Causaliteit en correlatie

Causaliteit is een van de belangrijkste concepten in wetenschappelijk onderzoek, omdat mensen van nature vatbaar zijn voor het vinden van patronen waar die niet bestaan. We worden allemaal gemakkelijk voor de gek gehouden, en regelmatig zelfs door onszelf.

Het verkeerd interpreteren van een correlatie (twee dingen gebeuren toevallig achter elkaar) voor een oorzaak (het ene creëert het andere) kan leiden tot verkeerde beslissingen, nutteloze behandelingen, verspilde middelen en vaak tot aanzienlijke schade. Om te voorkomen dat we dergelijke fouten maken, vertrouwen wetenschappers al lang op gestructureerde raamwerken, protocollen en procedures om te bewijzen wanneer de ene gebeurtenis werkelijk aanleiding geeft tot de andere.

Koch’s postulaten

Aan het einde van de 19e eeuw zocht de Duitse arts Robert Koch1 een manier om aan te tonen dat een specifieke microbe een specifieke ziekte veroorzaakte. Hij ontwikkelde “Kochs postulaten”, een checklist in vier stappen die de geneeskunde zou transformeren:

  1. De microbe moet in elk geval van de ziekte aanwezig zijn.
  2. De microbe moet uit de zieke gastheer worden geïsoleerd en in een laboratorium worden gekweekt.
  3. De in het laboratorium gekweekte microbe moet dezelfde ziekte veroorzaken wanneer hij wordt geïntroduceerd bij een gezonde gastheer.
  4. De microbe moet opnieuw worden geïsoleerd van de nieuw geïnfecteerde gastheer.

Deze regels werkten in de meeste situaties prima; maar voor veel infectieziekten bleken ze grenzen te hebben. Sommige virussen kunnen bijvoorbeeld niet gemakkelijk in het laboratorium worden gekweekt, en sommige mensen dragen bacteriën bij zich zonder ooit ziek te worden. En natuurlijk zijn er veel ziekten die helemaal niet door microben worden veroorzaakt.

Robert Koch (1843–1910)

Omdat de geneeskunde ook chronische, niet-infectieuze aandoeningen zoals hartziekten of kanker wilde aanpakken, schoot de checklist van Koch tekort. Roken veroorzaakt bijvoorbeeld longkanker, maar je kunt roken niet gemakkelijk isoleren in een laboratorium, en niet elke roker krijgt kanker.

Bradford Hill-criteria

Om die tekorten weg te nemen, introduceerde de Britse epidemioloog Austin Bradford Hill2 in 1965 een bredere toolkit. Tegenwoordig bekend als de “Bradford Hill-criteria”. In plaats van een strikte goed of fout test, worden verschillende eenvoudige standpunten gebruikt om het bewijsmateriaal af te wegen:

  • Sterkte: Is de relatie krachtig?
  • Consistentie: leveren verschillende onderzoeken hetzelfde resultaat op?
  • Temporaliteit: heeft de oorzaak vóór het effect plaatsgevonden?
  • Biologische gradiënt: leidt meer/langere blootstelling tot sterkere effecten?
  • Biologische plausibiliteit: past de relatie in wat we al weten?

De postulaten van Koch gaven ons de duidelijkheid om infecties te genezen, en de Bradford Hill-criteria stelden ons in staat niet-infectieuze bedreigingen voor de volksgezondheid aan te pakken. Samen hebben deze criteria ons in staat gesteld ervoor te zorgen dat de geneeskunde gebaseerd is op waarheid in plaats van op giswerk.

In het rijk van alternatieve geneeswijzen, speelt causaliteit een bijzonder belangrijke rol, niet in de laatste plaats omdat voorstanders vaak causaliteit claimen, terwijl de wetenschap daar, op zijn minst, niet zeker van is. Ter verduidelijking vier voorbeelden:

Homeopathie

Voorstanders beweren: het feit dat veel patiënten beter worden na het nemen van een homeopathisch middel bewijst dat homeopathie werkt.

Realiteit: Er zijn veel andere, meer overtuigende verklaringen voor deze uitkomst, bijvoorbeeld placebo-effecten, of regressie naar het gemiddelde.

Toegepaste Kinesiologie3

Claim van de voorstanders: spierrespons bij handmatige tests duidt op tekorten aan voedingsstoffen, blootstelling aan toxines of voedselallergieën.

