Ja, Jezus is een mythisch persoon. Niet in de zin dat er in de eerste eeuw nooit iemand met de naam Jezus was, die rond Galilea predikte. Maar hij is een mythe in de zin dat er duidelijk heel veel verhalen en legendes bovenop het originele verhaal van zijn leven zijn gestapeld.
In dit verband heeft mij het Kerstverhaal vanuit het perspectief van de apostelen, die een bijdrage aan de Bijbel leverden, altijd verward.
Lucas en Matteüs
Wat ik bedoel is dit: het Kerstverhaal wordt verteld in Lucas en Matteüs, maar in de andere twee evangeliën (van Marcus en Johannes) is er geen verhaal over de geboorte van Jezus.
Als je ooit de kans krijgt, zet deze verhalen dan eens naast elkaar en lees ze regel voor regel om een idee te krijgen van hoe en waar ze verschillen.
Er zijn ook een paar overeenkomsten, zoals dat Jesus’ ouders Maria en Jozef zijn.
De familie van Jesus is op de een of andere manier verbonden met zowel Nazareth als Bethlehem. Verder zijn de evangeliën het niet over veel eens.
Als we ons nu tot Lucas wenden, zien we dat de familie van Jesus oorspronkelijk uit Nazareth lijkt te komen. De reden dat ze in Bethlehem zijn, is gecompliceerd te noemen. Keizer Augustus voerde de meest bizarre belasting in waar je ooit van hebt gehoord: alle nakomelingen van Koning David (zoals Jezus) moeten naar Bethlehem terugkeren om die belasting te betalen (David is op dat moment in de tijd ongeveer 41 generaties terug in de tijd!). Maar hoe dan ook, daarom was het gezin in Bethlehem.
In Matteüs: wanneer Jezus in Bethlehem wordt geboren, krijgt hij bezoek van de drie Wijzen. Maria en Jozef moeten naar Egypte vluchten omdat koning Herodes kindermoord pleegt in en rond Bethlehem in een vergeefse poging Jezus te doden. Dan keren ze terug als het veilig is, en vestigen zich in Nazareth, voor het geval Herodes nog wat van plan is.
De pasgeboren Jezus krijgt ook bezoek van een groep herders die van hem hoorden door een engelenkoor. Opvallend is dat geen van deze gebeurtenissen, zelfs maar zijdelings, in de tekst van het andere evangelie wordt genoemd. Om de een of andere reden vergat Lucas de kindermoord of de reis naar Egypte te noemen. En op dezelfde manier “vergeet” Mattheüs de bijzonder vreemde belasting van de Keizer te noemen.
Deze aspecten van het leven van Jesus is de mythe. Mogelijk was er een man die ronddwaalde en predikte en wonderen deed in de 1e eeuw. Maar al deze mythologie die bovenop zijn leven is toegevoegd, maakt hem tot een mythische figuur. Dat er een dergelijke man, genaamd Jezus, echt bestaan heeft, werd genoteerd door Flavius Josephus1, een bijna tijdgenoot van Jezus.

Flavius Josephus
Flavius Josephus, ook bekend als Yosef ben Matityahu, was een Joodse aristocraat geboren in Jeruzalem rond 37. Voor zover bekend schreef hij vier werken.
Het eerste, waarschijnlijk gepubliceerd rond 75, was de Joodse Oorlog. Het was een verslag van het conflict tussen Rome en de Joden, de strijd tussen 66 en 71 waaraan Josephus zelf deelnam, en die eindigde met de Belegering van Masada.
Een tweede werk was Oudheden van de Joden en werd ergens vóór de dood van de laatste Flaviër, Domitianus, in 96 in het Grieks gepubliceerd. Het doel van het werk lijkt te zijn geweest het uitleggen van de Joodse geschiedenis en cultuur aan een niet-Joods publiek. Mogelijk beschouwde hij dit als een belangrijk project gezien de conflicten tussen Joden en heidenen in die tijd. Door het hele werk heen prijst hij de Joden als het hoogtepunt van de beschaving en vertelt hij de geschiedenis van de wereld vanuit hun perspectief. In dit werk noemt hij Jezus tweemaal.
Daarmee is dit werk belangrijk als tweede bron voor gebeurtenissen die in de Bijbel voorkomen, zoals de verhalen van Pontius Pilatus, Herodes de Grote, Johannes de Doper, Jakobus, de broer van Jezus, en Jezus van Nazareth.
Hoewel de Bijbel waarschijnlijk een van Josephus’ bronnen voor deze verhalen was, bevestigen zijn hervertellingen dat deze destijds door de Joden als historische verhalen werden beschouwd.
Andere bronnen
- Rond het jaar 110 vermeldt de Romeinse senator Plinius de Jongere christenen en degene die ze vereren.
- Omstreeks 120 is het de beurt van de historicus Tacitus om Jezus te noemen.
- Zijn tijdgenoot Suetonius vermeldt dat er ten tijde van Claudius rellen waren onder de Romeinse Joden, met als aanleiding het optreden van “de agitator Chrestus” (de voor ons ongebruikelijke spelling is in antieke teksten gangbaar).
Veel meer evangeliën
Er zijn nogal wat andere evangeliën bekend, zoals dat van Thomas, van Maria, van Judas, van Petrus, of het ‘Proto-evangelie’ van Jacobus – een uitgebreide vertelling over de geboorte van Jezus. Waarom zijn die grotendeels uit het zicht verdwenen?
