Wilhelm Steinitz 5 / 5

Op de site van Tim Krabbé vond ik een Interview met Steinitz. Dat leek me een aardige afsluiting van mijn artikelen reeks!

Zoals we al in eerdere afleveringen schreven wordt Wilhelm Steinitz als de eerste wereldkampioen gezien. Meestal wordt zijn regeerperiode geacht te zijn begonnen in 1886, toen hij in Londen een match tegen Zukertort won. Het is daarom wel aardig om in een lang interview dat hij in 1896 aan het Nederlandse  Tijdschrift gaf, te lezen dat hij zelf vond dat hij al vanaf 1866 wereld-kampioen was, nadat hij Anderssen in een match had verslagen. “Anderssen was op dat ogenblik sterker dan ik” zegt Steinitz, maar hij had gewonnen, en zo was hij al 20 jaar wereldkampioen vóór hij het, volgens de huidige inzichten, op zijn 50ste, werd. Een grote rol speelde daarbij dat Morphy in 1884 overleden was; dat maakte de weg vrij voor een algemene erkenning van een nieuwe wereldkampioen.

Morphy en Anderssen

Steinitz heeft Morphy éénmaal ontmoet, een jaar voor diens dood, in New Orleans. Morphy had in de ontmoeting toegestemd op voorwaarde dat er niet over schaken zou worden gesproken. Steinitz: “Hij was toen reeds lang in een toestand, waarin ik slechts het diepste medelijden met hem kon hebben. Het blijft toch altijd een treurig gezicht een man, in de kracht van zijn leven, die eens als een schitterende ster aan de schaakhemel verscheen, nu zo totaal gebroken voor zich te zien. Men heeft vaak de dwaasheid gehad Morphy met mij te vergelijken. Maar hoe is dat nu mogelijk? Morphy treedt één jaar op en overwint alles wat hem tegemoet waagt te treden en gaat bewierookt naar zijn vaderland terug, waarna hij niets meer van zich laat horen.
Opmerkelijk is dat Steinitz desondanks Anderssen genialer noemt; Morphy is te veel opgehemeld omdat hij zo jong, sympatiek en beleefd was, en hij speelde de openingen slecht.

Interview

Dat grote interview (16 dicht-bedrukte bladzijden) werd gemaakt door een jonge schaker, J. Moquette, ter gelegenheid van een simultaan-toernee die Steinitz door Nederland maakte.

Stel u, waarde lezer, een klein mannetje voor, die geleund op een stok, vriendelijk lachend op mij toekomt en niets wil weten van het verzoek om toch te blijven zitten en zijn gemak te houden, hoewel hij een reis van 8 uur achter de rug heeft. Ieder die hem heeft gezien zal moeten toestemmen dat Steinitz met zijn prettige lach en zijn geestig glinsterende bruine ogen terstond een indruk maakt die ieder voor hem inneemt.

Steinitz maakt inderdaad een sympatieke indruk, ook op de lezer van 104 jaar later, en hij bederft dat niet eens met zijn verhalen over alle ellende die hem in zijn leven getroffen heeft. “Allerlei rampen overvielen mij, maar als ik u dat alles wilde vertellen zou ik om vier uur nog niet uitgepraat zijn.

Hij heeft reumatiek aan beide benen, zijn rechterknie is kapot getrapt door een paard, een zonnesteek doodde hem eens bijna en bracht hem aan de rand van de waanzin, zijn vrouw, dochter en broer stierven, er werd een moord-aanslag op hem gepleegd, twee beroerten verlamden hem half, hij raakte schaakrubrieken kwijt en werd bedrogen door uitgevers.

Steinitz is er trots op beroepsspeler te zijn, maar toch: ‘Stel u eens voor, dat ik niets voor schaken voelde; dat het enig doel waarom ik speelde geld was, dan was ik toch een der beklagenswaardigste mensen die er bestaan. Het schaakspel is zo ver boven elk ander spel verheven dat ik er geen enkel mee durf te vergelijken. Het bezielt zo, dat ik niet geloof dat enig goed speler onder het spel een kwade gedachte kan koesteren.

Niemand zal kunnen beweren dat het de harstochten opwekt omdat het spel te rein, te edel is. Wilt u mij beschouwen als beroepsspeler, goed, ga uw gang, maar vergeet niet dat ik bovenal een kunstenaar ben, die de kunst die hij beoefent, zijn gehele leven door, zoveel mogelijk populair heeft trachten te maken.

Het woord beroepsschaker staat bij velen in een ongunstige reuk, maar waarom? De amateurs nemen toch ook op de grote wedstrijden heel kalm de geldprijzen aan en wie heeft er verder mee te maken of ik brood of koek voor dat geld wil kopen. Anderssen had een heel ander oordeel over de beroepsschakers dan de meeste anderen. Toen ik hem eens vroeg wat hij over dergelijke spelers dacht, was zijn antwoord: “Beroepsschakers zijn de hoogste uiting der kunst”.”

Simultaan

De seances, in Hilversum, Rotterdam, Haarlem, Den Haag en Leiden, werden niet al te druk bezocht, en uit Moquette’s verslag blijkt ook dat Steinitz nogal traag speelde – de simultaan in Rotterdam, met 25 tegenstanders, duurde van half 9 ’s avonds tot 3 uur ’s nachts. In Haarlem en Leiden werden daarom de partijen rond middernacht gearbitreerd.

’t Is een hoogst eigenaardig gezicht die invalide te zien voortstrompelen van bord tot bord. Leunend op zijn linker ellenboog ziet hij de positie nauwkeurig aan en doet daarna zijn zet. Dan ziet hij zijn tegenstander even aan, alsof hij op diens zet wil wachten. De meesten geven hem een teken dat hij door kan gaan, sommigen laten zich verleiden en worden het slachtoffer van hun overijling. Is de positie zeer interessant of de tegenpartij zeer sterk dan duurt Steinitz’ tegenzet langer. Zo nu en dan gaat hij even op een stoel zitten om spuitwater en citroen te drinken en een nieuwe sigaar aan te steken, maar nooit langer dan een minuut. Het is volstrekt geen kwelling voor een der tegenstanders zijn partij te moeten opgeven, want een vriendelijke lach en een kalmerend ‘ah’ stelt een ieder op zijn gemak.

Wilhelm Steinitz 4 / 5

In 1883 werd Steinitz tweede in het sterke toernooi in Londen. Eerste werd Zukertort. Dit gaf natuurlijk opnieuw aanleiding voor het oprakelen van de discussie wie nu eigenlijk de wereldkampioen schaken was.

In datzelfde jaar besloot Steinitz Engeland te verlaten en definitief in New York te gaan wonen. Maar deze emigratie zorgde niet dat er een einde kwam aan de “Ink War”, want sommige van zijn vijanden wisten de Amerikaanse pers aan hun kant te krijgen.

Zukertort

In 1885 begon Steinitz met de publicatie van het International Chess Magazine, wiens editor hij tot 1895 bleef. In “zijn” magazine beschreef hij chronologisch de moeizame onderhandelingen met Zukertort om tot een match te komen. Het kwam zelfs zover dat Steinitz voorstelde om af te zien van alle vergoedingen voor onkosten en van een aandeel in het prijzenfonds, zodat de match “a benefit performance, solely for Mr. Zukertort’s pecuniary profit” zou zijn. Uiteindelijk kwam het tot een akkoord: in 1886 zouden Steinitz en Zukertort een match spelen in New York, St. Louis en New Orleans, en dat de winnaar degene zou zijn die als eerste 10 partijen won. Steinitz drong er op aan dat de match “for the Championship of the World” zou zijn. Bovendien wilde Steinitz spelen onder de Amerikaanse vlag (hoewel hij nog niet officieel genaturaliseerd was).

Na vijf aprtijen in New York stond het 4-1 voor Zukertort, maar aan het eind van de rit was het 12½–7½ voor Steinitz (tien gewonnen, vijf remises, vijf verloren). De manier waarop Zukertort instortte (hij won slechts één van de laatste vijftien partijen) werd later beschreven als “perhaps the most thoroughgoing reversal of fortune in the history of world championship play.”

Wereldkampioenschap

In 1887 begon het American Chess Congress aan het opstellen van de regelmenten voor het wereld-kampioenschap schaken. Steinitz was hier een actieve voorstander van, al dacht hij dat hijzelf te oud werd om wereldkampioen te blijven. In zijn eigen magazine schreef hij:

I know I am not fit to be the champion, and I am not likely to bear that title forever“.

Maar in 1888 wilde de Havana Chess Club een match sponsoren en organiseren tussen Steinitz en degene die Steinitz waardig achtte als tegenstander. Steinitz koos de Rus Mikhail Tchigorin.

Mikhail Tchigorin

Voorwaarde was wel dat de invitatie aan Tchigorin niet kwam als een uitdaging van Steinitz en evenmin dat het een match om de wereldtitel zou zijn. De match zou om maximaal 20 partijen gaan en dat was voor Steinitz een argument om niet voor de wereldtitel te spelen:

“Fixed-length matches were unsuitable for world championship contests because the first player to take the lead could then play for draws”,

Bovendien was Steinitz samen met het American Chess Congress bezig met het world championship project.

De match werd uiteindelijk wel begin 1889 gespeeld in Havana, en gewonnen door Steinitz (tien gewonnen, een remise, zes verloren).

Het voorstel, waarmee het American Chess Congress kwam, was duidelijk een compromise tussen voorstanders van matches en die van toernooien.

De winnaar van het toernooi dat in 1889 in New York gehouden zou worden, mag zich wereldkampioen noemen, maar moet bereid zijn om binnen een maand een match om de titel te spelen met degene die tweede of derde zou worden.

Steinitz gaf aan niet in een toernooi om de wereldtitel te willen spelen en zou ook de winnaar niet uitdagen, tenzij dat niet gebeurde door nummer twee of drie in het toernooi.

Het toernooi vond plaats, maar had een verrassende uitkomst: Mikhail Tchigorin won samen met de Oostenrijker Max Weiss, en de play-off eindigde in vier remises.

Toen trok Weiss zich terug wegens drukke werkzaamheden. Tchigorin twijfelde, omdat hij al een match met Steinitz had gespeeld en verloren. Toen rook de derde prijswinnaar, Isidor Gunsberg, zijn kans en daagde Steinitz uit. Die match werd in 1890 in New York gespeeld en eindigde in een 10½–8½ overwinning voor Steinitz.

Het American Chess Congress format werd daarna niet meer herhaald en Steinitz speelde daarna alleen nog matches die hij persoon-lijk regelde, daarbij gedreven door geldnood.

Zo was er in 1892 opnieuw een match in Havana met Tchigorin om de wereldtitel. Steinitz won nipt (tien gewonnen, vijf remises, acht verloren).

Mikhail Ivanovich Chigorin (1850-1908)

Als partij kies ik de 23e in die match, want:

The highlight of this match is the biggest shock ending in the history of the Championship. In game 23, Chigorin, a piece ahead, was on the verge of tying the score at 9-9 and sending the match into overtime. Rather than sealing his move, he made it on the board, and in so doing, unprotected his h-pawn allowing Steinitz a mate-in-two that ended the match.”

(klik op de zet en je ziet een diagram)

Het overkomt ons allemaal….

Wilhelm Steinitz 3 / 5

We verlieten Steinitz de vorige keer na zijn overwinning op Anderssen. In de jaren daarna speelde hij weer diverse matches: hij versloeg Henry Bird in 1866 (zeven keer gewonnen, vijf keer verloren en vijf remises).

Vrij simpel werd er gewonnen van Johannes Zukertort in 1872 (zeven keer gewonnen, een keer verloren en vier remises). Diezelfde Zukertort verscheen op het toneel nadat hij fors van Anderssen had gewonnen in 1871.

In toernooivorm kon Steinitz in eerste instantie niet goed meekomen: hij werd derde in Paris 1867, achter Ignatz Kolisch en Simon Winawer; tweede in Dundee 1867 waar Gustav Neumann won, en tweede in Baden-Baden 1870 achter Anderssen, maar voor Blackburne en Louis Paulsen.

Toernooi overwinning

De eerste toernooi overwinning kwam in London 1872, waar hij voor Blackburne en Zukertort eindigde.

In die tijd was het een duidelijk teken van speelsterkte als je voor Anderssen in een toernooi eindigde. Voor Steinitz duurde dat tot Vienna 1873. Anderssen was toen 55 jaar oud. Tot aan dit toernooi speelde Steinitz nog “romantisch[1] zoals de oude meesters en, meer specifiek, Anderssen speelde.

In voorbereiding op dit toernooi, waarin hij voor Anderssen wilde eindigen, ontwikkelde Steinitz een nieuwe “positionele” speelstijl; de stijl die de basis voor het moderne schaak zou worden.

