Paaseiland 1/2

In het boek “Waren de Goden Kosmonauten” gaat de Zwitserse schrijver Erich von Däniken naast de Nazca-lijnen ook in op het ontstaan van de cultuur op Paaseiland.

Zoals bekend staan daar gigantisch grote beelden. Om zulke beelden daar te plaatsen moet er wel een hoogontwikkelde cultuur aan het werk zijn geweest. Von Däniken oppert dat de beelden vanuit een andere plek zijn vervoerd met vliegmachines. De steensoort die is gebruikt voor de grote beelden komt namelijk op Paaseiland niet voor. De beelden moeten dus zijn vervoerd vanaf een andere locatie.

West Indische Compagnie

Maar laten we eerst eens kijken hoe het Paaseiland ontdekt werd.

De expeditie die Paaseiland op de kaart zou zetten was op touw gezet door de Nederlandse West-Indische Compagnie oftewel WIC. In augustus 1721 vertrokken meer dan 250 zeelui, officieren en soldaten op een drietal schepen, de Arend, de Thienhoven, en de Afrikaansche Galey, vanuit de haven van Texel. Normaal hield de WIC zich vooral bezig met slavenhandel voor de kust van Afrika, maar deze schepen hadden een ander doel: het ontdekken van een nieuw continent.
De vloot voer zonder grote problemen naar het meest zuidelijke punt van Zuid-Amerika. De Arend en de Afrikaansche Galey rondden Kaap Hoorn op 12 januari 1722, terwijl de Thienhoven verdween in de mist. Later zouden de schepen elkaar weer treffen bij het eiland Juan Fernandez, waar voedsel en water werd ingeslagen voor de reis over de Stille Oceaan.

Op 5 april, eerste Paasdag, kregen de zeevaarders weer hoop op een goede afloop. Verschillende waarnemingen duidden erop dat er land in de buurt was. Zo was er de groene gloed van ondiep water en waren er zeemeeuwen en schildpadden te zien.

In de avond zag men de kust van een ‘zandig eyland’. Het eiland werd omgedoopt tot ‘Paasschen eyland’ vanwege de dag waarop het in zicht kwam. Er kwam rook vanaf het eiland wat erop duidde dat er mensen woonden op Paaseiland. Later bleken deze mensen er al sinds ongeveer 500 jaar na Christus te wonen. De expeditie van Jacob Roggeveen kan zich er dus niet op beroepen het eiland ontdekt te hebben. De bewoners van het eiland noemen het zelf ‘Te Pito o Te Henua’ oftewel ‘de navel van de wereld’.

Jacob Roggeveen

Het weer zat echter niet mee. Door de sterke branding bij de kust van het eiland was het op 6 april niet  mogelijk te landen op het eiland. In plaats van dat de Nederlanders contact legde met de lokale bevolking gebeurde het omgekeerde. Een nieuwsgierige eilandbewoner roeide op 7 april in een kano naar de Nederlandse vloot toe, waar hij kennismaakte met Jacob Roggeveen. Die schreef hier uitgebreid over in zijn logboek.

Ontmoeting

Op 10 april lukte het de bemanning dan toch om aan land te komen. De Nederlanders en de eiland-bewoners troffen elkaar bij landing op het strand. De ontmoeting begon vriendelijk; spullen werden uitgewisseld en Nederlanders kregen de mogelijkheid om het eiland te bekijken. Er heerste verwondering over de grote standbeelden die er stonden en waar het eiland nu zo beroemd om is. De Nederlanders verwonderden zich ook over de lengte van de eilandbewoners; reisverslagen spraken van reuzen.
De ontmoeting eindigde echter slecht toen gespannen bemanningsleden tegen orders in begonnen te schieten. Volgens de verslagen vielen hierbij helaas doden onder de eilandbewoners. 

Dit handgemeen markeerde het einde van het prille contact tussen de vloot en de bewoners van Paaseiland. Na de noodlottige schermmutseling zijn  Roggeveen en zijn bemanning niet meer aan land gegaan. Niettemin beschreven de Nederlanders de bewoners van Paaseiland als vreedzaam.

