Dat is een vraag die veel Nederlanders zich stellen, maar het antwoord hangt sterk af van wat iemand precies bedoelt met “het is niet meer zoals vroeger”.
Sommigen denken daarbij aan de jaren 1950, anderen aan de jaren 1980 of 1990. Vaak gaat het niet om één verandering, maar om een combinatie van maatschap-pelijke, economische en culturele ontwikkelingen.
Vijf criteria spelen een hoofdrol.
1. Toename van diversiteit
Sinds de jaren zestig is Nederland veranderd van een relatief homogeen land naar een samenleving met inwoners afkomstig uit tientallen landen en culturen.
Belangrijke migratiestromen waren onder meer:
- arbeidsmigratie uit Turkije en Marokko;
- migratie uit voormalige koloniën zoals Suriname;
- immigratie uit andere EU-landen;
- asielmigratie uit conflictgebieden.
Voor veel mensen heeft dit het straatbeeld, het onderwijs en de cultuur zichtbaar veranderd.
2. Ontzuiling en secularisatie
Tot ongeveer de jaren zestig was Nederland sterk “verzuild“:
- katholiek
- protestants
- socialistisch
- liberaal
Iedere zuil had weer haar eigen:
- scholen
- kranten
- omroepen
- verenigingen
Daarnaast was religie veel belangrijker dan nu. Kerkbezoek en religieuze betrokkenheid zijn sterk afgenomen. Dat heeft geleid tot meer individuele vrijheid, maar volgens sommigen ook tot minder gemeenschapsgevoel.
3. Individualisering
Waar vroeger familie, kerk, buurt en vereniging vaak centraal stonden, ligt tegenwoordig meer nadruk op het individu.
Dat had positieve gevolgen, zoals meer persoonlijke vrijheid en daarmee meer ruimte voor verschillende levensstijlen.
Maar er waren, volgens critici, ook negatieve gevolgen: meer eenzaamheid, minder sociale cohesie en dus minder betrokkenheid bij buurt en vereniging.
Ook internet, smartphones en sociale media hebben het dagelijks leven ingrijpend veranderd en individueler gemaakt. Weliswaar is er nu snelle communicatie en toegang tot veel informatie, maar de keerzijden daarvan zijn: polarisatie, desinformatie en veel minder face-to-face contact.

4. De woningmarkt
Een veelgehoorde klacht (“vroeger was alles beter“) is dat het voor jongeren moeilijker is geworden om een huis te kopen of een betaalbare huurwoning te vinden.
In vergelijking met de jaren tachtig en negentig zijn huizenprijzen veel harder gestegen dan inkomens. Voor veel Nederlanders is dit een van de meest tastbare veranderingen.
5. Vergrijzing
Tenslotte: Nederland wordt ouder. De generatie van de babyboomers bereikt inmiddels een hoge leeftijd, waardoor er meer druk komt op de zorg en er minder werkenden per gepensioneerde zijn.
Conclusie
Wanneer mensen zeggen: “Nederland is niet meer zoals het was”, bedoelen zij meestal een combinatie van:
- migratie en culturele verandering;
- afname van religie en traditionele verbanden;
- individualisering;
- woningmarktproblemen;
- digitalisering.
Nederland is in de afgelopen zestig jaar ingrijpend veranderd. Of die veranderingen vooral positief of negatief zijn, hangt grotendeels af van iemands ervaringen, waarden en verwachtingen.
Wat vrijwel niemand betwist, is dat het Nederland van 2026 op veel punten wezenlijk verschilt van het Nederland van 1960, 1980 of zelfs 2000.
Als je geïnteresseerd bent in de vraag “Wat is er gebeurd met Nederland?”, dan zijn er verschillende boeken die diverse perspectieven bieden. Ik pik er 2 uit.
Het land van aankomst – Paul Scheffer
Dit is waarschijnlijk een van de belangrijkste Nederlandse boeken over immigratie van de afgelopen decennia. Scheffer1 erkent problemen rond integratie, maar probeert die te analyseren zonder in simplificaties te vervallen.
Veel hedendaagse discussies over immigratie en samenhang verwijzen nog steeds naar dit werk
Samenvatting
Scheffer bepleit een andere omgang met de volksverhuizing die zich onder onze ogen voltrekt. Hij belicht de immigratie vanuit tal van disciplines: van de stads-sociologie tot de filosofie, van de psychologie tot de literatuur. Zijn toegankelijke beschouwing over de wrijving van culturen is verweven met tal van gesprekken en ontmoetingen.
Bowling Alone – Robert D. Putnam
Hoewel het over de Verenigde Staten gaat, herkennen veel Nederlanders de ontwikkelingen die Putnam2 beschrijft, zoals: afname van verenigingsleven, minder sociale cohesie en individualisering.
Het is een klassieker geworden in het debat over gemeenschapsvorming.
Samenvatting
Eenmaal bowlden we in competities, meestal na het werk – maar niet meer. Dit ogenschijnlijk kleine fenomeen symboliseert een belangrijke sociale verandering die Robert Putnam heeft geïdentificeerd in dit briljante boek, Bowling Alone, dat The Economist prees als ‘een wonderbaarlijke prestatie‘
Op basis van enorme nieuwe gegevens die het veranderende gedrag van Amerikanen onthullen, laat Putnam zien hoe we steeds meer van elkaar zijn losgekoppeld en hoe sociale structuren – of het nu kerkelijke of politieke partijen zijn – zijn uiteengevallen. Tot de publicatie van dit baanbrekende werk had niemand zo behendig de schade vastgesteld die deze verbroken banden hebben aangericht aan onze fysieke en burgerlijke gezondheid.
1 Paul Jan Scheffer (1954- ) is een Nederlands publicist en hoogleraar. Hij was onder meer correspondent in Parijs en Warschau en partij-ideoloog van de Partij van de Arbeid. Als bijzonder hoogleraar bekleedde hij van 2003 tot 2011 de Wibaut-leerstoel voor Grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds september 2011 is hij hoogleraar Europese studies aan de Universiteit van Tilburg.
2 Robert David Putnam (1941- ) is een Amerikaanse politicoloog en hoogleraar bestuurskunde aan de Harvard-universiteit. Daarnaast is hij als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Manchester in Engeland. Putnam is lid van de National Academy of Sciences en de British Academy. Hij heeft 14 boeken gepubliceerd en zijn werk is in meer dan twintig talen verschenen. Zijn beroemdste boek is Bowling Alone: The Collapse and Revival of American Community, dat gaat over het verdwijnen van de gemeenschapszin in de Verenigde Staten.