Er zijn ook pogingen geweest om uit de veelheid aan evangeliën één enkel evangelie te distilleren, een zogenaamde evangelieharmonie, die dan de andere overbodig zou maken. Waarom is dat mislukt?
Het is het resultaat van ontwikkelingen in de 2e eeuw. In de loop van die eeuw werd duidelijk dat deze vier evangeliën het meest gelezen en verteld werden. Gemeenschappen die eerder maar een enkel evangelie bezaten, wilden van alle vier een exemplaar bemachtigen. Toen ontstonden ook de eerste handschriften waarin de vier evangeliën bij elkaar werden gebracht. Aan het eind van de 2e eeuw kon een kerkvader als Ireneüs van Lyon2 met nadruk schrijven dat het ook precies deze vier moesten zijn: er mocht niets meer af, niets meer bij, en niets meer voor in de plaats, wat anderen ook beweerden en probeerden.
Lang proces
In werkelijkheid betekenden deze ontwikkelingen niet dat andere evangeliën niet meer gelezen werden. Zo heeft de Syrische kerk tot in de 5e eeuw een evangelie-harmonie gebruikt in plaats van de vier afzonderlijke evangeliën. Een boek als het Proto-evangelie van Jacobus was tot in de Middeleeuwen populair. Sowieso is het vaststellen van de Christelijke canon – de afgeronde lijst van gezaghebbende boeken – een lang proces geweest. Maar de contouren van wat het Nieuwe Testament zou worden waren aan het eind van de 2e eeuw wel duidelijk.
De oudste vier
Marcus, Matteüs, Lukas en Johannes zijn ook de oudste evangeliën die we kennen, en in die volgorde. Die ouderdom, naast natuurlijk de kennelijk aansprekende inhoud, verklaart waarschijnlijk hun succes in de eerste eeuwen van het Christendom. Het is verder wel duidelijk waarom het oudste evangelie, dat van Marcus, is geschreven. Met het verstrijken van de tijd werd het belangrijk om verhalen en herinneringen aan Jezus te bewaren, en om een selectie te maken en die creatief te bewerken tot een samenhangend geheel.
Deze scheppingsdaad van Marcus werd nagevolgd door Matteüs en Lucas, die het evangelie naar Marcus gebruikten en ook ander materiaal inbrachten. Zodoende lieten ze ook zien dat voor hun gevoel Marcus niet alles had gezegd en ook niet op de beste manier. Geheel anders was weer Johannes, hoezeer ook hij het idee van zo’n biografie gekend moet hebben.
Aan het evangelie van Johannes kun je nog sterker dan aan de andere zien dat het bij een biografie – en dus ook bij een evangelie – evenveel over de schrijver zelf gaat als over de beschreven persoon.
Waarom juist deze vier?
In de eerste eeuwen circuleerden meer evangeliën (zoals het Evangelie van Thomas), maar deze vier werden canoniek omdat ze:
- apostolische oorsprong hadden (of daaraan verbonden waren)
- consistent waren met de kern van het geloof
- breed geaccepteerd waren in verschillende regio’s
Verschillen en “tegenstrijdigheden”
Naast de hierboven aangegeven verschillen, zijn er nog meer, bijvoorbeeld:
- volgorde van gebeurtenissen
- details rond de opstanding
- woorden van Jezus
Dit is geen fout, maar juist typisch voor: onafhankelijke getuigenverslagen. Volledig identieke verhalen zouden eerder wijzen op kopiëren.
De belangrijkste verschillen
Hieronder de verschillen in de evangeliën van Matteüs en Lucas ten aanzien van de geboorte van Jeszus:
| Thema | Matteüs | Lucas |
|---|---|---|
| Perspectief | Jozef centraal | Maria centraal |
| Aankondiging | Engel verschijnt aan Jozef | Engel verschijnt aan Maria |
| Geboorteplaats | Bethlehem (lijkt vanzelfsprekend) | Bethlehem door volkstelling |
| Volkstelling | Niet genoemd | Cruciaal element |
| Bezoekers | Wijzen uit het oosten | Herders |
| Ster | Ja | Nee |
| Herodes | Centrale rol | Niet genoemd |
| Vlucht naar Egypte | Ja | Nee |
| Terugkeer | Via Egypte → Nazareth | Direct naar Nazareth |
| Toon | Koninklijk, profetisch | Nederig, menselijk |
1 Titus Flavius Josephus (37-ca. 100), oorspr. naam Josef ben Mattijahu genoemd, was een Romeins-Joodse geschiedschrijver en hagiograaf van priesterlijke en koninklijke afkomst. In zijn twee belangrijkste werken Oude geschiedenis van de Joden (ca. 94) en De Joodse oorlog (ca. 75) ligt het accent op de 1e eeuw, vooral op de Joodse opstand tegen de Romeinse bezetting in de periode 66-70 (de Eerste Joodse Oorlog) die resulteerde in de vernietiging van Jeruzalem in 70.
2 Ireneüs van Lyon (circa 122–202) is de eerste grote theoloog en kerkvader van de christelijke kerk, na de periode van de apostelen. Zijn betekenis voor de vroeg-christelijke kerk is heel groot geweest, waarvoor hij door Paus Franciscus tot kerkleraar is verklaard. Zijn formulering van de verzoeningsleer werd later, bij het Eerste Concilie van Nicea, tot grondslag van het christendom uitgeroepen.



