Mary Everest Boole en de wiskundeles

Mary Everest Boole werd in 1832 geboren in het dorp Wickwar, Gloucestershire, Engeland. Het duurde niet lang daarna dat haar vader, Dr. Thomas Everest, een predikant, het gezin naar Poissy, Frankrijk verhuisde in de hoop daar van zijn ernstige ziekte te genezen.

Mary was toen vijf jaar oud en haar broer George was pas twee jaar oud. Hoewel het opgroeien in Poissy Mary de kans gaf om blootgesteld te worden aan een andere cultuur en taal, was het leven soms moeilijk en eenzaam. Het was bijvoorbeeld moeilijk voor de Everests, voortkomend uit de traditie van een Engelse predikant, om in een stad te wonen die Frans-katholiek was.

Homeopathie en Mt. Everest

Dr. Everest geloofde sterk in homeopathie, een medisch systeem met als hoofddoel het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziekten. Sommige gewoonten van homeopathie waren extreem, zoals baden in ijswater om ziekten te helpen weerstaan. Het was tijdens het genezingsproces van Dr. Everest dat Mary hem zeer trouw bleef en zelfs deelnam aan enkele homeopathische gebruiken.

Het was Mary’s oom, George Everest1, die de familienaam beroemd maakte. Kolonel Sir George Everest was de landmeter-generaal van India. Hij was grotendeels verantwoordelijk voor de voltooiing van het trigonometrische onderzoek van India langs de meridiaan-boog vanuit het zuiden van India, die zich noordwaarts uitstrekte tot Nepal. De voltooiing van het Indiase onderzoek maakte het daaropvolgende onderzoek van Mt. Everest en de berekening van de tophoogte mogelijk. De berg werd later hernoemd ter ere van de George Everest. Mary en haar oom George hadden een hechte band en George had gehoopt haar te adopteren. Maar Mary hield te veel van haar ouders om ooit met de adoptie in te stemmen.

Monsieur Deplace

Mary’s eerste kennismaking met wiskunde kwam voort uit haar studie bij haar docent, Monsieur Deplace, op wie ze erg gesteld was. Zijn specifieke stijl van lesgeven maakte het voor Mary gemakkelijk om het goed te doen tijdens haar studie en dit was iets dat ze nooit vergat. Hij hielp haar de wiskunde te begrijpen door vragen te stellen en dagboeken te schrijven. Mary herinnerde zich ooit: ‘Monsieur Deplace is de held van mijn idylle. Ik zou willen, hoewel ik weet dat de wens ijdel is, dat ik elke adequate indruk zou kunnen overbrengen van de manier waarop hij mijn leven met een beschermende invloed omhulde, zonder ook maar de geringste inmenging in mijn gedachten of gevoelens‘.

Het gezin verhuisde terug naar Engeland toen Mary elf was. Het was daar dat Mary van school werd gehaald en de assistent van haar vader werd. Mary deed taken als het geven van les op de zondag-school en het helpen van haar vader met zijn preken. Toch beëindigde Mary haar studie niet helemaal. Ze gebruikte de boeken in de bibliotheek van haar vader om zichzelf calculus te leren. Hoewel ze erg van wiskunde hield, had Mary nog steeds veel onbeantwoorde vragen over haar studie. Toen Mary haar oom en tante in Cork, West-Ierland, bezocht, kreeg ze de gelegenheid haar vragen te laten beantwoorden.

George Boole

Via haar oom ontmoette Mary George Boole2, een toch al beroemde wiskundige. Mary genoot zowel sociaal als intellectueel van haar tijd bij Boole. Na haar vertrek terug naar Engeland schreef Mary hem. George kwam vervolgens twee jaar later naar Engeland om Mary meer over wiskunde te leren. Naast bijles was George ook bezig met het schrijven van een boek, Laws of Thought, waaraan Mary als redacteur een grote bijdrage heeft geleverd.