Realiteit: Er is geen consistente relatie tussen de resultaten van spiertesten en de gezondheid. De praktijk slaagt niet voor de basisbetrouwbaarheidstests; verschillende beoefenaars krijgen verschillende resultaten van dezelfde patiënt.

Reiki4

Claim van de voorstanders: Genezers kanaliseren “helende energie” van veronderstelde bronnen naar het lichaam van de patiënt, wat de gezondheid verbetert en herstel stimuleert.

Realiteit: Dergelijke energie bestaat niet/is niet meetbaar. Uit gecontroleerde onderzoeken blijkt dat Reiki niet beter presteert dan placebo. De geclaimde energie heeft geen basis in de natuurkunde of biologie.

Acupunctuur

Claim van de voorstanders: Door naalden op specifieke punten langs “meridianen” in te brengen, komen geblokkeerde qi vrij en worden verschillende aandoeningen genezen.

Realiteit: De meeste adequaat geblindeerde onderzoeken laten geen verschil zien tussen echte acupunctuur en placebo-acupunctuur – naalden die willekeurig of niet door de huid worden geplaatst. Het meridiaansysteem heeft geen anatomische basis.

Correlatie is geen causaliteit

Deze voorbeelden illustreren een fundamenteel probleem bij alternatieve geneeswijzen: voorstanders verwarren correlatie met causaliteit en stellen causale mechanismen voor, die feitelijk geen basis hebben.
Dankzij de bovengenoemde postulaten en criteria kunnen de beweringen van alternatieve geneeswijzen gemakkelijk worden geïdentificeerd voor wat ze zijn: onbewezen speculaties die voortkomen uit wensdenken.


1 Heinrich Hermann Robert Koch (1843–1910) was een Duits medicus en ontdekker van de tuberculose-bacterie. In 1862 begon hij zijn studie medicijnen aan de universiteit van Göttingen. Vier jaar later rondde hij zijn studie af. Na een kort dienstverband als legerarts tijdens de Frans-Duitse Oorlog (1870/1871) werd hij huisarts in Wollstein. Nadat hij een microscoop van zijn vrouw had gekregen als cadeau voor zijn 29ste verjaardag, bouwde hij een hoek van zijn Wollstein-Klinik om tot een laboratorium en begon er de ziekten van zijn patiënten te bestuderen. Voor de ontdekking van de bacterie die tuberculose veroorzaakt ontving hij in 1905 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde.

2 Sir Austin Bradford Hill (1897–1991) was een Engelse epidemioloog die, samen met Richard Doll, het verband aantoonde tussen het roken van sigaretten en longkanker. Hill staat algemeen bekend om de “Bradford Hill”-criteria om te bezien of een waargenomen verband causaal is.

3 Kinesiologie of bewegingsleer is de wetenschap die zich bezighoudt met de motoriek van het menselijk lichaam. De kinesiologie baseert zich op onderzoek naar de biomechanica, de anatomie en de fysiologie om de motoriek van het menselijk lichaam te evalueren: hoe het lichaam beweegt, functioneert en presteert, en om bij mensen bij wie beweging, functionering en prestatie haperen deze zo veel mogelijk te herstellen, of te verbeteren voor het dagelijks functioneren zoals in recreatie, voor werk of in sport.
De term kinesiologie wordt ook gebruikt in de alternatieve geneeskunde voor een vorm van pseudowetenschap. Voor de toepassing in de alternatieve geneeskunde is de term toegepaste kinesiologie gebruikelijk.

4 Reiki behoort tot de alternatieve geneeswijzen. In westerse reiki wordt gewerkt met de handen, waarbij het lichaam met een veronderstelde vorm van levensenergie  wordt behandeld. De term reiki bestaat uit twee Japanse karakters (kanji), te weten 霊 rei (‘geest’ of ‘ziel’) en 気 ki (‘energie’ of ‘levenskracht’). Een andere, populaire Westerse vertaling van 霊気 reiki is “universele levensenergie”, of simpelweg “het leven”, “de wereld” of “spirituele energie”. Bij het toepassen van reiki worden lichaam, geest en ziel, als het aankomt op ziekte en genezing, als een geheel gezien.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *