Waarnaar verwijst de GMT (Greenwich Mean Time)? Ikzelf had het idee dat dit een plaatsje in Engeland was, maar het blijkt ook een wijk in Londen te zijn.
Het is een historische stad en een wijk van de Britse hoofdstad Londen, gelegen in het zuidoosten van de metropool Groot-Londen aan de zuidoever van de Theems.
De wijk telt circa 30.000 inwoners.
Nulmeridiaan
Greenwich vormt het nulpunt van het systeem om de lengtepositie op het graadnet van de aarde aan te duiden. In dat systeem bevindt Greenwich zich op een nulmeridiaan, eb dus op de meridiaan van Greenwich. Deze gaat door het Koninklijk Greenwich Observatorium, de sterrenwacht die vroeger in Greenwich gevestigd was. Naar het westen toe noemt men Westerlengte en naar het oosten toe Oosterlengte. Nederland en België liggen ongeveer op 5 graden oosterlengte.

Het Royal Observatory (op een verhoging in Greenwich Park) werd in 1675 gesticht in opdracht van koning Charles II (1630-1685). Het is beroemd als locatie van de nulmeridiaan en als museum over tijdmeting en navigatie. Langs de meridiaan kun je op het gemarkeerde punt symbolisch met één voet in het oostelijke en met één voet in het westelijke halfrond staan. In Greenwich is die plek ontstaan en duidelijk gemarkeerd.
Binnen het observatorium wordt je geïnformeerd over de geschiedenis van tijdmeting en navigatie. Er zijn historische telescopen, uurwerken en instrumenten die zeevaart en kaartkunde vooruit hielpen.
De Royal Observatory was het eerste wetenschappelijk onderzoeksstation in Engeland wat speciaal hiervoor is gebouwd. Het moest er komen om aan de behoefte van de wereldreizigers te voldoen. De Britten (en ook de rest van Europa) ontdekten steeds meer van de wereld en wilden wereldwijd handel drijven. Op zee werkten de sterren als navigatie. Er moest dus voldoende en nauwkeurige astronomische informatie voor navigatie, cartografie en tijdwaarneming komen voor veilige en snelle (efficiënte) overtochten.
In de sterrenwacht zijn belangrijke ontdekkingen gedaan en beslissingen genomen dankzij de astronomie. Rond 1765 maakten de invoering van de tabellen van Nevil Maskelyne1, voor het bepalen van de lengtegraad op zee met astronomische middelen, en de tijdmeters van John Harrison2 het mogelijk de wereld in kaart te brengen met een wetenschappelijke nauwkeurigheid.
In 1833 bedacht astronoom John Pond de tijdbal. Deze valt precies om 13 uur naar beneden, zo kunnen de schepen op zee hun klokken goed zetten. Sindsdien is er ook de Greenwich Mean Time.

Tijdstandaard
Greenwich is ook de plaats waaraan de tijdstandaard is afgesproken: als de zon dáár op het hoogste punt staat (in het zuiden), dan is het 12 uur ’s middags lokale tijd. Dit is later aangeduid als Greenwich Mean Time, oftewel GMT. Ook in het Verenigd Koninkrijk hebben ze zomertijd (BST, British Summer Time) en, de gewone, wintertijd (GMT, Greenwich Mean Time). De zon houdt hier echter geen rekening mee, maar daar hebben ze iets handigs op gevonden bij de zonnewijzer. Deze bevat een losse plaat, die ze verzetten bij de overgang van BST naar GMT en andersom.
Tot in de 19e eeuw had iedere plaats zijn eigen tijd, die kon worden bepaald met een zonnewijzer. Voor het coördineren op zee was de juiste tijd weten echter zeer belangrijk. Zo konden ze namelijk navigeren aan de hand van de stand van de sterren.
John Pond bedacht daarop in 1833 dat het handig is om op één moment de klokken tegelijk te zetten. Hij ontwikkelde een bal die om 12:55 halverwege een mast wordt gehesen. Zo weten de navigators aan boord op de schepen dat ze zich moesten gaan voorbereiden. Om 12:58 gaat de bal helemaal naar de top en precies om 13:00 zakt de rode bal op Flamsteed House (een van de gebouwen van het observatorium). Zeekapiteins die op het punt stonden uit te varen konden zo de snelheid van hun zeekronometers controleren, een technologie waar de Royal Observatory een grote rol in speelde.
Dit was de start van de Greenwich Mean Time. Toen het spoornetwerk zich steeds meer ging uitbreiden rond 1850-1860, werd de behoefte aan een tijdstandaard steeds groter. De tijd in Greenwich is uiteindelijk die standaard geworden.
Iedereen kon zijn klok om 13:00 uur hierop gelijk zetten.
Historisch Greenwich
Greenwich telt een ensemble historische gebouwen uit de 17e, 18e en 19e eeuw, waarvan een aantal verbonden is met het Britse koningshuis en de Royal Navy. De belangrijkste gebouwen zijn:
- Queen’s House (ontworpen door Inigo Jones),
- het Old Royal Naval College (ontworpen als Greenwich Hospital door Christopher Wren; tegenwoordig Universiteit van Greenwich en Trinity College of Music),
- het National Maritime Museum en
- het Koninklijk Observatorium van Greenwich,
alle fraai gelegen in het Greenwich Park op een heuvel met uitzicht op de Theems. Het totaal, aangeduid als Maritiem Greenwich, werd in 1997 door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst.
1 Dr. Nevil Maskelyne (1732-1811) was van 1765 tot 1811 de vijfde Engelse Astronomer Royal. Zijn belangstelling voor astronomie begon al op Westminster School, kort na de zonsverduistering van 25 juli 1748.
In 1749 ging Maskelyne naar St Catharine’s College (Cambridge) en studeerde af in 1754. Hij werd in 1755 tot priester gewijd en in 1756 benoemd als fellow van Trinity College (Cambridge).
In 1758 werd Maskelyne lid van de Royal Society, die hem in 1761 naar het eiland Sint-Helena zond om de Venusovergang waar te nemen. Deze waarneming was belangrijk omdat nauwkeurige metingen het mogelijk maken de afstand van de Aarde tot de Zon precies te berekenen, wat op zijn beurt het berekenen van de schaal van het zonnestelsel mogelijk maakt.
Door slecht weer konden geen goede waarnemingen worden gedaan, maar Maskelyne gebruikte zijn reis om een methode te bedenken om de geografische lengte te bepalen door middel van de Maan, de maansafstandsmethode.
Hij beschreef zijn methode in een boek dat in 1763 als The British Mariner’s Guide uitgegeven werd. Dit boek bevat de suggestie dat, om de lengte op zee te vinden, maansafstanden voor elk jaar worden berekend en uitgegeven in een vorm, die voor zeelieden beschikbaar is. Dit voorstel, het begin van de nautische almanak, werd door de regering aangenomen en in 1766 werd de nautische almanak voor 1767 uitgegeven, verzorgd door Maskelyne. Hij kreeg verder gedaan dat de regering zijn waarnemingen jaarlijks uitgaf.
2 John Harrison (1693-1776) is de uitvinder van de chronometer, het eerste instrument dat ook op zee altijd de juiste tijd aangaf.
In het begin van de 18e eeuw was er grote behoefte aan een methode waarmee op volle zee de juiste lengtegraad bepaald kon worden (de breedtegraad kon al bepaald worden met bijvoorbeeld een sextant). Het Engelse parlement had een beloning van 20.000 pond uitgeloofd aan diegene die als eerste een betrouwbare methode zou vinden.
Toen Harrison 21 was, hoorde hij van deze beloning. Harrison, die vanaf zijn jeugd al gefascineerd was door klokken, beredeneerde dat de juiste lengtegraad afgeleid kon worden van het tijdsverschil tussen de lokale tijd (die bijvoorbeeld aan de stand van de zon bepaald kan worden) en de tijd op een referentiepunt (het Koninklijk Observatorium van Greenwich). Hij trachtte daarom een klok te maken die, onafhankelijk van omgevingscondities (zoals temperatuur, luchtvochtigheid en slingerbewegingen van het schip), altijd de goede tijd aan zou geven. Na drie voor die tijd al zeer accurate klokken, die echter te groot, te duur of te zwaar waren, voldeed zijn vierde klok aan de eisen. Hij kreeg het prijzengeld uiteindelijk in 1773, drie jaar voor zijn dood. In 1749 kreeg hij al de Copley Medal. De uitvindingen van Harrison zijn vandaag de dag nog steeds van groot belang. Hij wordt ook wel de vader van de moderne navigatie genoemd.

