Toen Madame Marguerite Steinheil een beroep deed op president Félix Faure1 in het Palais de l’Élysée, had niemand een schandaal kunnen voorspellen dat de verbeelding te boven ging. Als Mme Steinheil een gemiddelde Franse staatsburger was geweest, zou de middagafspraak met de gezette staatsman weinig aandacht hebben gewekt, behalve dat het een aantrekkelijke vrouw betrof. Maar binnen enkele ogenblikken na de intrede van Madame Steinheil in het kantoor van president Faure werd de bel geluid voor zijn bedienden, die zich snel verzamelden rond het dode lichaam van hun meester, terwijl Madame Steinheil snel haar kleding rechttrok.

De dood van president Faure door de, eh, handen van Madame Steinheil kwam op een kritiek moment in de Franse geschiedenis.
Het betrof hier wat in het Frans een ‘épectase’ genoemd wordt, een hartstilstand op het moment van orgasme. En we kennen nog meer details, mede dankzij de (onuitgegeven) mémoires van mevrouw Steinheil. De president had, nadat hij zijn dierbare vriendin per telefoon naar het Élysée had ontboden, kennelijk iets te veel Spaanse vlieg genomen, zodat het hoogtepunt in het ‘buccogenitaal’ gebeuren zijn hart te machtig werd (volgens Larousse: “Se dit de pratiques sexuelles mettant en contact la bouche d’un partenaire et les organes génitaux de l’autre partenaire“).
De laatste jaren van Faure waren verwikkeld in de Dreyfus-affaire2, anarchistische bomaanslagen in Parijs, de Fashoda-incident3 en een Frans-Russische alliantie. Met dit soort stress is het geen wonder dat hij troost zocht in de armen van Marguerite.
Gezien de loop van het leven van Marguerite Steinheil lijkt het een beetje ironisch dat ze in de Elzas werd geboren als Marguerite Japy, twee jaar voordat de Vrede van Frankfurt4 het departement uit Franse handen rukte (samen met Lotharingen waren deze twee departementen van 1871 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog een bron van veel bitterheid tussen Frankrijk en Duitsland).
Vanaf haar geboorte was Marguerite, of Meg, zoals ze bekend stond, eigenzinnig en onafhankelijk. Haar familie hoopte dat ze zich zou vestigen om een echte Franse vrouw en moeder te worden, toen ze in 1890 trouwde met de 19 jaar oudere kunstschilder Adolphe Steinheil (1850-1908).
Net als president Faure ontleent ook hij zijn postume faam bijna uitsluitend aan zijn omgang met Meg. Steinheil munt uit in portretten en historische taferelen, veelal van en met militairen, die de tand des tijds zo slecht hebben weerstaan dat er maar weinige bewaard zijn gebleven. Dat Steinheil niettemin met zijn schilderijen aan de kost kan komen, lijkt in niet geringe mate te danken aan de sociale vaardigheden van zijn echtgenote.

In de echtelijke woning in Vaugirard – dan nog een apart plaatsje, tegenwoordig deel van het 15de Arrondissement van Parijs – houdt Meg elke donderdag een salon waar zich prominenten uit politiek, kunst en strijdkrachten verdringen. Bekend zijn bijvoorbeeld Gounod5, Ferdinand de Lesseps6, Jules Massenet7, François Coppée8, Émile Zola9 en Pierre Loti10, en ze waande zichzelf daardoor een hedendaagse Madame de Pompadour in termen van invloed.
Met nog meer invloed voor ogen was ze vastbesloten president Faure te ontmoeten. Er kwam steun toen haar man, wiens talenten klein maar productief waren, in 1897 een contract kreeg van Faure. Dit gaf de president natuurlijk een excuus om haar frequente bezoeken te brengen. Meg werd al snel geïnstalleerd als Faure’s maitresse, maar ze had weinig echte invloed of macht, behalve wat ze zelf fantaseerde.
Na Faure’s sensationele dood ging Meg over op andere rijke en machtige mannen die, volgens haar memoires, haar staatsgeheimen toevertrouwden. Haar belangrijkste minnaar was de machtige industrieel Borderel, die ze in 1908 ontmoette. In mei van dat jaar werden Meg’s echtgenoot en stiefmoeder verstikt in hun bed aangetroffen en was Meg zelf vastgebonden. Ze beweerde dat ze waren overvallen door vier vreemden. Het publiek speculeerde (zonder twijfel op instigatie) dat haar familie was vermoord in een poging het huis te doorzoeken op gevoelige papieren die Faure onder haar hoede had achtergelaten.
Vanaf het begin vond de politie het verhaal echter niet geloofwaardig, maar omdat ze geen bewijs hadden waarmee Meg kon worden aangeklaagd, werd de zaak geseponeerd. Meg wilde de zaak niet laten lopen en haar poging om twee van haar bedienden in de val te lokken, zorgde ervoor dat de politie haar begon te verdenken van, en vervolgens te arresteren voor, de moorden.
De rechtszaak veroorzaakte een sensatie die door Parijs raasde. Mannen vonden Marguerite onschuldig, terwijl de vrouwen haar absoluut schuldig vonden. De aanklagers brachten getuigen naar voren uit haar kindertijd tot en met het heden om elke zonde te vertellen die ze ooit had begaan, inclusief de namen van haar talrijke bewonderaars. De rechtszaal zat elke dag van het proces vol en toen Meg zichzelf mocht verdedigen, bereikte de obsessie met haar zaak een koortsachtig hoogtepunt.
Marguerite was een volmaakte actrice, huilend, knarsetandend en jammerend over haar onschuld en haar verdriet over de tragedie. Vanuit welke hoek de hoofdaanklager ook kwam, ze bleef bij haar verhaal, en nadat een vreemde man getooid met een rode pruik en zwarte mantel voor de rechtbank verscheen om te getuigen dat hij in het huis van Steinheil had ingebroken, werd de zaak aan de jury voorgelegd. Die beraadslaagde 2 1/2 uur en hoewel de rechter haar verhalen “weefsels van leugens” noemde, kwam er op 14 november 1909 vrijspraak voor Marguerite. Ze verliet prompt Frankrijk en ging naar Engeland, waar ze “My Memoirs” schreef (1912). Later trouwde ze met de 6e Baron Abinger. Marguerite werd weduwe in 1927 en woonde de rest van haar leven in Engeland, waar ze in 1954 stierf in een verpleeghuis in Hove.
1 François Félix Faure (1841–1899) was een Frans politicus en president van Frankrijk (1895-1899) tijdens de Derde Franse Republiek.
2 De Dreyfusaffaire was een gerechtelijk schandaal dat rond 1900 grote gevolgen had in de Franse politiek. Het draaide om de onterechte veroordeling van de Joods-Franse officier Alfred Dreyfus (1859-1935). Dreyfus werd er valselijk van beschuldigd een spion voor Duitsland te zijn. De doorslaggevende rol in de openbaarmaking van het schandaal werd gespeeld door de schrijver Émile Zola.
3 Bij het Fashoda-incident of Fasjoda-incident kwamen in 1898 bij de Egyptische militaire post Fashoda of Fasjoda (thans Kodok in Zuid-Soedan) in de Soedan de rivaliserende grootmachten Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk tegenover elkaar te staan in hun ambities grote delen van het Afrikaans continent onder hun heerschappij te brengen.
4 De Vrede van Frankfurt, die werd getekend op 10 mei 1871, is het verdrag waarmee een officieel einde kwam aan de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871).
5 Charles François Gounod (1818-1893) was een Franse componist. De biografie van Charles Gounod wordt gekenmerkt door alle karakteristieke kunstenaarsallures. Het meest bekend is Gounod door zijn Ave Maria, een werkje dat oorspronkelijk Méditation sur 1er Prélude de Bach heette en dateert van 1852. Het is geschreven voor viool en piano (en/of orgel).
6 Ferdinand de Lesseps (1805–1894) was een Franse ingenieur, financier en diplomaat. Vanaf 1828 was hij consul te Caïro, Rotterdam, Málaga en Barcelona, en consul-generaal te Madrid. In 1884 werd Lesseps verkozen tot lid van de Académie française. De naam Ferdinand de Lesseps is onlosmakelijk verbonden met het Suezkanaal, dat hij initieerde.
7 Jules Emile Frédéric Massenet (1842-1912) was een Frans componist, pianist en muziekpedagoog. Het grootste aandeel in het hele oeuvre van Massenet hebben de opera’s.
8 François Edouard Joachim Coppée (1842-1908) was een Frans dichter, proza- en toneelschrijver. In 1869 vestigde hij zijn naam met de uitvoering door Sarah Bernhardt van zijn eenakter En passant, over de ongelukkige liefde van een courtisane voor een jonge dichter.
9 Émile Zola (1840-1902) was een Frans schrijver en journalist. Hij wordt gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van de literaire school der naturalisten. Vermaard werd Zola’s open brief aan president Félix Faure in L’Aurore van 13 januari 1898 onder de titel J’accuse…!. In deze brief over de Dreyfusaffaire kiest hij partij voor de Joodse legerkapitein Alfred Dreyfus, die ten onrechte van spionage was beschuldigd. Zola beschuldigde de Franse generale staf van het produceren van vervalst bewijsmateriaal.
10 Pierre Loti, eigenlijk Julien Viaud (1850–1923) was een Frans marineofficier en schrijver. Hij baseerde zijn werk vooral op zijn verre reizen, vaak naar exotische landen.