Steinitz eindigde dit keer, samen met Blackburne op de eerste plaats, voor Anderssen, Rosenthal, Paulsen en Bird. Hij won vervolgens de play-off tegen Blackburne.

Steinitz had een stroeve start maar won zijn laatste 14 partijen in het toernooi, en daarna ook de twee play-off partijen. Het was de start van een 25-game winning streak tegen serieuze competitie.

Schaakjournalistiek

Tussen 1873 en 1882 speelde Steinitz in geen enkel toernooi en slechts één match; tegen Blackburne in 1876 (gewonnen met 7-0).

In plaats daarvan concentreerde Steinitz zich op zijn werk als schaakjournalist / schrijver voor bladen als The Field, het belangrijkste sportmagazine in Engeland. Sommige van zijn commentaren zorgden voor verhitte discussies vooral met Zukertort en  Leopold Hoffer in The Chess Monthly (door hen beiden opgericht in 1879). Deze zognaamde “Ink War” escaleerde in 1881, toen Steinitz zonder pardon Hoffer’s annotaties, bij partijen in het Berlin Congress van 1881 (gewonnen door Blackburne voor Zukertort), fel bekritiseerde.

Steinitz bood toen aan om de analytische verschillen van inzicht te beslechten in een tweede match met Zukertort. Maar deze weigerde dat, wat hem natuurlijk een smadelijke reactie van Steinitz opleverde.

Steinitz kwam weer terug in het serieuze competitieve schaak in 1882 in het Weense schaaktoernooi van dat jaar. Gezien de deelnemers werd dat toernooi toen geroemd als het sterkst bezette toernooi ooit. Opnieuw had Steinitz een moeizame start, maar uiteindelijk eindigde hij toch als gedeeld eerste, samen met Szymon Winawer, maar voor James Mason, Zukertort, George Henry Mackenzie, Blackburne, Berthold Englisch, Paulsen en Mikhail Chigorin. De play-off match leverde geen winnaar op.

Paul Morphy

Van december 1882 tot mei 1883 verbleef Steinitz in Amerika en trachtte tijdens dat bezoek ook in contact te komen met Paul Morphy, maar dat liep op een mislukking uit: dit is wat Steinitz zelf over de ontmoeting aan een journalist vertelde:

The first time I met him in the street, I stopped him and pre-sented him with my card. He took it and read it, giving me a wild, questioning look for the moment. Immediately recovering himself he shook hands with me, saying that my name was well known to him and then he entered into conversation with me. Twice after that I met him, and on each occasion he was exceedingly pleasant and agreeable. As a crowd collected round us on each occasion, he excused himself on the score of pressing legal engagements. I am very angry with that crowd still for interrupting us; Morphy is a most interesting man to talk to. He is shrewd and practical and apparently in excellent health.”

Voor de partij in deze aflevering kies ik een van de partijen van de match tegen Blackburne, die Steinitz met 7-0 won. En dan een partij waar Blackburne, The Black Death, zwart had:

(klik op de zet en je ziet een diagram)


[1] Romantisch was een schaakstijl die al vanaf de 15e eeuw gebruikelijk was. De partijen in die stijl kenmerken zich door de nadruk op snelle tactisch manoevres in plaats van lange-termijn strategische plannen.

Wilhelm Steinitz 2 / 5

Steinitz leerde het schaakspel pas relatief laat: toen hij 12 was. Hij begon er pas serieus werk van te maken toem hij, 21 jaar oud, het ouderlijk huis verliet om in Wenen wiskunde tegaan studeren aan de Vienna Polytechnic.

Dat heeft hij twee jaar volgehouden.

Met zijn schaakstudie maakte hij echter meer vorderingen: van derde plek in het 1859 Vienna City kampioenschap, naar de eerste plek en dus kampioen in 1861, met de overtuigende score van 30 uit 31.

In die periode en met die uitslagen werd hij wel de “Austrian Morphy” of “Bohemian Ceasar” genoemd (dat laatste door zijn biograaf en achter-achterneef Kurt Landsberger) en daarom gekozen om Oostenrijk te vertegenwoordigen in het schaaktoernooi te Londen in 1862. Hij werd zesde, maar speelde daar wel de prachtige partij tegen Mongredien, die we in Wilhelm Steinitz 1/5 bespraken.

Schaakprofessional

Niet tevreden met die zesde plek daagde hij onmiddellijk de vijfde plek (de sterke en ervaren Italiaanse veteraan Serafino Dubois) uit tot een match, die hij vervolgens won (vijf gewonnen, een remise en drie verloren).  Nu wist Steinitz het zeker: hij werd schaakprofessional en vestigde in Londen.

Daar speelde hij  tijdens de jaarwisseling 1862-63 een match tegen Joseph Henry Blackburne, die zich later in de top 20 van de wereld zou scharen en de bijnaam “Black Death” zou krijgen, maar toen pas twee jaar schaakte! Niet gek dat Steinitz won met 8-2.

In die eerste Londense jaren versloeg hij meerdere Engelse spelers in matches: Frederic Deacon en Augustus Mongredien in 1863, Valentine Green in 1864.

Maar omdat Steinitz zijn tijd besteedde aan deze matches had hij geen tijd voor zijn bron van inkomsten: het verslaan van spelers in de London Chess Club. Die taak had Ignac Kolisch overgenomen en Steinitz moest derhalve bij hem in Maart 1863 een lening afsluiten.

Match met Adolf Anderssen

Maar het resultaat van de matches was wel dat Steinitz in 1866 kans zag een match to arrangeren tegen Adolf Anderssen, die op dat moment werd beschouwd als de sterkste actieve speler ter wereld. Voornamelijk omdat hij zowel in 1851 als in 1862 het London International Tournament had gewonnen. De enige die superieur aan hem was, Paul Morphy, had zich uit het actieve schaak teruggetrokken.

Het werd een harde strijd die Steinitz won met 8 gewonnen en 6 verloren partijen (er waren geen remises). De stand was zelfs 6-6, voordat Steinitz de laatste 2 partijen won.

Op basis van deze uitslag werd Steinitz door sommigen gezien als de beste schaakspeler ter wereld (Let wel: nog niet Wereldkampioen!). Over wie de status van “beste speler ter wereld” toekwam was al een tijdje discussie. Ik lees bij  Edward Winter over  “Early uses of  World Chess Champion[1] onder andere het volgende: “Two claims on Staunton’s behalf were published in his (Staunton’s) magazine, the Chess Player’s Chronicle, in 1851, shortly before that year’s London tournament (at which he was to fare poorly). The first, on page 88, was from the Brighton Gazette:

At this grand tournament it will be a spectacle of surpassing interest to witness Mr Staunton the English Champion, and in general estimation the first player in the world, in actual conflict with two or three players of the finest talent, but with whom he has not hitherto broken a lance.’

En dezelfde Edward Winter, over publicaties na de overwinning van Steinitz op Anderssen: “No use of any term such as ‘world champion-ship match’ has been located.”

Het prijzengeld voor de match Steinitz-Anderssen was £100 voor de winnaar en £20 voor de verliezer. Die £100 was een behoorlijk bedrag, vergelijkbaar met ongeveer £67,500 nu (weliswaar voor de Brexit J).

Uit de match laat ik een partij zien waarvan de goed voorbereide aanval door Emanuel Lasker werd gezien als de voorbode van de positionele stijl van de latere Steinitz.

(klik op de zet en je ziet een diagram)

[1] http://www.chesshistory.com/winter/extra/champion.html

Wilhelm Steinitz 1 / 5

Hoewel in mijn ogen Paul Morphy de echte eerste wereldkampioen schaken was, was het toch Wilhem Steinitz die er met die titel vandoor ging. “Hoe kon dat nou gebeuren?” was een van de vragen die voor mij open bleven staan, na mijn reeks artikelen over Paul Morphy (komt snel op deze site!).

Om die vraag te beantwoorden begin ik aan deze nieuwe reeks over Steinitz. “Hé, bah, Steinitz, dat is saai en vervelend schaak!” hoor ik een aantal schakers al roepen.

En ik had daar tot voor kort ook aan meegedaan.

Maar inmiddels (na wat literatuur-studie voor deze reeks artikelen) weet ik beter. Dat zal ik ook aantonen door elk artikel over Steinitz af te sluiten met een fantastische, door hem gespeelde, partij.

