Simone de Beauvoir

Simone Lucie Ernestine Marie Bertrand (Simone) de Beauvoir (1908–1986) was een Franse filosoof, schrijver en feminist.

De meeste filosofen zijn het erover eens dat Beauvoirs grootste bijdrage aan de filosofie haar revolutionaire magnum opus, Le deuxième sexe (Nederlandse vertaling: ‘De tweede sekse‘), is. Dit werk, gepubliceerd in twee delen in 1949, vond onmiddellijk zowel een gretig publiek als harde critici. De tweede sekse was zo controversieel dat het Vaticaan het (samen met haar roman De Mandarijnen) op de Index van verboden boeken plaatste.

Jean Paul Sartre

De Beauvoir studeerde aan de Sorbonne literatuurwetenschap, wiskunde en filosofie, en volgde hierna een docentenopleiding aan de École normale supérieure. Daar leerde ze Jean-Paul Sartre kennen, die haar metgezel voor het leven zou worden. Sartre gaf haar de koosnaam Castor. Zij maakten de afspraak hun zelfstandigheid te behouden. Ook de seksuele omgang met anderen moest mogelijk zijn. Zij waren beiden tegen het huwelijk, dat ze bourgeois vonden. De Beauvoir werkte in het middelbaar onderwijs te Marseille en Sartre bleef in Parijs wonen. Zowel in het werk van Sartre als in dat van De Beauvoir is de invloed van de ander merkbaar.
Volgens Sartre gaat de existentie, het bestaan van de mens, vooraf aan de essentie, wat de mens is. Gevolg hiervan is dat de mens kan kiezen wie hij is. Zo kan ook de vrouw kiezen om niet langer in de rol van ondergeschikte te blijven zitten. Ze moet ervoor kiezen om een zelfstandig persoon te zijn met eigen verlangens en behoeften, een subject. Maar de man moet de vrouw dan ook wel erkennen als subject.

De tweede sekse

Op het moment dat De tweede sekse werd geschreven, was er vanuit feministisch perspectief heel weinig serieuze filosofie over vrouwen gedaan. Met uitzondering van een handvol boeken, waren systematische behandelingen van de onderdrukking van vrouwen, vrijwel ongehoord.
Opvallend vanwege de breedte van het onderzoek en de diepgang van de centrale inzichten ervan, blijft De tweede sekse tot op de dag van vandaag een van de fundamentele teksten in filosofie, feminisme en vrouwenstudies.

De hoofdstelling van De tweede sekse draait om het idee dat de vrouw in een relatie langdurig onderdrukt wordt. Wat Beauvoir ontdekt in haar veelzijdige onderzoek (ruim 800 pagina’s), is dat de vrouw consequent als de Ander wordt gedefinieerd door de man die de rol van het Zelf op zich neemt.
Zoals Beauvoir in haar inleiding uitlegt, is vrouw “het incidentele, het onessentiële, in tegenstelling tot het essentiële. Hij is het Onderwerp, hij is het Absolute, zij is de Ander.” Bovendien beweert Beauvoir dat het menselijk bestaan een dubbelzinnig samenspel is tussen transcendentie1 en immanentie2, waarbij mannen het voorrecht hebben gehad transcendentie tot uitdrukking te brengen door middel van projecten, terwijl vrouwen gedwongen zijn tot het repetitieve en niet creatieve leven van immanentie. Beauvoir stelt daarom voor om te onderzoeken hoe deze radicaal ongelijke relatie tot stand is gekomen en welke structuren, houdingen en vooronderstellingen hun sociale macht blijven behouden.

De eerste editie…

Boek I

Boek I onderzoekt de “Facts en Myths” over vrouwen vanuit meerdere perspectieven, waaronder

  • biologisch-wetenschappelijk,
  • psychoanalytisch,
  • materialistisch,
  • historisch,
  • literair en
  • antropologisch.

Bij elk van deze behandelingen beweert Beauvoir dat geen van deze behandelingen voldoende is om de definitie van de vrouw als de Ander van de man of de daaruit voortvloeiende onderdrukking uit te leggen. Elk van hen draagt echter bij aan de algehele situatie van vrouwen als het Andere geslacht.
In haar bespreking van biologie en geschiedenis merkt ze bijvoorbeeld op dat vrouwen bepaalde verschijnselen ervaren, zoals zwangerschap, borstvoeding en menstruatie, die mannen vreemd zijn en zo bijdragen aan een duidelijk verschil in de situatie van vrouwen. Deze fysiologische gebeurtenissen zorgen er echter op geen enkele manier voor dat de vrouw de ondergeschikte van de man is, omdat biologie en geschiedenis niet slechts “feiten” zijn van een onbevooroordeelde waarnemer, maar altijd worden geïnterpreteerd vanuit een situatie.

Boek II

Boek II begint met de beroemdste bewering van Beauvoir: “On ne naît pas femme, on le devient.” Hiermee wil Beauvoir het essentialisme vernietigen dat beweert dat vrouwen vrouwelijk geboren worden (afhankelijk van hoe de cultuur en tijd dat ook definiëren), maar eerder zo geconstrueerd zijn door sociale indoctrinatie. Wat jammer is, is dat de bekendste zin uit De tweede sekse in het Nederlands steevast verkeerd vertaald wordt. De standaard Nederlandse vertaling luidt: ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.’ Die klopt niet, en moet zijn: ‘Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt het.’ Dit heeft gevolgen voor de interpretatie van het werk en daarmee voor de betekenis van De Beauvoirs feminisme. De mens heeft geen vaststaande essentie. De ‘wording’ is in de juiste vertaling duidelijk aanwezig; mensen/vrouwen moeten hun leven zelf vorm geven, zijn zelf verantwoordelijk voor wie of wat ze zijn.