De korte ontmoeting was van groot belang geweest voor de expeditie. De noodzakelijke voorraden waren aangevuld waardoor de Nederlanders zonder problemen verder konden varen. Want dat Paaseiland niet het gezochte Hondeneiland was en al helemaal geen nieuw continent, dat was ondertussen wel duidelijk.

Het roemloze einde van de expeditie

Op 11 april vertrok de kleine vloot weer. De verdere tocht voer langs vele onbekende eilandjes zoals het Bedrieglijk Eiland (Tikei) en het Schadelijk Eiland (Takapoto). Bij dat laatste eiland liep de Afrikaansche Galey op de klippen en zonk. Een groot deel van de bemanning kon gelukkig gered worden door de andere twee schepen, maar de geslonken voorraden maakten het leven aan boord moeizaam en scheurbuik stak weer de kop op. Langzamerhand drong het tot Roggeveen en zijn kapiteins door dat het Zuidland niet gevonden zou worden. De koers werd gewijzigd naar de Nederlandse nederzettingen in Oost-Azië, waar men hoopte op een broodnodige verversing van voorraden.

Op Batavia eindigde de expeditie. De WIC-vloot werd in beslag genomen door de VOC wegens het overtreden van diens handelsmonopolie in Azië. De VOC nam de taak op zich om de bemanning terug te brengen naar het vaderland. Het zou tot 1723 duren voordat Roggeveen en zijn bemanning weer arriveerden op Texel.

Langoren of aliens?

De Nederlanders hadden gezien dat er twee soorten mensen op Paaseiland rondliepen. De bekende Polynesiërs en de Langoren. Deze laatsten waren blank. De groepen leefden op dat moment vreedzaam naast elkaar. Waren de Langoren een overgebleven bevolkingsgroep uit een andere tijd? Dit type blanken is alleen op Paaseiland gevonden.

De wereldreis van Jacob Roggeveen in 1722

Daarnaast zijn er op Paaseiland andere interessante opgravingen gedaan. Zo is er een inscriptie gevonden in een nog onbekende taal (rongorongo1). Men weet alleen dat dezelfde vorm van inscriptie ook in India is gevonden.

Geografie

Paaseiland (Spaans: Isla de Pascua) is een Polynesisch eiland in de Grote Oceaan. Staatkundig is het een provincie van Chili en een Chileens nationaal park. De hoofdstad is Hanga Roa. Het eiland is vooral bekend door de honderden Moai (paaseilandbeelden) die er te vinden zijn.

Het eiland is met 163,6 vierkante kilometer ongeveer even groot als het Nederlandse wadden-eiland Texel (170 km²). Er wonen 2.269 mensen (telling 2002). Het is een van de meest geïsoleerde eilanden ter wereld: het dichtstbijzijnde bewoonde eiland, Pitcairn, ligt er 2075 km van verwijderd. Het dichtstbijzijnde onbewoonde eiland, Salas y Gómez, ligt op 391 km afstand.

De naam Paaseiland (“Paasch-Eyland”) werd gegeven door Jacob Roggeveen, die op paaszondag, 5 april 1722, met drie schepen het eiland aandeed.

Het eiland werd sinds ongeveer 1863 Rapa Nui genoemd door zeelieden uit Tahiti en dit betekent in het Polynesisch letterlijk de Grote Rots (rapa: rots, nui: groot).. De aanduiding wordt tegenwoordig door de inwoners gebruikt voor zowel het eiland zelf, hun taal, als om hun eigen volk (Rapa Nui) aan te duiden.

Een andere inheemse naam voor het eiland is ‘Mata ki te rani‘ of ‘Ogen die naar de hemel kijken. Deze benaming slaat op de voorouderbeelden of moai met de merkwaardige oogkassen die inderdaad schuin naar de hemel zijn gericht. Een andere naam die de oorspronkelijke bewoners aan hun eiland gaven was Te pito o te henua, wat ‘De navel van de wereld’ betekent. Volgens een aantal legenden zou de eerste naam van het eiland ‘Te pito o te kainga a Hau Maka‘ zijn geweest, wat staat voor ‘Het kleine stukje land van Hau Maka’.