George Boole (1815-1864)

Mary’s vader stierf een paar jaar later en George was een goede vriend gedurende deze moeilijke tijd in Mary’s leven. Het was door deze troost dat er een serieuze relatie groeide en binnen een jaar trouwden de twee. Hoewel Mary 17 jaar jonger was dan George, waren ze nog steeds zeer naaste metgezellen en hadden ze een zeer succesvol huwelijk. Gedurende de volgende negen jaar kregen Mary en George vijf dochters genaamd Mary, Margaret, Alicia, Lucy en Ethel. Toch zou dit geluk niet lang duren. Tragisch genoeg kreeg George een longontsteking en stierf, waardoor Mary alleen achterbleef met haar jongste kind, slechts zes maanden oud.

Uiteindelijk kwamen haar dochters goed terecht:

  • Mary, die huwde met de wiskundige en schrijver Charles Howard Hinton, zoon van James Hinton en drie kinderen (Howard, William en Joan) had.
  • Margaret, wier zoon Geoffrey Ingram Taylor wiskundige en Fellow van de Royal Society werd.
  • Alicia Boole Stott, die belangrijke bijdragen leverde aan de vierdimensionale  meetkunde.
  • Lucy, de eerste vrouwelijk hoogleraar chemie in Engeland.
  • Ethel Lilian, die trouwde met de Poolse wetenschapper en revolutionair Wilfrid Michael Voynich. Zij was de schrijver van de roman The Gadfly (1897, over de strubbelingen van een internationale activist in Italië).

Victoria Welby

Het jaar daarop aanvaardde Mary een baan aan Queens College, de eerste vrouwenschool in Engeland. Gedurende deze tijd mochten vrouwen geen diploma behalen of lesgeven aan de universiteit, dus hoewel haar liefde lesgeven was, accepteerde Mary een baan als bibliothecaris. Het was door deze baan dat Mary een onofficiële adviseur van de studenten werd. Ze realiseerde zich dat ze niet alleen van lesgeven hield, maar ook dat ze er goed in was. In deze periode deelde zij ook ideeën met Victoria Welby3, een andere vrouwelijke geleerde en dierbare vriendin. Zij bespraken alles, van logica en wiskunde, pedagogie, theologie, en wetenschap.

Uiteindelijk begon Mary kinderen les te geven. Mary werd al snel door zelfs het hoofd van de London Board of Education erkend als een uitmuntende leraar. Een van Mary’s leerlingen zou later schrijven: ‘Ik dacht dat we geamuseerd waren en niet onderwezen werden. Maar nadat ik wegging, ontdekte ik dat jij [Mary] ons een macht had gegeven. We kunnen zelf nadenken en ontdekken wat we willen weten‘.

Wiskundeles

Vanwege een controverse over een van haar boeken werd Mary gedwongen haar baan op de universiteit op te zeggen. Mary vond een andere baan als secretaresse voor de vriend van haar vader, James Hinton. Via Hinton raakte Mary geïnteresseerd in evolutie en de kunst van het denken. Ze geloofde dat het mogelijk was om alle basisbegrippen van het universum uit te drukken met cijfers en symbolen. Op 50-jarige leeftijd begon Mary met het schrijven van een reeks boeken en artikelen, die ze regelmatig publiceerde tot het moment van haar overlijden.

Logic Taught by Love werd gepubliceerd in 1889. In 1904 publiceerde Mary The Preparation of the Child for Science. Dit boek had uiteindelijk een grote impact op vooruitstrevende scholen in Engeland en de Verenigde Staten in het eerste deel van de twintigste eeuw. Ze vond ook kromme stiksels uit, of wat we tegenwoordig snaargeometrie noemen, om kinderen te helpen de geometrie van hoeken en ruimtes te leren kennen.

Mary Boole had een fascinatie voor de wetenschap van de psychische of geesten-wereld. Het duurde meer dan vijftien jaar voordat haar boek, The Message of Psychic Science for Mothers and Nurses, werd gepubliceerd vanwege de controverse over het onderwerp. Toen ze het manuscript toonde aan de theoloog Frederick Denison Maurice maakte deze bezwaar tegen de controversiële ideeën en dit resulteerde in het verlies van haar baan als bibliothecaris aan het Queens College. Het boek werd pas in 1883 gepubliceerd. Het werd in 1908 heruitgegeven als The Message of Psychic Science to the World.

Naarmate de tijd verstreek, begon Mary’s gezondheid achteruit te gaan. Zij overleed in 1916 op 84-jarige leeftijd. Mary Everest Boole was een wonderbaarlijke vrouw die, vijftig jaar weduwe, haar vijf dochters grootbracht en talloze bijdragen leverde aan de wiskundige opvoeding van veel meisjes en jongens.

Mary beschouwde zichzelf als een wiskundig psycholoog. Haar doel was om te proberen “… te begrijpen hoe mensen, en vooral kinderen, wiskunde en wetenschappen leerden, met behulp van de redenerende delen van hun geest, hun fysieke lichaam en hun onbewuste processen.” Veel van de bijdragen van Mary Boole zijn tegenwoordig in het moderne klaslokaal te zien.


1 George Everest (1790-1866) was een landmeter uit Wales. Hij was ook kolonel,  geograaf alsook hoofdlandmeter van Brits-Indië van 1830 tot 1843. Tot 1852 werd verondersteld dat de Kangchenjunga de hoogste berg op aarde was. De top die men nu Mount Everest noemt werd daarom aangeduid als “b” en later als “Piek XV”. Dit bleek een ongepaste naam toen de Indiase meetkundige Radhanath Sikdar ontdekte dat Piek XV hoogstwaarschijnlijk de hoogste plek ter wereld was. Andrew Waugh, de opvolger van George Everest, stelde daarom voor de hoogste berg te vernoemen naar zijn voorganger en dit werd in 1857 officieel aangenomen. De ironie wil dat Everest tegenstander was van deze naamgeving omdat hij zelf als landmeetkundige altijd lokale namen gebruikte (bijvoorbeeld de Tibetaanse naam ‘Qomolangma‘, wat vertaalt als ‘Godelijke moeder van de wereld’, of de Nepalese naam ‘Sagarmatha‘ wat vertaald ‘godin van de lucht’ wordt). De uitspraak van de naam van de berg (‘è-ve-rıst) is echter anders dan die van de familienaam (‘ie-vrıst of ‘iev-rıst).

2 George Boole (1815-1864) was een Brits wiskundige en logicus. Vanaf 1849 was hij hoogleraar in de wiskunde in de Ierse stad Cork. Als uitvinder van de booleaanse logica, de basis van de moderne digitale computerlogica, wordt Boole achteraf beschouwd als een van de grondleggers van de computerwetenschap. Zijn zogenaamde booleaanse algebra’s, een vorm van symbolische logica, worden op diverse plaatsen in de wiskunde gebruikt en vinden toepassing bij het ontwerpen van computerschakelingen. Booleaanse algebra bestudeert algebraïsche structuren met de logische operatoren AND (en), OR (of) en NOT (niet).
De operatoren zijn direct gerelateerd aan de begrippen  doorsnede,  vereniging en  complement uit de verzamelingenleer.
De booleaanse operatoren, en / andniet / notof / or, waar onder andere  zoek-machines gebruik van maken voor het specificeren van zoekopdrachten zijn naar George Boole genoemd.

3 Lady Victoria Welby (1837-1912) was een prominent Brits filosofe en taaltheoreticus. Zij is bekend geworden als grondlegger van de significa: een  semiotische bestudering van taal en menselijke verstandhouding. Dit werk is in 1897 door Frederik van Eeden in Nederland geïntroduceerd, en had onder meer invloed op L.E.J. Brouwer, Gerrit Mannoury, Jacob Israël de Haan en Adriaan de Groot.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *