Buitenaards technologisch afval

Onderzoekers denken dat microscopisch kleine, technologische, overblijfselen van uitgestorven buitenaardse beschavingen, op de maan kunnen landen nadat ze door de interstellaire ruimte hebben gereisd.
Het duurt misschien niet lang meer voordat ze gevonden worden, want dat is relatief eenvoudig. In een nieuwe studie stellen wetenschappers voor om hier werk van te maken.

Geen bewijs

Die theoretische studie beweert weliswaar geen enkel bewijs te hebben gevonden van deze geavanceerde buitenaardse beschavingen, maar biedt wel een nieuwe manier om naar aanwijzingen voor het bestaan ervan te zoeken.

Maan prima “vanger”

In tegenstelling tot de aarde heeft de maan geen functionele atmosfeer of magnetisch veld, dus is volledig blootgesteld aan het vacuüm van de ruimte. Als gevolg hiervan wordt de maan voortdurend gebombardeerd door meteorieten. En wordt ook geraakt door een gestage stroom van microscopisch kleine deeltjes vanuit ons zonnestelsel en daarbuiten. Omdat de maan geen waterstromen of tektonische bewegingen heeft, hoopt deze microscopische materie zich op en blijft daar geheel ongestoord liggen.

De onderzoekers beweren in hun studie dat een deel van dit stof afkomstig is van sterrenstelsels buiten de onze en daarom bewijs kan bevatten van lang verloren gewaande buitenaardse beschavingen. Ze stellen ook een nieuw experiment voor waarmee we deze microscopisch kleine fragmenten zou kunnen vinden in de maanbodemmonsters die de afgelopen jaren zijn verzameld. (De studie is nog niet gepubliceerd, maar wel ingediend bij het International Journal of Astrobiology.)

De maan verzamelt al miljarden jaren stilletjes materiaal uit de ruimte, waarvan een groot deel waarschijnlijk miljarden jaren ouder is dan de maan zelf” schrijft Lewis Pinault, een planetaire wetenschapper aan het University College London (een dochteronderneming van het SETI Institute). “We vragen ons af of die oude collectie maanstof microscopisch kleine sporen kan bevatten van technologieën die bestonden lang voordat mensen ooit naar de hemel keken.

Kleine technosignaturen

Tot nu toe heeft de zoektocht naar bewijs van geavanceerde buitenaardse beschavingen, bekend als technosignaturen, dat gedaan gericht op radiosignalen. Die signalen zouden kunnen worden uitgestoten vanuit bewoonde exoplaneten of hypothetische megastructuren, zoals Dyson bollen1. Deze signalen zouden echter alleen afkomstig zijn van actieve beschavingen, niet van beschavingen die uitstierven lang voordat we ze konden herkennen.

De auteurs van de nieuwe studie beweren dat wanneer een beschaving sterft, sporen van haar technologie kunnen overleven en in de ruimte kunnen belanden. Dat kan via de achteruitgang van megastructuren en andere kleinere ruimtevaartuigen, of via krachtige asteroïde-aanvallen op ooit bewoonde exoplaneten. Eenmaal in de ruimte kunnen die kleine stukjes metaal of andere kunstmatige materialen door krachtige windstoten uit sterrenstelsels worden geworpen en uiteindelijk naar ons (ofwel de maan) toe drijven.

Computermodellen

Met behulp van computermodellen voorspelde het team dat stukjes technologie met een doorsnede van maximaal 3 micrometer (drie miljoenste van een meter, of ongeveer 3% van de breedte van een mensenhaar) aan hun sterrenstelsels zouden kunnen ontsnappen om vervolgens tot 1 miljard jaar door de interstellaire ruimte te reizen. Ook schatten ze hoeveel van dit materiaal ons zonnestelsel zou kunnen bereiken en hoe waarschijnlijk het zou zijn dat het op de maan belandt.

GIF toont simulatie van de maan die door ionen gaat die door de zonnewind van de aarde worden geblazen
De maan wordt voortdurend gebombardeerd door kleine deeltjes, waarvan sommige van buiten het zonnestelsel komen.

(We weten al dat interstellair stof het binnenste zonnestelsel kan binnendringen, omdat wetenschappers dat aantroffen binnen de monsters die waren verzameld van het oppervlak van Bennu2, een asteroïde die tussen de aarde en Mars draait en in 2020 werd bezocht door NASA’s OSIRIS-REx-sonde.)