Paaseiland in de Grote Oceaan

Ontstaanslegendes

Mondelinge overlevering van de oorspronkelijke bewoners geeft aan dat een opperhoofd, Hotu Matu’a (groot ouder), met zijn vrouw en familie in twee kano’s bij Anakena op het eiland arriveerde. Er wordt verondersteld dat zij Polynesisch waren. Hotu Matu’a was leider van de Hanau Momoko en kwam, met gevangengenomen Hanau Eepe als werkploeg, naar Paaseiland. Zijn broer Machaa had twee maanden daarvoor het eiland al gekoloniseerd.
Volgens Heyerdahl betekende Hanau Momoko ‘lange oren’ en Hanau Eepe ‘korte oren’ en waren de eersten ‘Amerindianen‘ (indianen uit Amerika) en de laatsten Polynesiërs. De Hanau Momoko zouden volgens een door Heyerdahl geselecteerd verhaal, op een na, zijn uitgeroeid door de Hanau Eepe in de ‘slag van de Poike greppel’.
Volgens Sebastian Englert verwees de benaming niet naar ‘de lengte van oren’, maar waren de Hanau Momoko, breed, sterk, corpulent, de bovenlaag en de tengere Hanau Eepe de onderlaag van de samenleving. In Polynesië werden lichaamslengte en omvang geassocieerd met leiderschap en mana (spiritualiteit of geestkracht).

Hotu Matu’a

Hotu Matu’a kwam mogelijk van de Marquesaseilanden, op een afstand van 3641 km. Ook wordt Mangareva van de Gambiereilanden als mogelijk eiland van herkomst genoemd.
Mangareva werd al rond 800 n. Chr. door Polynesiërs gekoloniseerd. De marae (schrijnen voor vooroudergoden en socio-religieuze centra) van Mangareva lijken het meest op die van Paaseiland en dat suggereert een verband of gemeenschappelijke herkomst.
Volgens de legende kon Hotu Matu’a lezen en schrijven en bracht hij 67 tabletten met het rongorongo-schrift1 naar Paaseiland mee.
Hij zou ook planten en de verering van de scheppergod Makemake meegebracht hebben.

Het rongorongo schrift

Alrernatieve theorieën

Naast de theorie van Thor Heyerdahl, die meende dat de bewoners van Rapa Nui oorspronkelijk uit Zuid-Amerika kwamen, was er die van Erich von Däniken die meende dat buitenaardse astronauten met de bouw van de reuzenbeelden te maken hadden.

Helena Blavatsky

Maar al eerder was er het denkbeeld van de theosofe Helena Blavatsky2 (1831-1891) die beweerde dat Paaseiland een overblijfsel was van een verzonken continent.
Dat verzonken continent van Blavatsky zou Lemurië3 geweest zijn, dat zich uitstrekte van de Grote Oceaan tot in de Indische Oceaan en voorbij Kaap de Goede Hoop. Ook Australië zou er deel van hebben uitgemaakt. De Lemuriërs, die reuzen waren, dankten hun ‘denkvermogen en ziel’ aan de ‘stralende engelen’, die bekend staan als de ‘gevallen engelen’ of ‘Lucifer’ (lichtbrenger).
De vroege Lemuriërs waren wijs en niets was hen onbekend. Er was een tijd dat ze vier armen hadden en ze waren de prototypen van de hindoegoden met vier armen. Ze bezaten ‘het oog van wijsheid’, in hun achterhoofd. Het oog verschrompelde met de tijd en is heden ten dage de pijnappelklier.
De drie-ogige vroege reuzenmensen stonden model voor de verhalen over de één-ogige Cyclopen. Blavatsky schreef in haar hoofdwerk De Geheime Leer (1888):

Het Paaseiland bijvoorbeeld behoort tot de vroegste beschaving van het derde ras. Nadat het met de rest was verzonken, liet een plotseling vulkanisch oprijzen van de oceaanbodem het kleine overblijfsel van de archaïsche tijden met zijn vulkaan en zijn standbeelden onaangetast weer bovenkomen in het Champlain tijdperk van de Noordpooloverstroming, als een blijvende getuige van het bestaan van Lemurië. Men zegt dat sommige Australische stammen de laatste overblijfselen zijn van de laatste afstammelingen van het derde ras.”