De rollen van de vrouw

Met behulp van een breed scala aan verslagen en observaties volgt het eerste deel van Boek II de opvoeding van vrouwen vanaf haar kindertijd, via haar adolescentie en uiteindelijk tot haar ervaringen met lesbische gevoelens en seksuele initiatie (als ze die heeft). Beauvoir bestudeert de rollen van vrouw, moeder en prostituee om te laten zien hoe vrouwen, in plaats van te overstijgen door werk en creativiteit, worden gedwongen tot een eentonig bestaan van het krijgen van kinderen, het verzorgen van een huis en het zijn van de seksuele ontvangers van het mannelijke libido.

Volgens De Beauvoir zijn mannen niet in staat vrouwen tot volwaardige individuen te maken. Mannen leven alleen voor zichzelf en maken de vrouwen dienstbaar aan zichzelf. Zij verwijst naar de cartesiaanse filosoof François Poullain de La Barre (1647-1725)3: “Al wat door mannen over vrouwen is geschreven, is verdacht, omdat de man zowel de rechter, alsook zelf partij is in het geschil.”

Heeft het boek nog impact?

Wat hebben we precies aan dit boek? Schrijver Marja Vuijsje verwoordt dit kort en bondig in De kleine De Beauvoir. Haar baanbrekende De tweede sekse samengevat
(2019). ‘De tweede sekse gaat inmiddels al een paar generaties (ruim 75 jaar!) mee als hart onder de riem van lezers met een hekel aan opvattingen waarin de mensheid wordt verdeeld in mannetjes- en vrouwtjesdieren,’ schrijft ze. ‘Tot op de dag van vandaag wordt eruit geput in reacties op wetenschappelijke, religieuze en populaire opvattingen waarin moederschap en zorgzaamheid worden gepresenteerd als de natuurlijke bestemming van een vrouwenleven.’


1 Transcendentie is het naar buiten staan of overstijgen van de mens. Dit begrip komt bij vele filosofen terug waaronder Immanuel Kant.

2 Immanentie (letterlijk: erin blijvend) is dat wat tot de structuur van iets behoort en deze niet overschrijdt. Zo is immanent in de kennistheorie dat wat het bewustzijn niet te boven gaat, maar binnen de ervaring of het bewustzijn blijft. Binnen een theologische context zijn immanentie en immanent termen die gesteld worden tegenover transcendentie en transcendent, om uit te drukken hoe de aanwezigheid van de – bijvoorbeeld christelijke – godheid in de wereld gezien wordt.

3 François Poullain de La Barre (1647–1723) was een geestelijke, schrijver, cartesiaans filosoof en vroeg feminist. Hij publiceerde in 1673-1675 drie boeken om de vooroordelen tegen vrouwen te bestrijden. Daarna bekeerde hij zich tot het calvinisme en ging hij in Génève wonen. Hij gaf daar Franse les aan buitenlandse edelen en publiceerde in 1691 nog een Frans uitspraakboekje. Het jaar voordien was hij getrouwd.
Vanuit het cartesiaanse dualisme ontwikkelde Poullain een visie op de gelijk-berechtiging van mannen en vrouwen. De fysieke verschillen tussen de geslachten hadden volgens hem geen invloed op het intellect. Wanneer vrouwen minder grote prestaties konden voorleggen, was dat door vooroordelen en uitsluiting.
Het eerste boek waarin hij deze ideeën uiteenzette, was het anonieme De l’égalité des deux sexes uit 1673. Het betoogde dat de achterstelling van vrouwen niet gegrond was in de natuur, maar berustte op culturele vooroordelen. De Franse term “préjugé” was geïntroduceerd in de 16e eeuw en werd door Poullain voor het eerst toegepast op de genderverhoudingen. Zijn praktische conclusie was dat men zich vrouwen moest kunnen voorstellen als professoren aan de universiteit, leiders van erediensten, magistraten in de rechtbank en generaals in het leger.
Zijn volgende anonieme werk, De l’éducation des dames pour la conduite de l’esprit dans les sciences et dans les mœurs, verscheen in 1674 en onderzocht de vraag hoe vrouwen zichzelf konden ontwikkelen en bevrijden. Een gezond uitgangspunt was cartesiaanse twijfel aan de maatschappelijke ordening en vertrouwen in eigen capaciteiten. In dit boek deed hij de puntige uitspraak L’esprit n’a point de sexe (“De geest heeft geen geslacht”).
Het derde werk uit de rij, De l’excellence des hommes contre l’égalité des sexes (1675), betoogde dat het mannelijk geslacht superieur was en dat dit gegeven de genderongelijkheid rechtvaardigde. Je kunt je afvragen of Poullain deze schijnbare weerlegging van zijn eigen stelling had geschreven omdat hij zich bedreigd voelde. In werkelijkheid was het een ironisch werk waarin hij de absurditeit van de patriarchale argumenten probeerde bloot te leggen. Hij voegde de ontkrachting erbij. Door op deze manier tewerk te gaan, zal hij gehoopt hebben een groter publiek te bereiken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *