IQ: wat is het en wat niet

Weinig psychologische begrippen zijn zo bekend én zo omstreden als IQ.
Voor sommigen is het een van de beste voorspellers van schoolsucces en beroepsprestaties. Voor anderen is het een te beperkte maatstaf die menselijke intelligentie reduceert tot een enkel getal.

De werkelijkheid ligt, zoals vaak, tussen deze uitersten. IQ-testen behoren tot de best onderzochte meetinstrumenten in de psychologie, maar ze meten niet alles wat wij onder intelligentie verstaan.

Wat is IQ?

IQ staat voor Intelligentiequotiënt (Intelligence Quotient) en verwijst naar een gestandaardiseerde score, die aangeeft hoe iemand presteert op cognitieve taken ten opzichte van leeftijdsgenoten.

Bij moderne IQ-testen is het gemiddelde 100, met een standaardafwijking van 15.

Dat betekent:

IQPercentage bevolking
70ongeveer 2%
85ongeveer 16%
100gemiddeld (64%)
115ongeveer 16%
130ongeveer 2%
145+minder dan 0,1%

Een IQ-score zegt dus niet hoeveel iemand weet, maar hoe iemand presteert ten opzichte van een normgroep.

De oorsprong van IQ

De geschiedenis begint rond 1900 met Alfred Binet1

Alfred Binet (1857–1911)

Alfred Binet

De Franse psycholoog Alfred Binet kreeg van de Franse overheid de opdracht om kinderen te identificeren die extra onderwijs nodig hadden. Daarvoor ontwikkelde hij een test waarmee hij:

  • begrip
  • geheugen
  • redeneren
  • probleemoplossend vermogen

kon testen.
Maar Binet waarschuwde nadrukkelijk: “Intelligentie is complex en kan niet volledig in één getal worden gevangen.” Ironisch genoeg werd zijn test daar later precies voor gebruikt.

William Stern

De Duitse psycholoog William Stern introduceerde de term IQ. Met als definitie:

IQ = mentale leeftijd / kalenderleeftijd × 100

Een kind van 10 jaar dat presteerde als een gemiddeld 12-jarig kind kreeg dan een IQ van 120.

De Stanford-Binet test

In de Verenigde Staten werd de test aangepast door Lewis Terman2. Wat leidde tot de beroemde:

Stanford-Binet Intelligence Scale

Deze test werd jarenlang de standaard.

De moderne IQ-testen

Tegenwoordig worden vooral andere testen gebruikt:

Wechsler-tests

Deze testen werden ontwikkeld door David Wechsler3 in een paar varianten:

  • WAIS (volwassenen)
  • WISC (kinderen)

Deze zijn wereldwijd nog steeds de meest gebruikte IQ-testen.

Wat meten IQ-testen?

Moderne IQ-testen bestaan uit meerdere onderdelen.

Verbaal begrip

Dan hebben we het over woordenschat, het vinden van overeenkomsten en algemene kennis.

Werkgeheugen

Dat houdt onder meer in: cijfers onthouden en informatie tijdelijk manipuleren

Verwerkingssnelheid

Hoe snel kan iemand eenvoudige cognitieve taken uitvoeren.

Perceptueel redeneren

Dat is patronen herkennen, ruimtelijk inzicht en abstract denken,

Samen leveren deze onderdelen een totaal-IQ op.

Het g-factor model

Een belangrijke ontwikkeling kwam van Charles Spearman4. Hij ontdekte dat mensen die goed presteren op één cognitieve taak vaak ook goed presteren op andere.

Hij noemde dit:

g = general intelligence

Volgens Spearman bestaat er een algemene cognitieve factor achter verschillende mentale vaardigheden. Tot op heden vormt de g-factor een van de sterkst gerepliceerde bevindingen in de psychologie.

Hoe betrouwbaar zijn IQ-testen?

Dit is een van de sterkste punten van IQ-onderzoek. Professionele IQ-testen hebben vaak een betrouwbaarheid van 0,90 tot 0,98. Dat is uitzonderlijk hoog, veel medische metingen halen vergelijkbare niveaus. Wanneer iemand vandaag en over enkele maanden opnieuw wordt getest, zal de score meestal dicht bij elkaar liggen.

Wat voorspelt IQ?

Onderzoek laat zien dat IQ sterk correleert met:

  • schoolprestaties
  • studiesucces
  • cognitieve beroepsprestaties
  • snelheid van leren

Matig correleert met:

  • inkomen
  • carrièrecomplexiteit
  • beroepsniveau

En zwak correleert met:

  • geluk
  • relaties
  • karakter
  • moreel gedrag

Een hoog IQ maakt iemand niet automatisch wijs, gelukkig, vriendelijk of succesvol.

Het Flynn-effect

De Nieuw-Zeelandse onderzoeker James Flynn ontdekte iets opmerkelijks: gedurende de twintigste eeuw stegen IQ-scores wereldwijd gemiddeld ongeveer 3 punten per decennium.

Mogelijke verklaringen daarvoor zijn:

  • beter onderwijs
  • betere voeding
  • complexere samenleving
  • meer abstract denken

In sommige landen lijkt dit effect inmiddels wel te zijn afgevlakt.