Sommige Atlantiërs hebben [..] bezit genomen van Paaseiland; zij waren ontsnapt aan de ramp die hun eigen land overkwam en vestigden zich op dat overblijfsel van Lemurië, maar alleen om daar om te komen toen het in één dag door vulkanisch vuur en lava werd vernietigd.

Er was een tijd “waarin het schiereiland van India aan de ene kant van de lijn, en Zuid-Amerika aan de andere kant, waren verbonden door een gordel van eilanden en continenten.”

Het tweede [beeld van Bamyan] – 120 voet hoog – stelt de zweetgeborenen voor, en het derde – dat 60 voet meet – vereeuwigt het ras dat viel en daarmee het eerste stoffelijke ras inleidde, uit een vader en een moeder geboren, waarvan de laatste afstammelingen worden voorgesteld door de beelden van het Paaseiland; maar zij hadden slechts een lengte van 20 tot 15 voet [6 – 4,5 m] in de tijd dat Lemurië verzonk, nadat het door vulkanische vuren was vernietigd.”

De theorieën van von Däniken en Blavatsky worden als fantasie afgedaan en het idee van Heyerdahl zwaar bekritiseerd. Men gaat ervan uit dat de voorouders van Rapa Nui uit Oost-Polynesië kwamen.

Micronesië, Melanesië en Polynesië in de Grote Oceaan

Datering

In de literatuur wordt de eerste vestiging op Paaseiland aangegeven tussen 300 n.Chr. en 800 n.Chr. Maar over deze vroege dateringen is geen consensus. Een proefmonster van totora riet in een graf bij Ahu Tepeu I werd met radiokoolstofdatering4 vastgesteld op 318 n.Chr, maar een proefmonster van een bot uit hetzelfde graf gaf 1629.
Daarom is de vroegste, betrouwbare radiokoolstofdatering van 680 n.Chr. (plus of minus 130 jaar). Dit is dan de datering van de eerste bouwfase van Ahu Tahai, enkele kilometers ten zuiden van Tepeu.
Toch waren deze platformen reeds groot en gestileerd en kwamen de eerste kolonisten waarschijnlijk lang voor die tijd, ergens in de eerste eeuwen n.Chr. Waarschijnlijk vond de belangrijkste kolonisatie plaats rond het jaar 1250.

Het platform Ahu Tahai met het enige beeld dat nog ogen heeft

Moai of Paasbeelden

De moai (ook wel paasbeelden genoemd), tot negen en een halve meter hoge beelden, zijn vaak vervaardigd uit zacht vulkanisch gesteente (tufsteen), maar er zijn er ook uit basalt. De makers zijn de voorvaderen van een groot deel van de huidige eilandbewoners.
De beelden van mannen hebben hun armen strak langs hun lichaam en de handen met gestrekte vingers op hun onderbuik. Verschillende beelden hebben een cilindervormige pukao op het hoofd.
De oogschijven van wit koraal en rode scoria, die oorspronkelijk in de oogkassen zaten, werden pas in 1978 voor het eerst teruggevonden, onder een gevallen beeld bij Anakena.

Moai op Paaseiland

De meeste moai staan opgesteld op een platform of ahu en kijken naar het binnenland.
Slechts zeven beelden, opgesteld in een rij van klein naar groot kijken richting de oceaan. Ze worden spottend de zeven apen (los siete monos) genoemd. De moai zijn voorstellingen van voorouders die om vruchtbaarheid smeken. Het is goed te begrijpen dat voortplanting, op een extreem geïsoleerd eiland als dit, van cruciaal belang is om te overleven.

Er zijn inmiddels veel voorouderbeelden weer rechtop gezet, ook hebben vele hun indringende ogen die naar de hemel kijken weer terug. De vooruitstekende lippen waren wellicht getooid met een baard. Opvallend zijn ook de langgerekte oorlellen.

Een moai uitgegraven

De beelden wegen gemiddeld 18 ton, maar Paro weegt 82 ton. Volgens de legende van de eilanders liepen de beelden dankzij hun spirituele kracht zelf naar de platformen of op bevel van priesters en leiders. Ze liepen dagelijks een korte afstand en ’s nachts wandelden ze rond en verkondigden orakels.

