De Nazca cultuur

In het boek “Waren de Goden Kosmonauten” gaat de Zwitserse schrijver Erich von Däniken vooral in op de kilometers grote tekeningen op de Nazca-hoogvlakte in Peru. Deze tekeningen zijn zo groot dat ze alleen vanuit de lucht goed gezien kunnen worden.
Waarom zouden mensen tekeningen maken die je niet kunt zien als je niet kunt vliegen?
Het is toch logisch te veronderstellen dat de makers van deze kilometerslange “tekeningen” de bedoeling hadden dat iemand ze zag. Daarnaast zijn er ook veel brede lange lijnen die aan een start- en/of landingsbaan van een vliegveld doen denken.

Een Nazca “start- en/of landingsbaan” (foto Viola Zetzsche)

Het moet een ontzettend omvangrijk werk zijn geweest om deze lijnen aan te leggen. Om nog maar niet te spreken van de benodigde precisie bij het uitzetten van die kilometers lange rechte lijnen.
Hadden ze een doel? Dienden ze als markeerpunt om je vanuit de lucht goed te kunnen oriënteren?
Maar wie vloog daar dan, enkele eeuwen v.Chr.?

De Nazca lijnen

Nazca staat bekend om de Nazca-lijnen: de vele dierfiguren, geometrische figuren en rechte lijnen die ontdekt zijn op de zogenaamde Nazca-pampa. In het recente verleden hebben veel onderzoekers en ‘pseudo’-onderzoekers een verklaring trachten te vinden voor de aanwezigheid van deze zogenaamde ‘Geoglyphen‘ (aardtekeningen).

Nazca lijnen (Geoglyphen)

Astronomische observaties

De bijzondere geomorfologische omstandigheden ter plekke:

  • gips in de ondergrond
  • een zeer dunne toplaag van donkerder materiaal

heeft het maken van die lijnen relatief eenvoudig mogelijk gemaakt.
Sommige wetenschappers denken dat ze hielpen om langdurige astronomische observaties van sterren, zon, maan en planeten te verrichten. Echter: een sluitend bewijs dat de Nazca-lijnen een relatie hebben met de beweging van hemellichamen is (nog) niet aangetoond.

Twee markante persoonlijkheden die astronomisch onderzoek in dit kader hebben verricht zijn Maria Reiche en Gerald S. Hawkins. Laatstgenoemde schreef geschiedenis door zijn baanbrekend werk in het doorgronden van de betekenis van Stonehenge.
Maria Reiche wijdde haar leven aan het in kaart brengen en het verklaren van de geoglyphen, en aan het verzorgen van bescherming voor deze kwetsbare figuren in de pampa. Zij is in 1998 met respect begraven bij haar woning bij de Nazca-pampa.

Puquios en steencirkels

Naast aardtekeningen zijn in de Nazca regio ook andere menselijke ingrepen in dit landschap bekend, zoals puquios. Met deze term worden de ondergrondse bronnen aangeduid die te bereiken zijn via een spiraalvormig aflopend pad. De voeding van deze bronnen, zo is ontdekt, bestaat uit infiltratie door een grondwaterhoudende bodemlaag, vanuit de bedding van de Nazca-rivier.
De Puquios zijn onderling verbonden door, door mensen aangelegde, ondergrondse bevloeiingskanalen. Vanwege de diepe ligging zijn deze kanalen waarschijnlijk ook bedoeld als buffer/waterberging in tijden van droogte.

Puquio in Nazca vallei

Ook zijn uit het gebied veel steencirkels bekend, een gegeven dat in de literatuur over Nazca niet al te vaak vermeld wordt.

De Nazca cultuur

De Nazca-cultuur bestond ongeveer tussen het jaar 200 v.Chr. en 1000 n.Chr. in de Nazca-vallei in het hedendaagse Peru.

De cultuur kwam tot bloei toen de Chavin-cultuur1 in kracht afnam en de bewoners van de valleien hun eigen cultuur konden ontwikkelen. In de Nazca-cultuur speelde de schedelmagie een grote rol, want schedeloffers moesten ervoor zorgen dat het land vruchtbaar bleef. De vaten die voor de schedeloffers bedoeld waren, hadden mythologische voorstellingen waar ook vaak dieren op te zien waren en ze waren in vele kleuren beschilderd. Omstreeks 650 n.Chr. werd de Nazca-vallei ingelijfd bij het Huari-rijk2.

Polychrome vaas uit de Nazca-cultuur

In de omgeving van Nazca werd goud gevonden. Waarschijnlijk is dit goud verwerkt tot sieraden en grafgiften. Hoewel er gelijkenissen zijn met de Paracas-cultuur3 is tegenwoordig de opvatting dat de Nazca-cultuur zich min of meer zelfstandig ontwikkeld heeft. Opvallend is dat de Nazca-cultuur een op religie gebaseerde cultuur is geweest zonder noemenswaardige expansiedrift.


1 De Chavin-cultuur is een archeologische cultuur in Peru vanaf 1700 tot 300 v.Chr. Ze is vernoemd naar de stad Chavín de Huántar. Ze vervaardigde hoog ontwikkelde sculpturen, namelijk stenen steles met reliëfs met reuzenkoppen en zwarte dikwandige keramiek. De kleiachtige beeldjes werden gebakken in de kleuren bruin, grijs of zwart. Later werden de kleuren oranje en roodbruin. De traditionele vormen zijn schotels, kommen, kruiken met een rechte tuit of met de stijgbeugeltuit. De versiering is er met de hand in gekrast. Ook worden er geometrische vormen aangebracht. Het aardewerk is met de hand gevormd. Ze zijn bijna altijd diervormig en ze stellen vaak bek en tanden van adelaars, vleugels en klauwen van adelaars, valken en slangen voor. Ook zijn er beelden gevonden met dagelijkse taferelen en deze kunst is gebaseerd op drie dieren namelijk de roofkat, de vogel en een slang.

2 Huari of Wari was een pre-Incarijk in een regio van Peru. De kuststreek waar het voormalige rijk lag en de voormalige hoofdstad heten ook nu nog steeds Wari.

3 De Paracas-cultuur was een archeologische cultuur die vanaf 800 v.Chr. tot 200 n.Chr. bestaan heeft in Peru. Ze kende twee grote cultuurperiodes: de cavernasperiode (500-100 v.Chr.) en de necropolisperiode (200 v.Chr.-200 n.Chr.). Ze waren heel vaardig in het weven (linnen en katoen) en ook in het vervaardigen van keramiek. Ze verrichtten ook een vervorming van de schedel (in de hoogte) met een esthetisch doel en voerden rituele schedeloperaties uit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.