Kritiek op IQ

In de loop der tijden kwam er ook kritiek op de meting van IQ. ER werd van meerdere kanten gewezen op het feit dat er meerdere vormen van intelligentie zijn. De bekendste is:

Emotionele intelligentie

Daniel Goleman5 populariseerde het begrip Emotionele intelligentie (EQ). Dit omvat empathie, zelfinzicht en sociale vaardigheden. Dat zijn zaken die niet of nauwelijks worden gemeten door IQ-testen.

Culturele bias

Critici vragen zich af ook af of IQ-testen cultureel neutraal zijn? Worden bepaalde groepen bevoor- of benadeeld? Moderne tests proberen dit te minimaliseren, maar discussie hierover blijft bestaan.

Genen versus omgeving

De IQ test wordt ook ingezet om een antwoord te vinden op een van de meest onderzochte vragen: zijn het de genen of de omgeving die iemand’s IQ bepalen?

De huidige wetenschappelijke stand van zaken is dat intelligentie deels erfelijk is, maar ook wordt beïnvloed door omgeving. Bij volwassenen schatten veel studies de bijdrage van erfelijkheid in tussen de 50% en 80%.
Dat betekent niet dat intelligentie vastligt. Goede voeding, onderwijs en stimulatie hebben grote invloed.

Wat IQ niet meet

Een IQ-test meet niet:

  • wijsheid
  • creativiteit in brede zin
  • humor
  • doorzettingsvermogen
  • empathie
  • moreel oordeel
  • levenswijsheid

Daarom kunnen mensen met een gemiddeld IQ toch uitzonderlijke prestaties op bepaalde gebieden leveren, terwijl mensen met een zeer hoog IQ op sommige gebieden juist weer minder succesvol zijn dan verwacht.


1 Alfred Binet (1857–1911) was een Franse psycholoog, naar wie de Stanford-Binet-intelligentieschaal is genoemd. Hij werkte op het terrein van de experimentele psychologie. Vanaf 1894 was hij directeur van het Laboratoire de physiologique van de Sorbonne, dat in 1889 was opgericht door Ribot. Het was het eerste laboratorium voor experimentele psychologie in Frankrijk. In 1905 publiceerde Binet samen met zijn collega Théodore Simon zijn intelligentietest, de Binet-Simon-test, en was daarmee de grondlegger van de intelligentietest.

2 Lewis Madison Terman (1877-1956) was een Amerikaanse psycholoog, academicus en voorstander van eugenetica. Hij stond bekend als een pionier in de onderwijspsychologie in het begin van de 20e eeuw aan de Stanford School of Education.
Terman is vooral bekend vanwege zijn herziening van de Stanford–Binet Intelligence Scales en vanwege het initiëren van de longitudinale studie van kinderen met hoge IQ’s, de Genetic Studies of Genius.

3 David Wechsler (1896–1981) was een Amerikaans psycholoog die bekend werd door het ontwerpen van twee bekende intelligentietests: de Wechsler Intelligence Scale for Children (WISC) en de Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS).
Wechsler werd geboren in een Joods gezin in Lespezi (Roemenië), en immigreerde als kind met zijn ouders naar de Verenigde Staten. Hij studeerde aan het City College van New York en aan de Columbia-universiteit, waar hij in 1917 afstudeerde, en in 1925 onder Robert S. Woodworth promoveerde. Wechsler werd in 1932 benoemd tot hoofdpsycholoog aan het beroemde Bellevue Hospital in New York, waar hij tot 1967 verbleef.

4 Charles Spearman (1863-1945) was een Brits psycholoog. Hij begon oorspronkelijk met filosofie, maar daar bleek zijn interesse toch niet te liggen, dus besloot hij het leger in te gaan, waar hij bijna een kwart van zijn leven doorbracht. Spearman haalde zijn Ph.D. in Duitsland onder Wundt. Hij behaalde zijn doctoraat in Leipzig in 1904. In 1907 ging hij naar Londen om daar het departement voor experimentele psychologie over te nemen. Hier bleef hij werken tot 1932. Daarna werd hij leraar aan de universiteit van Colombia, de katholieke universiteit van Amerika, Chicago, maar ook de universiteit van Caïro.
Spearman was sterk beïnvloed door het werk van Francis Galton. Hij had een sterk statistische achtergrond, wat terug te zien is in zijn werk. Hij was een van de pioniers op het terrein van de factoranalyse en bedenker van de Spearmans rangcorrelatiecoëfficiënt. Hij is bekend vanwege de term ‘algemene intelligentie’ (‘g’ van general) en de twee-factorentheorie van intelligentie. Dit laatste houdt in dat intellectueel functioneren volgens hem bestaat uit een algemene intelligentie plus specifieke intelligenties voor verschillende mentale taken. Dit is tegenwoordig nog steeds een discussiepunt onder psychologen.

5 Daniel Goleman (1946- ) is een Amerikaans psycholoog, schrijver en wetenschapsjournalist. Zijn internationale bekendheid dateert uit 1995, toen zijn boek Emotional Intelligence uitkwam. Het verscheen in veertig talen en er zijn al meer dan vijf miljoen exemplaren van verkocht.
Hij heeft het begrip emotionele intelligentie niet zelf bedacht (dat waren John D.Mayer en Peter Salovey), maar maakte een breed publiek duidelijk, dat  Intelligentiequotiënt (IQ) niet allesbepalend is voor succes. Het vermogen in sociale situaties goed te functioneren (emotionele intelligentie) is minstens even belangrijk. Daarbij horen, volgens Goleman, zelfkennis, zelfbeheersing en het vermogen eigen emoties en die van de ander te herkennen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *