Sol Hachuel, ook bekend als Lalla Soulika of Sol ha-tsaddeqet, was een negentiende-eeuwse martelaar wier rustplaats in de 21e eeuw nog steeds een belangrijk pelgrims-oord is voor zowel Marokkaanse joden als moslims.
Sol Hachuel was een jonge Marokkaans-Joodse vrouw die weigerde zich tot de islam te bekeren. In plaats daarvan werd ze ter dood gebracht, pas zeventien jaar oud. In de decennia die volgden op haar martelaarschap, werd aangenomen dat het graf van Sol Hachuel begiftigd was met krachten voor vruchtbaarheid en genezing, waardoor haar status als heilige werd versterkt.
Een boeiende schoonheid
Sol Hachuel stamde af van Sefardische joden (joden die uit Spanje kwamen, of “Sepharad” in het Hebreeuws) die zich in Noord-Marokko hadden gevestigd na hun verdrijving uit Spanje in 1492. Volgens de overlevering hebben joden in Noord-Afrika gewoond sinds de verwoesting van de eerste tempel in de zesde eeuw voor Christus.
Historici kunnen het joodse leven in de regio dateren op zijn minst uit de Romeinse tijd. Er was een grote diversiteit van het Joodse leven in Marokko. Joden woonden in plattelandsgemeenschappen van het Atlasgebergte en in de grote stedelijke centra, zoals Fez, of in het geval van Sol Hachuel, Tanger. Op zijn hoogtepunt bedroeg de Joodse bevolking van Marokko ongeveer 250.000. De meeste Joden verlieten Marokko in de jaren vijftig en zestig van de 20ste eeuw naar Israël, Frankrijk of Amerika vanwege een combinatie van politieke en sociale druk.

Sol Hachuel werd geboren in Tanger in 1817. Ze werd onthoofd tijdens een openbare executie in Fez in 1834, ze was dus zeventien jaar oud. Afhankelijk van welke van de talrijke versies van het verhaal je raadpleegt, werd ze geëxecuteerd omdat ze weigerde zich tot de islam te bekeren, of omdat ze zich tot de islam bekeerde en vervolgens herriep. Volgens elke versie van het verhaal was ze erg mooi, zo mooi dat zowel moslims als joden jammerden over haar dood.
Er is uit die tijd geen bewijs bewaard gebleven dat licht werpt op wat er werkelijk is gebeurd, maar de Joodse gemeenschap twijfelde er niet aan. Een aantal Hebreeuwse gedichten die kort na haar executie zijn gepubliceerd, beschrijven de getuigen als meineedplegers en de als bewijsmateriaal aangeboden documenten als vervalst. De Joodse gemeenschap twijfelde er niet aan dat Sol een onschuldig slachtoffer was geweest van gerechtelijke moord.
De Britse consul in Tanger had een soortgelijke mening. Vijf dagen na haar executie schreef hij in zijn diplomatiek rapport: “Jodin met de naam Sol Hachuel, geëxecuteerd volgens een uitspraak van de Ulama (een groep religieuze geleerden) wegens ketterij, nadat ze haar oorspronkelijke religie had ontkend vanwege een huiselijk argument. waarin haar moeder haar sloeg. Joden uit Tanger drongen er bij het onschuldige meisje op aan terug te keren naar haar religie, en als gevolg daarvan arresteerden de moslimautoriteiten haar. Het leek erop dat de qadi [islamitische rechter] vastbesloten was een doodvonnis voor dat onverstandige meisje te bereiken.”
Volgens Sharon Vance, auteur van een boek over Sol, is de kern van het verhaal als volgt: Sol’s familie was niet rijk genoeg om huispersoneel te betalen, dus deden Sol en haar moeder, Simha, al het huishoudelijk werk. Simha was vaak hard tegen Sol, schreeuwde tegen haar en dreigde met lichamelijk letsel. Op een bijzonder moeilijke dag rende Sol naar het huis van haar buurman.
De buurvrouw, Tahra, was moslim en liet Sol weten dat als ze zich tot de islam zou bekeren, ze buiten het bereik van haar moeder zou zijn en geen schade zou kunnen lijden.
Bekering of dood
Hier verschillen versies van het verhaal. Volgens moslimbronnen bekeerde Sol zich en herriep dat vervolgens, waardoor ze afvalligheid pleegde, wat een doodvonnis opleverde. Volgens Joodse bronnen en Sol zelf, kreeg ze de keuze om zich te bekeren of te sterven, maar bekeerde zij zich nooit. In beide gevallen werd ze, na een kort verblijf in de gevangenis in Tanger, overgebracht naar Fez, waar de sultan van Marokko haar zaak zou behandelen.
Na zes dagen reizen over land arriveerde Sol bij het paleis van de sultan, waar ze werd toegelaten tot het vrouwenverblijf, baadde en rustte voordat ze voor de sultan verscheen. De sultan werd, net als iedereen, getroffen door haar schoonheid en moedigde haar aan zich tot de islam te bekeren, waarbij hij een huwelijk beloofde met een rijke moslim. Sol weigerde. Volgens sommige versies van het verhaal moedigde een delegatie rabbijnen uit Fez haar aan zich te bekeren en als crypto-jood te leven; in andere versies moedigden de rabbijnen haar aan standvastig te blijven en zich niet te bekeren.
Groeiende verering
Op de dag van haar executie verwondde de beul haar eerst lichtjes en gaf haar nog een kans om zich te bekeren; maar ze weigerde en werd onthoofd. De Joden van Fez begroeven haar lichaam op de Joodse begraafplaats, in een goed gebouwd graf vlakbij de graven van opmerkelijke wijzen (rabbis). Het meisje groeide uit tot martelaarster. De Joden noemden Hachuel “Sol ha-Tzaddikah” (De rechtvaardige Sol). Echter ook onder de Marokkanen groeide de bewondering voor het meisje. Ze werd door sommigen Lalla Suleika (Heilige Suleika) genoemd.
Haar graf werd een bedevaartoord. Sindsdien hebben zowel moslims als joden haar graf bezocht, een plek die, volgens folklorist Issachar Ben Ami, wordt geassocieerd met vruchtbaarheid en genezing van zieke kinderen. In zijn boek over Marokkaans-Joodse heiligen en hun verering beschrijft Ben Ami verschillende anekdotes van degenen wier kinderen door Sol zijn genezen of gered.
Een gedenkwaardig verhaal gaat over een baby met ondergewicht die van de dokter een slechte prognose kreeg. Wanhopig nam de vader de baby in een overdekte mand en plaatste hem in de grote nis van het graf dat voor kaarsen werd gebruikt. Toen hij de baby weer ophaalde, was hij genezen.
Vance’s boek beschrijft de talrijke versies van Soulika’s verhaal, door Europeanen, Noord-Afrikaanse moslims en Noord-Afrikaanse joden. Met name in 1902 werd het verhaal overgenomen en in series uitgebracht door La Epoka, een krant in het verre Thessaloniki, Griekenland. Het werd in 1929 ook verteld als een geserialiseerde roman l’Avenir Illustré, in een krant uit Casablanca.

Het graf van Lalla Soulika is tot op de dag van vandaag een plaats van verering, een populaire stopplaats tijdens rondleidingen door Joods erfgoed in Marokko. Het graf is goed gemarkeerd, met aan één kant een grote nis voor kaarsen en een portret van Sol, evenals haar verhaal in meerdere talen.

