De Silurische hypothese is een gedachte-experiment waarbij wordt onderzocht of de moderne wetenschap in staat is om bewijzen te vinden van een geavanceerde beschaving die miljoenen jaren geleden zou hebben bestaan. De hypothese stelt dat er op aarde een beschaving zou kunnen hebben bestaan vóór de mens, maar dat eventuele bewijzen hiervan door de tijd heen zijn verdwenen.
Het concept van (onbekende en onvindbare) pre-menselijke beschavingen is verkend in de populaire cultuur, waaronder boeken, televisieseries en korte verhalen. Deze gewaagde theorie stelt dat wij niet de eerste geavanceerde beschaving op aarde zijn. Als er miljoenen jaren geleden een geavanceerde beschaving op aarde heeft geleefd, zouden we dat dan kunnen vaststellen?
De mensheid is al lange tijd gefascineerd door de mogelijkheid om technologisch geavanceerde wezens elders in het universum te vinden, maar wat als zo’n beschaving hier op aarde heeft geleefd, lang voordat de mens evolueerde?
De hypothese voor het eerst wetenschappelijk onderzocht in 2018, in een artikel door Adam Frank1, een astrofysicus aan de Universiteit van Rochester, en Gavin Schmidt2, directeur van het Goddard Institute for Space Studies. Frank en Schmidt stelden zich een geavanceerde beschaving voor vóór de mens en vroegen zich af of het mogelijk zou zijn om een industriële beschaving te detecteren in het geologisch archief. Ze noemden deze mogelijkheid de ‘Silurische hypothese’, naar een geavanceerd reptielenras uit de langlopende BBC-sciencefictionserie Doctor Who. Deze humanoïde reptielen zouden een geavanceerde beschaving hebben gehad voor de mensheid bestond. De naam Silurians verwijst op zijn beurt naar de geologische periode Siluur.
Frank en Schmidt citeren ook Inherit the Stars, een roman uit 1977 van James P. Hogan, waarin een soortgelijke hypothese wordt besproken. Ze geven echter aan verrast te zijn door hoe zelden het concept in sciencefiction werd verkend.

Frank benaderde Schmidt overigens oorspronkelijk om te bespreken hoe buitenaardse beschavingen gedetecteerd konden worden aan de hand van hun mogelijke impact op het klimaat, door de studie van ijskernen en jaarringen van bomen. Ze realiseerden zich beiden dat de hypothese uitgebreid kon worden naar de aarde en de mensheid, omdat mensen in hun huidige vorm al 300.000 jaar bestaan maar pas de laatste paar eeuwen over geavanceerde technologie beschikken.
De onderzoekers richtten zich op een periode tussen 400 miljoen en 4 miljoen jaar geleden en vroegen zich af welk bewijs deze hypothetische samenleving zou kunnen achterlaten. Ze concludeerden dat, hoewel het uiterst onwaarschijnlijk is, bewijs voor een dergelijke beschaving moeilijk te vinden zou zijn.
In slechts een paar honderd jaar tijd hebben onze industrieën een enorme impact gehad op het klimaat en de ecosystemen van de wereld. Maar als de mensheid binnen een paar honderd miljoen jaar zou verdwijnen, zou elk direct bewijs van onze samenleving – of een eerdere, vergelijkbare samenleving – vrijwel zeker verdwenen zijn. Onze grootste steden zouden in een geologisch oogwenk verdwijnen, als gevolg van erosie en tektonische bewegingen.
In plaats daarvan zouden wetenschappers die op zoek zijn naar een lang verloren beschaving moeten zoeken naar de geologische sporen van hun activiteiten. Een geïndustrialiseerde beschaving zou waarschijnlijk veel van dezelfde behoeften hebben als de moderne mens, waaronder het produceren van grote hoeveelheden energie en voedsel. We zouden dus kunnen verwachten dat ze vergelijkbare sporen achterlaten in de gesteenten en sedimenten van de aarde, zoals bewijs van massale koolstofuitstoot, wereldwijde klimaatveranderingen en de stijging van de zeespiegel.
Het probleem is dat klimaatverandering veroorzaakt door een beschaving die fossiele brandstoffen verbrandt, in het geologisch archief moeilijk te onderscheiden is van klimaatverandering veroorzaakt door natuurlijke krachten. Er is zelfs een griezelige gelijkenis tussen de moderne klimaatverandering en gebeurtenissen in de aardgeschiedenis die bekend staan als ‘hyperthermalen‘. Zo’n gebeurtenis vond ongeveer 55 miljoen jaar geleden plaats, toen de wereldwijde temperaturen met wel 8 °C stegen, maar hyperthermalen vallen meestal samen met intense tektonische activiteit.
Nog een probleem: hoe langer een geavanceerde beschaving bestaat, hoe meer bewijs ze achterlaat. Maar om lang te overleven, zou een beschaving duurzaam moeten worden, wat minder geologische sporen zou achterlaten. Een samenleving die bijvoorbeeld draait op wind- en zonne-energie, zou minder sporen achterlaten dan een samenleving die draait op fossiele brandstoffen. Deze paradox verklaart waarom het onwaarschijnlijk is dat we sporen van een vroegere beschaving zullen vinden, mocht die bestaan hebben.
De Silurische hypothese zet ons aan het denken over welke sporen de mensheid achterlaat. Het beantwoorden van deze vragen kan ons helpen bij het verfijnen van onze zoektocht naar geavanceerde beschavingen op andere planeten.
1 Adam Frank (1962- ) is een Amerikaanse natuurkundige, astronoom en schrijver. Zijn wetenschappelijk onderzoek richt zich op computationele astrofysica, met een nadruk op stervorming en de latere stadia van stellaire evolutie. Zijn werk omvat studies naar de atmosferen van exoplaneten en astrobiologie. Dit laatste omvat studies naar de algemene reactie van planeten op de evolutie van energie-intensieve beschavingen (exo-beschavingen). Zijn populaire geschriften richten zich op wetenschappelijke vraagstukken in hun culturele context. Onderwerpen zijn onder meer: klimaatkwesties en de toekomst van de mensheid, technologie en culturele evolutie; de aard van de geest en ervaring; wetenschap en religie. Hij is medeoprichter van de 13.7 Cosmos and Culture Blog, die oorspronkelijk werd uitgezonden op National Public Radio (NPR) en hij is een vaste gast in het radioprogramma All Things Considered van NPR. Hij schrijft af en toe voor de New York Times.
2 Gavin A. Schmidt is een Britse klimatoloog, klimaatmodelleur en directeur van het NASA Goddard Institute for Space Studies (GISS) in New York, en medeoprichter van de klimaatwetenschapsblog RealClimate.

