Juliane Koepcke1 heeft een van de meest indrukwekkende en boeiende overlevings-verhalen van het Amazone-regenwoud. Ongelooflijk geluk, de vastberadenheid om te overleven en een basisoverlevingstraining die ze van haar vader had geleerd, speelden allemaal hun rol in haar wonderbaarlijke verhaal. Zonder dit alles had het einde heel anders kunnen zijn.
LANSA-vlucht 508
In 1971 was Juliane een 17-jarig meisje dat op de middelbare school studeerde om zoöloog te worden, net als haar vader, die werkte in Pucallpa, in het Peruaanse Amazonegebied. Het was kerstavond en ze was, samen met haar moeder, aan boord van LANSA-vlucht 508 gegaan, op weg naar haar vader. Berichten over slecht weer en onweersbuien waren doorgegeven aan de piloten. Maar, vanwege de druk om aan het vakantietijd-schema te voldoen, ging de vlucht echter door zoals gepland.
Dit bleek een catastrofale vergissing. Ongeveer 60 minuten na het opstijgen werd het vliegtuig getroffen door de bliksem toen het door sterke turbulentie vloog op 6.000 meter boven het Amazone-regenwoud. Doodsbang hield Juliane haar moeder vast, die de hele reis naast haar zat. Als gevolg van de blikseminslag vloog de vleugel in brand en viel er af, waardoor het vliegtuig uiteenviel en in het bergachtige terrein naar beneden neerstortte. Juliane werd uit het vliegtuig gezogen en viel meer dan drie kilometer lager op de grond, nog steeds vastgebonden op haar stoel.
Wonderen gebeuren nog steeds
Wonder boven wonder werd ze tien uur later levend wakker op de junglebodem. Ze had een beschadigd oog als gevolg van de plotselinge verandering in de luchtdruk. Naast haar oog had ze last van een gebroken sleutelbeen, een diepe snee in haar arm en een ernstige hersenschudding.
Juliane bracht de rest van die dag door met in- en uit bewustzijn geraken, te zwaar gewond en te zwak om zichzelf te bevrijden van de stoel waarin ze vastgebonden was.
Toen ze uiteindelijk weer op krachten kwam, was haar eerste prioriteit het vinden van haar moeder. Zonder haar bril en met één oog dicht bleek de zoektocht te moeilijk. Ze moest de gedachte en het bijbehorende verdriet toelaten dat ze haar moeder waarschijnlijk niet meer zou zien.
De volgende acht dagen bracht ze door met ploeteren door de jungle, met slechts wat snoepjes, die ze als levensonderhoud uit het wrak had gehaald.
Nadat een aantal dagen waren verstreken, hoorde ze het geluid van koningsgieren boven haar hoofd. Daardoor slaagde ze er in de lichamen te lokaliseren van verschillende andere passagiers, die op slag dood waren na hun val.
De arm wordt erger
Ze kwam toevallig een beek tegen en herinnerde zich het goede overlevingsadvies van haar vader om water stroomafwaarts naar de bewoonde wereld te volgen. Uiteindelijk kwam ze een kano tegen, compleet met een buitenboordmotor en een benzinetank. Toen was de snee in haar arm al geïnfecteerd geraakt en besmet met maden.
“Ik herinner me dat ik mijn vader had gezien toen hij een hond wormen in de jungle met benzine genas. Ik kreeg wat benzine en goot het over mezelf. Ik telde de wormen toen ze eruit begonnen te glippen. Er waren er 35 op mijn arm.”
Omdat ze de boot niet wilde stelen, vond Juliane de kracht om een pad de heuvel op te volgen. Uiteindelijk leidde dat haar naar een kamp. Ze viel uitgeput neer en lag daar enkele uren. Terwijl ze keek hoe kikkers hun gang gingen in de bomen. Terwijl ze ze met haar lege maag bekeek, overwoog ze ze op te eten, maar ze kon niet de kracht vinden om er een te vangen. Later ontdekte ze dat dit pijlgifkikkers waren en het eten ervan zou dodelijk zijn geweest.

De redding
Niet lang daarna hoorde ze mannen naderen die haar daar ontdekten en zo goed mogelijk voor haar verwondingen zorgden, omdat het te laat was om de rivier af te dalen.
De volgende dag, na een boottocht van zeven uur, arriveerde ze echter bij een kleine zendingsfaciliteit waar ze een aantal dagen bleef en medische hulp en voedsel ontving, voordat ze een vlucht kon nemen naar haar oorspronkelijke bestemming Pucallpa, om eindelijk haar vader te ontmoeten.
Van alle 92 passagiers en bemanningsleden was Juliane de enige overlevende. Later werd ontdekt dat 14 van haar medepassagiers, inclusief haar moeder, de val hadden overleefd, maar de daaropvolgende dagen omkwamen in afwachting van redding. De overblijfselen van het vliegtuig zijn nog steeds te vinden op hun oorspronkelijke crashlocatie, maar gelukkig zijn de lichamen van alle passagiers dankzij de hulp van Juliane geborgen en begraven op een begraafplaats in Yarinacocha.
Film, documentaire en biografie
Juliane is nu bioloog en woont in Duitsland. Haar verhaal is gedramatiseerd in de Italiaanse film “I miracoli accadono ancora (Miracles Still Happen) ” uit 1974, die ze mede schreef, en later in de documentaire “Julianes Sturz in den Dschungel (ook wel Wings of Hope genoemd)”, uit 1998, geschreven en geregisseerd door Werner Herzog. Haar autobiografie, “Als ich vom Himmel fiel (When I Fell From the Sky) ” werd uitgebracht in 2011, waarvoor ze de Corine Literary Prize won.
1 Juliane Koepcke werd in 1954 in Lima geboren, haar ouders waren beide bioloog. Haar moeder, Maria Koepcke (geboren Maria von Mikulicz-Radecki) was een bekende ornitholoog en haar vader, Hans-Wilhelm Koepcke was ecoloog. Juliane is een bioloog (mammaloog) werkzaam bij de Zoologische Staatssammlung München.