Negentig procent van de beelden komt uit de groeve van Rano Raraku en het moet makkelijker zijn geweest ze uit te hakken dan ze te transporteren en op te richten. De figuren lagen op hun rug tijdens het beeldhouwen. Er zijn duizenden toki van basalt gevonden, die werden gebruikt om de moai vorm te geven.

Volgens vissers van het eiland staan er ook verzonken moai op de zeebodem.

De moai van basalt, die nu in de Great Court van het British Museum staat, is op de rug rijkelijk gedecoreerd met vogelmannen, ‘dans-peddels’, vulva’s en andere motieven en vertoont sporen van witte en rode verf. Hij is 4 ton zwaar, tweeëneenhalve meter hoog en werd met veel moeite in 1868 overgebracht naar Londen.

Paaseiland als voorbeeld

Diverse auteurs, waaronder de Britse historicus Clive Ponting[en de Amerikaanse bioloog Jared Diamond gebruikten de (ecologische) geschiedenis van Paaseiland als afschrikwekkend voorbeeld voor de hele bevolking van planeet Aarde.
Op Paaseiland ging door uitputting van de hulpbronnen (bossen en vogelkolonies) een hoog ontwikkelde en complexe cultuur ten onder (zie hier meer over in deel 2 over Paaseiland).
Tussen de bloeiperiode van de beeldencultuur (1250 tot 1550) en de aankomst van de eerste Europeanen in de 18de eeuw, zou de bevolking enorm in aantal zijn teruggegaan door onderlinge stammenstrijd. Verder waren er waarschijnlijk hongersnoden en zou kannibalisme op grote schaal hebben plaatsgevonden. De ontevreden bevolking keerde zich waarschijnlijk tegen hun heersers en tegen hun godsdienst. De heersende priesterklasse werd omvergeworpen en met de nieuwe machthebbers kwam ook een nieuwe godsdienstige cultus op die de Vogelman Makemake (voorheen een vrij onbelangrijke god in het pantheon) vereerde. Paaseiland ligt net zo geïsoleerd in de oceaan als de Aarde in het heelal; de bewoners konden niet rekenen op hulp van buiten en konden (mede doordat ze door de ontbossing geen hout meer hadden voor kano’s) niet meer van het eiland af.

De Nederlandse milieubioloog Jan J. Boersema (en diverse andere auteurs voor en met hem) heeft dit beeld sterk genuanceerd. In zijn boek noemt hij de ontbossing en de teloorgang van de beeldencultuur een verschralingsproces dat vooral werd veroorzaakt door ecologische factoren (de meegevoerde ratten). Verder blijkt nergens uit de beschrijvingen van de zeevaarders uit de 18de en vroege 19de eeuw dat er honger heerste.
De bewoners van Paaseiland waren ervaren tuinbouwers die genoeg voedsel konden verbouwen op het ontboste eiland. Ook uit onderzoek naar menselijke botten uit die periode blijkt geen abnormale gezondheid of opvallend veel onderling geweld. Aanwijzingen voor een dramatische achteruitgang in bevolkingsaantal tussen ca. 1250 en de 18de eeuw acht hij op grond van berekeningen evenmin waarschijnlijk. De decimering van de bevolking door honger en ziekten werd vooral veroorzaakt door Peruaanse mensenhandelaars en nieuw geïntroduceerde ziekten in de periode 1862-1877. 
De Nederlandse antropoloog Sebastiaan Roeling probeert echter aan te tonen dat de Paaseilanders wel degelijk zelf verantwoordelijk zijn voor de ontbossing van het eiland, met name voor het gebruik van brandhout. Ecologische factoren versnelden volgens Roeling hooguit het proces van ontbossing.


1 Niet alleen de grote Moai-beelden van Paaseiland zijn een mysterie voor archeologen. Ook het schrift gevonden op 26 tabletten is nog altijd niet ontcijferd. De tabletten, Kohau Rongorongo, werden gevonden in de negentiende eeuw tijdens de ontdekking van Paaseiland. In de afgelopen eeuw hebben veel onderzoekers een pogingen gedaan de tabletten te ontcijferen, maar dat is nog niet gelukt. Het schrift behoort waarschijnlijk tot de syllabisch schriften, waaronder ook het hiërogliefenschrift van de Egyptenaren, het Lineair A en B van de Minoïsche beschaving en het schrift van de Maya’s vallen. Dit zijn schriften waarvan elke lettergreep een eigen teken heeft. Tot nu toe zijn er 595 unieke basistekens gevonden op de Kohau Rongorongo tabletten. Wel werd ontdekt dat het schrift moet worden gelezen zoals een boustrophedon schrift. Dit betekent dat van links naar rechts moet worden gelezen, maar bij de volgende regel van rechts naar links.

