In de schaduw van zijn ‘politionele actie’ in Iran heeft Trump ook in eigen huis enigszins orde op zaken gesteld. Hieronder volg ik gedeeltelijk wat Andy Gawthorpe van “America Explained” er over te melden heeft.
In een stap die onvermijdelijk aanvoelde sinds ICE-agenten eerder dit jaar twee mensen vermoordden in Minneapolis, heeft Donald Trump eindelijk minister van Binnenlandse Veiligheid de 54-jarige Kristi Noem ontslagen (5 maart 2026).
Ze zal haar functie eind deze maand verlaten. Noem is de eerste, door het kabinet aangestelde, persoon die het Trump-regime verlaat tijdens zijn tweede termijn. Haar vertrek is vooral opmerkelijk omdat ze het voortouw nam in het beleid van de eerste binnenlandse prioriteit van de president, immigratie.
Noem moest eerder deze week verantwoording afleggen over haar ministerschap in het Congres, voor het eerst sinds federale agenten van haar ministerie in de stad Minneapolis de demonstranten Renée Good en Alex Pretti dood schoten.
De hoorzittingen gingen haar niet goed af. Ze weigerde verantwoordelijkheid te nemen voor onwaarheden die ze had verspreid over Good en Pretti en ze gaf demonstranten de schuld van het wangedrag van federale agenten. Ook kon Noem aan de senatoren niet uitleggen wat het vierde amendement van de grondwet inhoudt (het beschermt burgers tegen onredelijke huiszoekingen en inbeslagnames door de overheid).
Zoals zo vaak bij Trump lijkt haar ontslag te zijn ingegeven door de algemene uitstraling van impopulariteit en incompetentie die haar is gaan omringen in plaats van een specifiek incident. Aan de andere kant er bestaat weinig twijfel over dat haar ambtstermijn de eindfase inging tijdens de gebeurtenissen in Minneapolis eerder dit jaar. Trump houdt er normaal gesproken niet van om mensen te ontslaan onder druk van de publieke opinie en de media, in de overtuiging dat hij er dan zwak uitziet. Toen Trump zich vorig jaar wilde ontdoen van de nationale veiligheidsadviseur Mike Waltz na een gênant lek in een groepschat, wachtte hij tot de opwinding was verdwenen en ontsloeg hem vervolgens.
Op dezelfde manier heeft Trump met Noem een tijdje gewacht sinds Minneapolis en zelfs een aantal nauwelijks verhulde andere redenen verzonnen om van haar af te komen. Zoals:
- haar obscene uitgaven aan luxe jets voor haar eigen reizen;
- haar voortdurende buitenechtelijke affaire met een van haar topassistenten; en
- een dure advertentiecampagne (220 miljoen dollar (190 miljoen euro) gelanceerd door de afdeling die weinig meer leek dan publiciteit voor Noem.

Al deze dingen zijn verschrikkelijk en hadden onder eerdere regeringen misschien ook tot ontslag kunnen leiden, maar het is gemakkelijk voor te stellen dat Trump al deze dingen vergeeft aan een functionaris die hij anderszins als bekwaam en populair beschouwd. Er is een Xi Jinping-achtig aspect aan deze zuivering. Het aanmoedigen of toestaan van overheidsfunctionarissen om zich bezig te houden met corruptie of zelfhandel is een geweldige manier om ze loyaal te houden.
Het geeft ze niet alleen een reden om bij je te blijven, maar het betekent ook dat je genoeg vuil hebt om ze weg te werken of te chanteren wanneer je maar wilt.
Trumps keuze als opvolger is Markwayne Mullin, een Republikeinse senator uit Oklahoma. Mullin is zelden eerder op de politieke radar verschenen. Het is een voormalige MMA-strijder, die ooit een vakbondsleider uitdaagde voor een gevecht tijdens een hoorzitting in de Senaat. Hij staat niet bekend als bijzonder fantasierijk of, om het bot te zeggen, slim.
Hij heeft ICE zelfs tijdens Minneapolis acties enorm gesteund, maar het is nog steeds een enigszins open vraag hoe hij de afdeling zal leiden. Het lijkt onwaarschijnlijk dat er teruggegaan wordt naar de brute deportatie-roadshow die in 2025 een reeks steden bezocht, maar wie weet welke andere onaangename ideeën Mullin in petto heeft.