Biografie

Maar laten we bij het begin beginnen:

Wilhelm (later William) Steinitz (17 Mei, 1836 – 12 Augustus, 1900) was eerst een Oostenrijkse, en later een Amerikaanse, schaakmeester. Hij was de eerste die zich, van 1886 t/m 1894, Wereld Kampioen Schaken mocht noemen.

Hij verloor die titel in 1894 aan Emanuel Lasker en ook de rematch van 1896-97 ging voor hem verloren.

Maar ik schrijf hier vooral over hem als eerste en invloedrijkste schrijver over de theorie van het schaakspel.

Statistische rating systemen plaatsen Steinitz vrij laag in de lijst der wereld-kampioenen. Dat heeft minder te maken met zijn speelsterkte en meer met zijn lange periodes zonder wedstrijdschaak. Maar als hij wel speelde, laat diezelfde statistiek zien dat hij een van de dominantste spelers in de geschiedenis van het schaakspel was. Zo was hij 32 jaar lang onverslaanbaar in matches (van 1862 tot 1894).

Wilhelm Steinitz in 1866

Stijlwisseling

In eerste instantie werkte Steinitz zich naar de top der ranglijsten met een, voor het begin van de 19e eeuw gebruikelijke, voornamelijk tactische en offerrijke, “Alles op de aanval” stijl. Maar blijkbaar zag hij in 1873 in dat een meer positionele stijl te prefereren was.

Hij voegde direct de daad bij het woord. Zijn tijdgenoten vonden dat in eerste instantie maar helemaal niks en zijn stijl werd zelfs “laf” en “saai” genoemd. Maar Steinitz volhardde en liet zien dat hij met zijn stijl partijen met een net zo verwoestende aanval kon bekronen als de oude meesters.

In diverse publicaties lichtte Steinitz zijn ideeen over het positionele spel toe en verdedigde die ideeen met verve.

Zo stelde hij: “A win by an unsound combination, however showy, fills me with artistic horror“.

Ink War

Anderen reageerden daar weer op en het debat liep af en toe zo ver uit de hand dat er grievende en krenkende, anti-semitische teksten op en neer vlogen: de “Ink War” was begonnen.

Dit verhitte debat was een van de redenen dat Steinitz zich in 1883 in Amerika vestigde, omdat daar de publieke opinie en pers meer op zijn hand was.

Pas vanaf 1890 werden zijn ideeen begrepen en geaccepteerd. Zijn opvolger als Wereldkampioen, Emanuel Lasker, gaf aan dat hij veel te danken had aan Steinitz en zijn ideeen.

Een gevolg van de “Ink War” was ook dat Steinitz werd gezien als driftig, kort aangebonden en zelfs aggressief. Recent onderzoek toont echter aan dat hij juist met veel spelers en organisaties, jarenlang, goede banden onderhield. Zo werkte hij van 1888 tot 1889 samen met het American Chess Congress, om vast te stellen onder wat voor condities toekomstige wereldkampioenschap-pen gespeeld moesten worden.

Tot zover dit eerste biografische deel, en dan nu de beloofde partij:

(klik op de zet en je ziet een diagram)

Steinitz – Mongredien

In het Internationale Toernooi te  London in 1862, ontving deze partij de brilliancy prize [1]. Het toernooi werd gelijktijdig gehouden met de 2e Britse Wereldtentoon-stelling en er speelden 14 schakers in het hoofd-toernooi dat duurde van 16 Juni tot 28 juni. Er werd gespeeld in de St. George’s Club, St. James’s Club en de Divan. In het toernooi werden een drietal nieuwtjes geintroduceerd: ten eerste was het een All-play-all toernooi, ten tweede was er een tijdscontrole: 24 zetten in 2 uur, waarbij de tijd werd gemeten met zandlopers en ten derde: eindigde een partij in remise, dan telde dat niet en moest er opnieuw gespeeld worden! (Een ideetje voor de huidige schaaktoernooien?).

De prijzen gingen naar Adolf Anderssen (£100), Louis Paulsen (£50), John Owen (£30), George Alcock MacDonnell (£15), Serafino Dubois (£10) and Wilhelm Steinitz (£5).

[1] Hier is wat discussie over ontstaan: bestond er wel zo iets als brilliancy prize in 1862? Andere bronnen gaan er namelijk van uit dat de brilliancy prize voor het eerst in 1876, in New York, werd uitgereikt aan de partij Bird – Mason.