2 Helena Blavatsky, geboren als Jelena Petrovna von Hahn-Rottenstern (1831 – 1891) was een occultist, medium en auteur van Duits-Russische aristocratische afkomst. Zij schreef honderden artikelen en een aantal boeken, waarvan Isis Ontsluierd en De Geheime Leer de bekendste zijn. Het laatste boek werd het standaardwerk van de theosofische beweging, waarvan zij de grondlegger was. Blavatsky was tijdens haar leven de belangrijkste theoreticus van die beweging. Zij was medeoprichter van de Theosophical Society. Blavatsky beschreef theosofie als een synthese van wetenschap, religie en filosofie en stelde dat die gebaseerd was op een oude wijsheidsreligie, die de basis was van de huidige wereldreligies. Blavatsky was al tijdens haar leven een zeer controversiële vrouw, bewonderd door de aanhangers van haar ideeën en verguisd door haar critici. Zij werd beschuldigd van onder meer bedrog in het manipuleren en in scène zetten van occulte fenomenen, plegen van massaal plagiaat en het verzinnen van een occulte broederschap die brieven verzond die zij zelf zou schrijven. Ook de meest kritische biografen erkennen echter dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de opkomende westerse belangstelling in de negentiende eeuw voor hindoeïsme, boeddhisme en filosofisch gedachtegoed uit het Oosten meer in het algemeen. Haar ideeën waren inspiratie voor latere westerse spirituele bewegingen als New Age. Enkele decennia na haar overlijden versplinterde de theosofische beweging in meerdere stromingen. De meeste daarvan erkennen echter het werk van Blavatsky als de kern van hun opvattingen.

3 Lemurië is een fictief of een hypothetisch verloren land of continent, dat zich volgens uiteenlopende verhalen zou hebben bevonden in de Indische Oceaan of in de Grote Oceaan. Het concept van Lemurië dateert uit de 19e eeuw, en komt voort uit pogingen van geleerden uit die tijd om onder andere de grote biogeografische overeenkomsten tussen India en Madagaskar te verklaren.
De zoöloog Philip Lutley Sclater wordt vaak gezien als de eerste die met de hypothese over Lemurië kwam. Hij deed onderzoek naar zoogdieren, waaronder de Lemuren, in de Indische Oceaan en omliggende landen. Wat hem verbaasde was dat hij fossielen van dezelfde dieren vond in India en Madagaskar, maar niet in Afrika en het Midden-Oosten. Dit was voor hem het bewijs dat Madagaskar en India mogelijk ooit deel uitmaakten van een gezamenlijk continent.
Deze theorie was voor die tijd niet ongebruikelijk. Ook Étienne Geoffroy Saint-Hilaire kwam al met een hypothese over een verloren continent in de Indische Oceaan, maar gaf dit geen naam.
Later gaf Alfred Wegener echter met de ’theorie van de continentverschuiving’ een afdoende verklaring voor de fossielen van dezelfde dieren in India en Madagaskar. De theorie van de continentverschuiving hangt samen met de theorie van platentektoniek.

4 Radiokoolstofdatering, C14-datering of koolstofdatering is een methode van radiometrische datering waarmee de ouderdom van organisch materiaal wordt bepaald met behulp van de isotoop koolstof-14. Koolstof-14 (14C) is een isotoop van de koolstof (12C) die in onze atmosfeer uit stikstofkernen gevormd wordt. Dit gebeurt door kernreacties ten gevolge van de kosmische straling waaraan de aarde voortdurend blootstaat. De methode is bruikbaar voor materialen tot circa 60.000 jaar oud.
De techniek werd in 1949 ontdekt door Willard Frank Libby en zijn collega’s van de Universiteit van Chicago. In 1960 ontving Libby hiervoor de Nobelprijs voor de Scheikunde.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.