1956 – Kantelpunt in de geschiedenis 1/…

In mijn boekenkast staat het boek ”1956” van Simon Hall. En dat is natuurlijk geen toeval: 1956 is mijn geboortejaar. Maar blijkbaar was 1956 om ook nog andere redenen memorabel.

Simon Hall ziet 1956 als een kantelpunt in de geschiedenis, omdat er in dat jaar barsten kwamen in de gevestigde orde die na de Tweede Wereldoorlog was ontstaan.

Martin Luther King vatte dat eind 1956 als volgt samen: “De aanhoudende onlusten in Azië, de opstanden in Afrika, het nationalistische verlangen van Egypte, het wapengekletter in Hongarije, de raciale spanningen in Amerika – het zijn de barensweeën van een nieuw tijdperk.”
En Fidel Castro voegde daar nog aan toe: “In 1956 zullen we vrij zijn, of we zijn martelaren.”

In een aantal berichten wil ik dat jaar chronologisch doorlopen.

1956 – Januari

Op 1 januari 1956 wordt Soedan een onafhankelijke staat.

Op 5 januari 1956 start de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) een dagelijkse nieuwsrubriek: Het Journaal. In dat eerste Journaal was er een interview met Caroline, de dochter van Max Euwe (de eerste, en tot nu toe enige, Nederlandse wereldkampioen schaken). De link tussen mijn geboortejaar en dit Journaal item kan haast geen toeval zijn!

Op 31 januari 1956 begint een, voor Nederlandse begrippen, extreem koude vorstperiode, die de Elfstedenkoorts weer doet oplaaien.

Game of Kings, King of Games

In het boek “The Grandmaster” over de match om het Wereldkampioenschap tussen Carlsen en Karjakin in New York 2016 van Brian Jonathan Butler, las ik het volgende fragment over de “duurzaamheid” van het schaakspel:

It’s not an accident that chess has been one of the most durable things humanity has created in the last fifteen hundred years. Think of all the precious, cherished things people have lost in that time along the way to the present: languages, religions, civilizations, entire bloodlines, endless artifacts, and countless stories cast into a common darkness. How did something so seemingly trivial as chess prove so much more durable and immune to the friction and chaos of history? Any child can learn the basics in minutes, yet no human mind will ever be capable of solving it any more than an abacus has a prayer of measuring a black hole.”

Dat geeft wel te denken.

Carlsen – Karjakin match New York 2016

De bewuste match ging tussen regerend wereldkampioen Magnus Carlsen en uitdager Sergej Karjakin. Carlsen was wereldkampioen sinds 2013, Karjakin werd uitdager door het kandidatentoernooi van 2016 te winnen.

De match werd gespeeld in New York vanaf 11 tot en met 30 november en ging over 12 klassieke partijen, waarna de stand 6–6 was. Carlsen verloor de 8e, maar won de 10e partij; alle andere partijen eindigden in remise.

Vervolgens werd er een tiebreak van vier rapid-partijen gespeeld, die Carlsen met 3–1 won en daarmee zijn wereldtitel prolongeerde. De slotzet van de hele match was direct ook de allermooiste van de hele match. Dit is de partij, geanalyserd door David Navarra op de Chessbase site:

(klik op de zet en je ziet een diagram)

Gedichten 4/…

Op de middelbare school (st. Jozef MAVO in Breda) moest ik op een keer een zelfgekozen gedicht voordragen ten overstaan van de hele klas.

st. Jozef Mavo in Breda (weliswaar een foto uit de jaren ’90)

Ik weet nog precies welk gedicht het was: “De Stadsgenoot” van Jan Elburg. Ik stierf van de zenuwen en raffelde het gedicht af en kreeg een 3 voor de moeite.

Ik kan me nog een paar regels van het gedicht herinneren: “hij is de smaak van water vergeten” en “hij zal bang en verongelijkt doodgaan“.

Waarom kies je als puber voor een dergelijk gedicht en herinner je 50 jaar later alleen deze zinnen nog? Dat is voer voor psychologen.

Ik heb op het internet gezocht naar het volledige gedicht en de hele situatie van toen kwam weer boven toen ik het herlas:

Stadgenoot

Hij is het licht vergeten
en het gras vergeten
en al die kleine levende kevertjes
en de smaak van water en het waaien

hij is de geur vergeten
van het hooi de grijze vacht van de schapen
de varens de omgelegde aardkluiten

zijn binnen is geen nest zijn buiten
geen buiten zijn tuin een vaas

hij is ook
de bliksem vergeten de rauwe
hagel op zijn voorhoofd

hij zegt niet: graan meel brood
hij ziet de vogels niet weggaan
en de sneeuw niet komen

hij zal bang en verongelijkt doodgaan.

En, tijdens jet zoeken, kwam ik ook een andere favoriet van mij weer tegen: “Changement de décor” van Ellen Warmond:

Changement de décor

Zodra de dag áls een dreigbrief
in mijn kamer wordt geschoven
worden de rode zegels van de droom
door snelle messen zonlicht losgebroken

huizen slaan traag hun bittere ogen op
en sterren vallen doodsbleek uit hun banen

terwijl de zwijgende schildwachten
nachtdroom en dagdroom haastig
elkaar hun plaatsen afstaan
legt het vuurpeloton van de twaalf
nieuwe uren bedaard op mij aan.

The Pursuit of Happiness 3/…

Kun je van het “najagen van geluk” een project maken? Die gedachte zit achter het “The Happiness Project” van schrijfster Gretchen Rubin. Dit werd een #1 New York Times bestseller waarin ze verslag doet over het jaar waarin zij zich volledig richtte op het (najagen van) “geluk”.

The Happiness Project van Gretchen Rubin

Rubin vroeg zich namelijk af: “Wat wil en verwacht ik eigenlijk in dit leven”? Haar antwoord was simpelweg dat zij gelukkig wilde zijn. Maar volgens haar besteede ze hier te weinig aandacht aan. Daarom besloot Rubin een jaar lang onderzoek te doen naar geluk en naar de dingen die anderen en haarzelf gelukkig maken.

In twaalf hoofdstukken beschrijft ze hoe ze elke maand een ander onderwerp aanpakt. De doelen die ze wilde bereiken, gingen voornamelijk over geluk vinden in relaties, geld en gezondheid.

De volledige titel van dit boek is ‘The Happiness Project: Or Why I Spent a Year Trying to Sing in the Morning, Clean My Closets, Fight Right, Read Aristotle, and Generally Have More Fun‘. Rubin woont nu in Manhattan met haar man James en hun dochters Eliza en Eleanor.

Gretchen Rubin

Andere boeken van Gretchen Rubin

Naast The Happiness Project schreef ze nog meer boeken, waaronder:

  • Better than before
  • The Four Tendencies
  • Happier at Home
  • Outer order, Inner calm

The Pursuit of Happiness 2/…

Het “najagen van geluk (the pursuit of happiness)” wordt in de eerste regel van de Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde staten, een fundamenteel en onvervreembaar mensenrecht genoemd (zie ook elders op deze site). Het komt echter niet in die bewoordingen voor, in andere belangrijke documenten over de rechten van de Mens; zoals bijvoorbeeld:

– Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (opgesteld in 1948)
– VN-Verdrag over Burgerrechten en Politieke Rechten (opgesteld in 1966)

In die documenten staat ook iets over najagen, namelijk dat mensen in staat gesteld moeten worden om: “freely pursue their economic, social and cultural development“.

Geschiedenis

Het eerste mensenrechtenverdrag was het Engelse Magna Carta, dat dateert uit 1215. Het bevatte bepalingen zoals: ‘De kerk moet vrij zijn en haar rechten mogen niet worden geschonden … Het is iedereen toegestaan ons koninkrijk te verlaten en er weer terug te keren … Geen vrije burger mag worden gearresteerd of gevangengezet tenzij na een veroordeling door de rechters volgens de wetten van het land … Als rechters en gerechtsdienaren zullen alleen diegenen worden aangesteld die de wetten van het koninkrijk kennen en die er oprecht naar streven die na te leven …’

Op 26 juli 1581 werd het Plakkaat van Verlatinghe getekend in Den Haag. Het stelt dat ‘een vorst is door God aangesteld om heerser over zijn volk te zijn, het tegen onderdrukking en geweld te verdedigen als een herder zijn schapen … en wanneer hij zich niet zo gedraagt maar hen onderdrukt dan is hij niet langer een vorst maar een tiran en dan mogen zij wettig overgaan tot de keuze van een andere vorst.’

De eerste pagina van de eerste gedrukte versie van het Plakkaat van Verlatinghe

In feite was dit document een soort onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden (het verlaten van de Spaanse overheersing en koning Filips II).

Grappig genoeg blijven we de Koning van Hispanien in ons volkslied, het Wilhelmus, nog wel trouw!

Het Plakkaat van Verlatinghe diende Thomas Jefferson tot inspiratie voor de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van 1776, waarin veel rechten van (vrije) burgers werden vastgelegd. En die Amerikaanse verklaring was weer een voorbeeld voor de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger (1789) van de Franse Revolutie.

Najagen?

Dat je als mens je geluk mag najagen (pursue) is eigenlijk wel een beetje vreemd, want het veronderstelt dat je dat geluk dus in eerste instantie nog niet hebt.

Gedichten 3/…

Ergens op deze site heb ik het al eens over een strakke Japanse dichtvorm gehad: de haiku.

Strakke vorm

De strakke vorm uit zich in een aantal zaken:

  • drie regels
  • eerste regel 5 lettergrepen
  • de tweede regel 7 lettergrepen
  • en de derde regel weer 5 lettergrepen

Vaak is die derde regel dan een plotselinge wending of onverwachte gedachte sprong of haast kinderlijke verbazing.

Ontstaan

De haiku is in de 17e eeuw in Japan uit oudere dichtvormen (renga, hokku en tanka) ontstaan door de wedijver tussen verschillende grote dichters, waarvan Matsuo Basho waarschijnlijk de bekendste meester is. Pas aan het eind van de 19e eeuw werd door Masaoka Shiki het begingedicht hokku verzelfstandigd tot de haiku.

Door vast te houden aan de strakke vorm toont die beperking de ware meester! Maar dit levert weer vaak problemen op bij het vertalen uit het oorspronkelijke Japans. In het westen wordt daardoor wel voor afwijkende vormen gekozen, met 12 tot 17 lettergrepen.

Een van de beroemdste haiku, feitelijk een hokku, is van Matsuo Basho en luidt:

furu ike ya
kawazu tobikomu
mizu no oto
Ach oude vijver
een kikker springt erin
geluid van water.
De beroemdste haiku en de letterlijke vertaling

Vertalen en vormbehoud

Bij een vertaling van een haiku achten sommigen de inhoud belangrijker dan de vorm, al wordt die in goede uitgaven zo veel mogelijk gehandhaafd. Zo is bovenstaande vertaling bijvoorbeeld naar de inhoud juist, maar naar de vorm niet. Een bewerking die de juiste vorm heeft, maar een iets andere strekking is:

Ach oude vijver
de kikkers springen erin
(of ook een kikker springt van de kant)
geluid van water.

Dit probleem is sterk taalafhankelijk. Het Frans gebruikt bijvoorbeeld veel meer woorden, en ook lettergrepen, dan het Engels; het Nederlands ligt er ergens tussenin.

Voorbeelden

Twee haiku (hokku) van Basho (1644-1694):

zou ik ze pakken,
de witvis in ’t wier bijeen
dan schoten ze weg
.

door zomerregens
zijn de kraanvogelpoten
korter geworden
.

En mijn persoonlijke favoriet van Moritake (1473-1549):

Zag ik een bloesem
die naar haar tak terugkeerde?
ach, ’t was een vlinder.

De beste haiku’s weten bij de lezer emoties op te wekken, zonder ze letterlijk te benoemen. Neem bijvoorbeeld deze van Issa (1763-1828):

In het ziekenhuis
dooft een flakkerend licht uit
een sneeuwstorm steekt op.

De lezer zal vast aan een sterfgeval gedacht hebben, maar dat staat er niet!


Gedichten 2/…

In het vorige bericht gaf ik al aan slechts één gedicht uit het hoofd te kunnen declameren. Verder is mijn poëtische ontwikkeling blijven steken bij het onthouden van enkele strofes uit gedichten, zoals:

“…tussen droom en daad staan wetten in de weg
en praktische bezwaren,
en de weemoed die des avonds komt,
en niemand kan verklaren…”

Het blijkt een, door mij verbasterd, onderdeel te zijn van het gedicht Het Huwelijk van Willem Elsschot (1882-1960):

Willem Elsschot

Het Huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

Dit doet denken aan een andere favoriet van mij: “Echtpaar in de trein” van Willem Wilmink (ook al eens eerder naar gerefreerd op deze site):

Echtpaar in de trein

voor Wobke

Met de allerliefste in een trein
kan aangenaam en leerzaam zijn.
De prachtig vormgegeven stoel
geeft allebei een blij gevoel.

Voor ‘t verre reisdoel kant en klaar
zit ik dus tegenover haar.
De trein maakt zijn vertrouwd geluid
en zij rijdt vóór-, ik achteruit.

We zien dezelfde dingen wel,
maar ik heel traag en zij heel snel.
Zij kijkt tegen de toekomst aan,
ik zie wat is voorbijgegaan.

Zo is de huwelijkse staat:
de vrouw ziet wat gebeuren gaat,
terwijl de man die naast haar leeft
slechts merkt wat zijn beslag al heeft.

Van nieuw begin naar nieuw begin
rijdt zij de wijde toekomst in,
en ik rij het verleden uit.
En beiden aan dezelfde ruit.

Willem Wilmink (1936-2003)