
  • republikanisme,
  • revolutionair denken,
  • participatieve politiek.

Zijn idee van de algemene wil inspireerde zowel democratische bewegingen als, controversieel, totalitaire interpretaties.

Filosofische kernvraag

Het verschil kan worden samengevat in één fundamentele spanning:

Is politieke orde primair een middel om geweld te voorkomen (Hobbes), of een instrument om morele vrijheid te realiseren (Rousseau)?

Hobbes kiest voor veiligheid als hoogste goed.
Rousseau kiest voor autonomie als hoogste goed.

Conclusie

Hobbes en Rousseau delen een methodologische aanpak — het sociaal contract — maar hun antropologie en normatieve doelen zijn tegengesteld.

Hobbes is de filosoof van angst en orde.
Rousseau is de filosoof van hoop en morele gemeenschap.

Hun debat is nog steeds actueel in discussies over:

  • veiligheid versus burgerrechten
  • autoriteit versus participatie
  • liberale staat versus republikeinse democratie

Wie Hobbes volgt, accepteert sterke macht als prijs voor stabiliteit.
Wie Rousseau volgt, gelooft dat politieke gemeenschap vrijheid kan verdiepen.

De moderne democratie beweegt voortdurend tussen deze twee polen.


1 Rutger Christiaan Bregman (Renesse, 26 april 1988) is een  Nederlands  geschiedkundige, schrijver en opiniemaker. Hij maakte naam met een pleidooi voor een universeel basisinkomen. Zijn bekendste werk is De meeste mensen deugen.
In oktober 2025 hield Bregman vier lezingen voor de BBC onder de naam Reith Lectures, een serie die jaarlijks door de BBC wordt georganiseerd. In de eerste lezing had Bregman de Amerikaanse president Trump “de meest openlijk corrupte president in de Amerikaanse geschiedenis” genoemd. Die zin bleek in november dat jaar echter niet meer voor te komen in de uitgezonden versie van de lezing. Bregman verklaarde op social media dat het verwijderen van deze uitspraak tegen zijn zin was gebeurd en dat hij er ontzet over was. Hij sprak over censuur door de BBC. De omroep bevestigde het wegknippen van het fragment en verklaarde dat dit was gebeurd na het inwinnen van juridisch advies. De BBC was kort ervoor onder druk komen te staan vanuit de Verenigde Staten vanwege een suggestieve montage van een van de toespraken van Trump in een aflevering van het programma Panorama, iets dat een grote controverse had veroorzaakt, die uiteindelijk leidde tot het ontslag van de algemeen directeur van de BBC en van de hoofdredacteur van BBC News.

2 Thomas Hobbes (1588–1679) was een Engels filosoof. Hij geldt als een van de grondleggers van de moderne politieke filosofie. Zijn in 1651 verschenen boek Leviathan legde vanuit het perspectief van de sociaalcontract-theorie de basis voor de moderne westerse politieke filosofie. 

3 Jean-Jacques Rousseau (1712–1778) was een baanbrekend filosoof en schrijver. Hij heeft invloed uitgeoefend op de literatuur, pedagogiek en politiek. Rousseau was behalve filosoof en pedagoog ook componist. Hij componeerde zeven opera’s en andere muziekstukken. Tevens was hij een liefhebber van plantkunde. Rousseau begon zijn loopbaan als lakei, secretaris, huis- en muziekleraar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *