Bijna 2000 jaar geleden begroef de Vesuvius een enorme verzameling tekstrollen in as en verschroeide ze tot effen zwarte brokken. Nu hebben onderzoekers, zonder ze uit te rollen, twee van hen geïdentificeerd als het werk van een bekende stoïcijnse filosoof.
De doorbraak komt van de Vesuvius Challenge, een internationale onderzoeks-inspanning om de rollen digitaal te lezen die bewaard bleven toen Pompeii en Herculaneum in 79 werden begraven door as en puimsteen. Papyrologen, die de oude manuscripten bestudeerden, maakten onlangs (25 juni 2026) bekend dat ze het overgebleven gedeelte van één boekrol, bekend als PHerc 1667, digitaal hadden uitgepakt. Hierbij werd ongeveer 1,5 meter aan doorlopende Griekse tekst in 20 kolommen onthuld. Onderzoekers hebben ook meer dan 70 tekstkolommen teruggevonden op een tweede boekrol, PHerc 172.
“Al bijna twee millennia lang zijn veel van deze teksten fysiek bewaard gebleven, maar intellectueel ontoegankelijk” zei Brent Seales, mede-oprichter van de Vesuvius Challenge en computerwetenschapper aan de Universiteit van Kentucky.
“Vandaag, na jaren van interdisciplinair werk, geavanceerde beeldvorming, kunstmatige intelligentie, academisch onderzoek en een innovatiewedstrijd kunnen we ze eindelijk lezen.”
De afgelopen jaren hebben Seales en zijn team een synchrotron gebruikt om röntgenfoto’s in de rollen te maken en daarmee de inkt detecteerden waarmee de oude Romeinen vroeger schreven. De tekst die daardoor zichtbaar werd, werd vervolgens bestudeerd door papyrologen, die de tekst vertaalden.

a. Foto van de verzegelde Herculaneum-rol PHerc 1667.
b. Transversale tomografische doorsnede die de geneste interne wikkelingsstructuur van de verkoolde papyrus toont.
c. Longitudinale tomografische doorsnede die de gelaagde structuur langs de as van de rol toont.
d. Oppervlakte-geconditioneerde weergave van het gereconstrueerde schrijfoppervlak na virtuele ontwikkeling en inktversterking, weergegeven in drie opeenvolgende banden van het afgevlakte parameterdomein (I-III). De zwarte achtergrond komt overeen met gebieden buiten het bewaarde schrijfoppervlak of met fysiek ontbrekend of beschadigd substraat. Binnen het grijze papyrusoppervlak duiden donkere strepen op de voor wetenschappers bestemde inktweergave die wordt gebruikt voor papyrologisch onderzoek. De afbeelding vat de overgang samen van een verzegelde fysieke rol naar een doorlopend, inspecteerbaar schrijfoppervlak.
Onderdeel van PHerc 1667 werd al fysiek geopend in de jaren tachtig (van de vorige eeuw), maar overlappende lagen verduisterden het schrift zo erg dat de boekrol een leesbaarheidsscore van nul kreeg, aldus Federica Nicolardi, papyroloog aan de Universiteit van Napels.
Het handschrift en de tekst van PHerc 1667 suggereert dat de boekrol dateert uit de tweede of derde eeuw voor Christus, waardoor het een van de oudste rollen in de Herculaneum-collectie is. Deze vroege datum betekent dat het niet geschreven kan zijn door Philodemus van Gadara1, in de eerste eeuw voor Christus. Hij was een Epicurische filosoof wiens geschriften de Herculaneum-bibliotheek domineerden.
Deskundigen denken dat de tekst een stoïcijnse verhandeling over ethiek en menselijk gedrag is, en dat er specifiek melding wordt gemaakt van Aristocreon, de neef en leerling van de invloedrijke stoïcijnse filosoof Chrysippos2.
Er is heel weinig van Chrysippos’ eigen geschriften bewaard gebleven, dus als de toeschrijving standhoudt, zou dit een belangrijke aanvulling zijn op het historische verslag van het vroege stoïcijnse denken.
In een afzonderlijke ontdekking identificeerden onderzoekers een nieuwe boektitel binnen rol PHerc 139. Het einde van die boekrol verwijst naar Philodemus‘ achtste boek van “Over goden“. Hoewel eerder bekend was dat deze verhandeling bestond, onthult de nieuwe ontdekking dat het werk zich over ten minste acht delen uitstrekte. Deskundigen zijn van plan andere teksten in de Herculaneum-collectie opnieuw te onderzoeken op aanvullende delen die mogelijk tot dezelfde serie behoren.
Meer dan 600 Herculaneum-rollen blijven ongeopend. Er wordt gedacht dat de villa waarin ze werden aangetroffen, ooit eigendom was van de schoonvader van Julius Caesar.
1 Philodemus van Gadara was een epicuristisch filosoof en dichter. Hij werd rond 110 v.Chr. geboren in Gadara en stierf tussen 40 en 35 v.Chr. in Herculaneum. Hij studeerde bij Zeno van Sidon in Athene, vooraleer hij naar Rome ging. Eerst waren zijn geschriften alleen bekend uit de Anthologia Graeca, maar sinds de 18e eeuw zijn er veel geschriften van hem teruggevonden op papyrusrollen in de Villa Papiri in Herculaneum. Zijn werk behandelt onder andere ethiek, theologie, retorica, muziek, poëzie en de geschiedenis van veel filosofische scholen.
2 Chrysippos van Soli (ca. 280 v.Chr.–ca. 207 v.Chr.), was een stoïcijns filosoof. Hij was een leerling van Cleanthes en werd later diens opvolger als het hoofd van de Stoïcijnse school. Hij wordt – naast Zeno van Citium – gezien als de tweede grote grondlegger van het Stoïcisme en staat aan de wieg van het succes van de Stoa als een van de meest invloedrijke filosofische bewegingen in de Helleense en Romeinse wereld in de eeuwen volgend op zijn leven.