Tot op heden bevatte geen enkel maanmonster enige technosignatuur. De wetenschappers die ze bestudeerden waren echter waarschijnlijk niet op zoek naar dergelijke deeltjes, en de monsters waren waarschijnlijk te klein om betekenisvolle resultaten op te leveren, beweren de auteurs van het onderzoek.

De onderzoekers zijn van mening dat een monster maanregoliet3 met een volume van 1 kubieke meter, voldoende zou kunnen zijn om ten minste één technologisch fragment te vinden. Het team stelde ook manieren voor om het materiaal door te kammen met behulp van

  • microscopie,
  • analyse van industriële materialen en
  • AI-ondersteunde beeldvorming.

Als een dergelijke steekproef geen resultaten oplevert, zou dit niet direct de hypothese van de onderzoekers weerleggen, maar kunnen betekenen dat hun modellen niet werken en dat er een grotere steekproefomvang nodig zou zijn, schrijft het team.

Foto van een voetafdruk in de regoliet op de Maan, gemaakt in 1969 tijdens de Apollo 11-vlucht.

“Bijna redelijk”

Verschillende komende ruimtemissies zullen nieuwe monsters van het maanoppervlak verzamelen, waaronder China‘s onlangs vertraagde Chang’e-7-missie en toekomstige missies in het NASA Artemis-programma. Deze monsters kunnen mogelijk technosignaturen bevatten, hoewel het verzamelde volume regoliet veel kleiner zal zijn dan wat de onderzoekers voorstellen.

Daarom moeten we misschien wachten tot mensen een permanente maanbasis hebben gevestigd voordat astronauten voldoende materiaal kunnen verzamelen om goed te kunnen worden geanalyseerd. Dit is misschien niet zo ver weg, omdat zowel de VS als China van plan zijn binnen het komende decennium maanbases te bouwen. Onderzoekers denken ook dat de monsters op de maan zelf kunnen worden geanalyseerd in plaats van op aarde.

Als gevolg hiervan heeft het SETI Instituut, dat de internationale jacht op technosignaturen leidt, het nieuwe idee als veelbelovend aangemerkt.

Het concept van het doorzoeken van de maanregoliet op microscopische technosignaturen is tegelijk buitengewoon origineel en bij uitstek redelijk” zei Bill Diamond, president en CEO van het SETI Instituut, die niet betrokken was bij het nieuwe onderzoek, in een verklaring. “Dit is een nieuwe toevoeging aan de zoekmethodologieën die worden toegepast bij het zoeken naar bewijs van technologie als proxy voor leven en intelligentie buiten ons zonnestelsel, en we zijn enthousiast over het vooruitzicht dit tot bloei te brengen.”


1 Een DysonbolDysonsfeer of Dysonschil is een hypothetische megastructuur die rondom een ster gebouwd is. Door middel van een systeem van rond de ster  draaiende satellieten, zou (bijna) alle energie van deze ster kunnen worden opgevangen. De eerste beschrijving van een dergelijke structuur is te vinden in de roman ‘Star Maker’ (1937) van de Britse schrijver en filosoof Olaf Stapledon. Later was het de Engels-Amerikaanse natuurkundige en wiskundige Freeman Dyson (geboren 1923) die de structuur verder beschreef en populariseerde door zijn artikel “Search for Artificial Stellar Sources of Infrared Radiation” uit 1960.

2 (101955) Bennu (of 1999 RQ36) is een koolstofhoudende planetoïde uit de Apollogroep die op 11 september 1999 werd ontdekt door het LINEAR-project. De planetoïde is uitvoerig bestudeerd door de Arecibo-radiotelescoop en het Goldstone Deep Space Communications Complex. Het is een potentieel gevaarlijk object dat een cumulatieve kans van 1 op 1800 heeft om de Aarde te raken tussen 2175 en 2199.

3 Regoliet is de laag los (ongeconsolideerd), vaak verweerd materiaal aan het oppervlak van een planeet of maan. Het kan bestaan uit brokken gesteente, en allerlei ander los materiaal. Regoliet ligt bovenop vast, geconsolideerd materiaal, dat bedrock genoemd wordt. De grens tussen de bedrock en de regoliet is het verweringsfront. De term “regolith” (engels) werd geïntroduceerd door de Amerikaanse scheikundige George P. Merrill in 1897.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *